Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Leeftijd van sportbestuurders: hoe doet het ertoe?

Artikel

Bestuurlijke ontwikkeling is al geruime tijd onderwerp van gesprek binnen de sport. Zo ook in de Sportagenda 2017+ van NOC*NSF waar aan het beleidsspeerpunt ‘bestuurlijke ontwikkeling’ de doelstelling verjonging wordt verbonden. Bijbehorend resultaat is een quotum voor de gemiddelde leeftijd van een sportbestuur. Gezien het feit dat uit de Sportaanbieders Monitor 2015 blijkt dat maar liefst 90% van de sportbestuurders een man van 51 jaar is, is dit begrijpelijk. Over verjonging en leeftijd binnen sportbesturen is alleen nog niet veel bekend.

Het belang van diversiteit in sportbesturen

Voor het behouden van leden en daarmee het voortbestaan van sportverenigingen, is het van groot belang dat verenigingsbesturen in staat zijn de wensen en behoeften van alle verschillende leden te behartigen. Geen gemakkelijk klus. Om sportbesturen hiertoe beter in staat te stellen, wordt er in het huidige sportbeleid actief ingezet op de ontwikkeling en samenstelling van deze besturen. Hierbinnen speelt diversiteit een grote rol. Een diverse samenstelling van het sportbestuur verruimt namelijk de blik van het sportbestuur, verbetert de besluitvorming en leidt tot meer ondernemerschap.

Jong versus oud

Maar welke rol speelt leeftijd dan in sportbesturen? Onderzoeken binnen en buiten de sport tonen zowel voordelen als nadelen van jonge en oude bestuurders en leeftijdsdiversiteit in (sport)besturen. Jonge sportbestuurders zouden bijvoorbeeld flexibeler zijn, nieuwe technologieën eerder snappen, eerder de neiging hebben om risico’s te nemen en als rolmodel kunnen dienen om nieuwkomers te inspireren. Oudere sportbestuurders zouden beter presteren en brede professionele ervaring hebben waar de verenigingen en organisaties van kunnen profiteren. Wanneer er veel leeftijdsdiversiteit in een bestuur is, zou dit ten nadele zijn voor de financiële prestaties, maar ten voordele zijn voor de sociale prestaties van de organisatie.

Praktijkonderzoek in de Achterhoek

Om meer te weten te komen over de rol die leeftijd speelt in sportbesturen, is in 2017 onderzoek uitgevoerd bij vier Achterhoekse sportverenigingen, waarvan twee voetbalverenigingen en twee zwemsportverenigingen. Binnen beide takken van sport participeerde een sportvereniging met een relatief oud sportbestuur (ca. > 55 jaar) en een sportvereniging met een relatief jong sportbestuur (ca. < 35 jaar). In het onderzoek is gesproken met sportbestuurders en leden van de sportverenigingen en is een bestuursvergadering bijgewoond. Uit het onderzoek komen beelden naar voren van jonge en oude sportbestuurders, van de leeftijdssamenstelling van sportbesturen én de invloed van leeftijd op het handelen van sportbestuurders.

Denkbeelden over jonge en oude sportbestuurders

Uit het onderzoek komt naar voren: de jonge sportbestuurder wordt gezien als een energieke jonge hond, die doelgericht te werk gaat om snel resultaten te behalen. De jonge sportbestuurder zorgt voor vernieuwing en een frisse wind in sportbesturen. Doordat deze groep zich in een andere levensfase zou bevinden, leiden ze een druk leven, hebben ze minder tijd voor hun bestuursfunctie en zijn ze eerder geneigd om de bestuursfunctie neer te leggen. Tot slot roept het begrip ‘jonge sportbestuurder’ een onervaren beeld op.

Het beeld van de oude sportbestuurder is in eerste instantie negatiever. Men denkt al snel aan grijze en gepensioneerde mannen die vastgeroest en eigenwijs zijn en die niet willen vernieuwen. Volgens het beeld houden oude sportbestuurders de zaak draaiende, richten zich op hun eigen taak en doen dingen op de manier waarop ze het altijd al gedaan hebben. Echter ziet men de ervaring van oude sportbestuurders als zeer waardevol. De bestuurlijke ervaring, werkervaring en levenservaring van oude sportbestuurders zou ze helpen bij het nemen van beslissingen en het bewaken van de lange termijn. De ervaring van oude sportbestuurders wordt dan ook als een belangrijke meerwaarde gezien ten opzichte van de onervaren jonge sportbestuurders. Een ander verschil zou zitten in de omgang met online communicatie en sociale media. Jonge sportbestuurders zouden hier meer kennis en kunde van hebben en profileren zich als expert op dit gebied. Oude sportbestuurders worden gezien als de minder bekwame op dit gebied en dekken zichzelf in als de persoon die hier minder affiniteit mee heeft.

Hoe kijkt men naar zichzelf?

Het is voor sportbestuurders lastig om aan te geven hoe hun eigen leeftijd van invloed is op de manier waarop zij invulling geven aan hun rol als bestuurder. Ze lijken zich niet te willen associëren met het heersende beeld van jong en oud. Jonge sportbestuurders lijken te willen bewijzen dat ze daadwerkelijk de nodige ervaring en competenties hebben. Oude sportbestuurders geven aan zich niet oud te voelen en hebben het idee te handelen als jonge sportbestuurders.

Leeftijdsdiversiteit en verjonging in sportbesturen

Binnen de sportvereniging vindt men de afspiegeling van leden in het bestuur belangrijk. In principe zou elk lid van de sportvereniging zich vertegenwoordigd moeten zien in het bestuur. Met name voor de zwemsportverenigingen is het belangrijk dat er een juiste balans is tussen de afdelingen competitie zwemmen, master zwemmen en waterpolo. Unaniem heerst de overtuiging dat het bestuur een mix zou moeten zijn, maar de meningen verschillen over waar die mix uit zou moeten bestaan. Sommigen zijn voorstander van een mix op basis van persoonlijkheden en capaciteiten. Anderen zijn voorstander van een mix op basis van leeftijd en/of geslacht. Er is ook een groep die beide visies verbindt en die denkt dat een mix op basis van leeftijd en/of geslacht automatisch leidt tot een mix in persoonlijkheden en capaciteiten.

Beladen onderwerp

Er is sprake van een spanning als het om leeftijdsdiversiteit binnen een sportbestuur gaat. Het beleidsspeerpunt van verjonging roept zowel erkenning als weerstand op. Diversiteit in besturen is gewenst, maar men is het er niet unaniem over eens dat het hierbij om leeftijdsdiversiteit zou moeten gaan. Toch blijkt dat relaties in sportbesturen, functieverdelingen in sportbesturen en werving van nieuwe bestuursleden beïnvloed worden door de heersende beelden van jonge en oude sportbestuurders.

Invloed van leeftijd op handelen van sportbestuurders

Allereerst is het volgens de respondenten van het onderzoek niet wenselijk dat een jonge sportbestuurder een taak als voorzitter, penningmeester of secretaris vervult, maar eerder als algemeen bestuurslid. Jonge sportbestuurders zouden namelijk vaak niet de nodige ervaring en competenties voor een dergelijke positie bezitten. Wanneer jonge sportbestuurders toch op een dergelijke positie zitten, lijken zij te moeten beargumenteren waarom zij de juiste competenties voor de positie bezitten. Ook geven zowel jonge als oude sportbestuurders aan dat begeleiding van jonge sportbestuurders wenselijk is. Ze zouden begeleid moeten worden om bepaalde competenties te verwerven en zouden af en toe moeten worden teruggefloten door oude sportbestuurders.

Daarbij ervaren jonge sportbestuurders het toetreden tot sportbesturen als moeilijk en lastig. Ze zijn geneigd zich te onderschikken aan de oude ervaren sportbestuurder en hierdoor minder snel hun mening te geven. In de beginfase als sportbestuurder zou hun mening ook minder worden gehoord en worden er meer kritische vragen gesteld. Er is sprake van een machtsverhouding, waarbij oude sportbestuurders meer macht en meer te zeggen hebben. Oude sportbestuurders ervaren de terughoudendheid van nieuwe jonge sportbestuurders ook en hebben het idee dat nieuwe oude sportbestuurders die toetreden tot het bestuur eerder hun mening geven.

Oud en vertrouwd bepaalt keuze

Tot slot blijkt vaak dat sportbesturen voor de werving van nieuwe bestuursleden een profiel opstellen voor de nieuwe sportbestuurder of kijken naar degenen die ze al kennen. Hierbij is de ervaring van potentiële bestuursleden een selectiecriterium en zijn sportbesturen dus geneigd om eerder oude sportbestuurders met relevante ervaring te werven dan jonge sportbestuurders zonder bestuurlijke ervaring. Wanneer sportbesturen bewust op zoek gaan naar jonge sportbestuurders of vrouwen, geven ze aan dat het moeilijk is om jonge mensen of vrouwen te vinden, die zouden willen toetreden tot een sportbestuur.

Verjonging: de juiste doelstelling?

Leeftijd doet ertoe in een sportbestuur. De beelden die de begrippen jonge en oude sportbestuurder oproepen, zorgen ervoor dat er anders met jonge en oude sportbestuurders wordt omgegaan. Het is daarom de vraag of verjonging een juiste doelstelling is. Verjonging wordt gelinkt aan leeftijd en hoe men over jonge en oude sportbestuurders denkt. Zou het inzetten op verjonging de verschillen tussen jonge en oude sportbestuurders vergroten? Zouden de onderlinge relaties schever komen te liggen? En is dat dan wel in lijn met eerlijk en integer besturen? De deelnemende sportbesturen van de sportverenigingen in de Achterhoek waren het erover eens dat verjonging niet het juiste begrip is, maar dat er gekozen zou moeten worden voor vernieuwing in besturen. Voor de continuïteit van de sportvereniging is het namelijk wel van belang dat de kennis en ervaring binnen het bestuur wordt overgedragen aan volgende generaties, maar verjonging is niet de term die voor draagvlak zorgt. Leeftijd en de termen jong en oud blijken namelijk complex te zijn en niet de termen waar men zich graag aan verbindt. Vernieuwing zou een betere benaming zijn volgens de sportverenigingen.

Al met al blijkt leeftijd binnen sportbesturen een interessant onderwerp die veel verschillende reacties oproept. Meer onderzoek naar dit onderwerp en meer aandacht voor leeftijd binnen sportbesturen is nodig, wanneer verjonging en meer leeftijdsdiversiteit in sportbesturen wenselijk is.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.