Kracht van Sport: sport voor iedereen, met iedereen | Alles over sport

Kracht van Sport: sport voor iedereen, met iedereen

Praktijkvoorbeelden

geplaatst op: 27 september 2016

Alle mensen doen mee in de gemeente Beek. Zorginstellingen, verenigingen en de gemeente hebben de handen ineen geslagen voor een sportaanbod waar iedereen van profiteert. Méédoen, daar gaat het om bij Sportcarrousel De Haamen. Meedoen met sport, én meehelpen om dit georganiseerd te krijgen.

Arend te Velde en Maarten Thönissen
Arend te Velde en Maarten Thönissen

Een groot en uitgebreid sportcomplex in een betrekkelijk kleine gemeente: er zijn duidelijke keuzes gemaakt voor Sportlandgoed De Haamen in Beek. De gemeente investeert in sport en doet dat met een visie: ál haar inwoners de mogelijkheid bieden om (samen) te sporten en bewegen. Arend te Velde en Maarten Thönissen zijn van begin af aan betrokken bij de ontwikkeling van het sportaanbod op De Haamen. Maarten stond als adviseur aan de wieg van het sportzorgconcept van de gemeente Beek. Arend in eerste instantie vanuit zorginstelling Daelzicht, en nu van OZO Doe ik mee, een organisatie die activiteiten bundelt en faciliteert voor mensen met een hulpvraag.

Verbindende factor

Sport was altijd al belangrijk in Beek, vertelt Arend. Dat verklaart waarom de gemeente zo stevig inzet op de ontwikkeling van De Haamen. “Verenigingen hadden al veel langer activiteiten waar mensen met een beperking aan mee konden doen. Dat speelde mee in 2012, toen de gemeente besloot om het traditionele sportcomplex te vernieuwen en uit te breiden. Sport draagt bij aan een betere fysieke gezondheid van de inwoners en heeft een preventieve werking. En ook: sport verbindt mensen. Daarom is ook geïnvesteerd in aangepaste faciliteiten voor mensen met een beperking.”

CarrouselMaarten: “Sport is een integratiemiddel, en met de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in het vooruitzicht heeft dit toen meegewogen bij de gemeente. Tegelijk met de hardware, het sportcomplex zelf, werden daarom stappen gezet om een breed sportzorgconcept te ontwikkelen die de sociale structuur in Beek zou versterken. Wie heb je daarbij nodig, hoe ga je dat doen? Daar zijn we vanaf 2012 mee aan de slag gegaan.”

Zorginstellingen kunnen de keuze maken voor eigen sportfaciliteiten, maar niet in Beek want gebruikmaken van gemeentelijke voorzieningen heeft veel voordelen legt Arend uit: “Zorginstellingen als Stichting Gehandicaptenzorg Limburg (SGL), Daelzicht en Centrum Weng kunnen nu over veel betere faciliteiten beschikken, daar kan een sporthal in eigen beheer nooit tegenop. Misschien wel belangrijker dan de voorzieningen zelf: hier doen onze mensen – zo noemen wij onze cliënten het liefst – mee met andere mensen. En op de Haamen zitten verenigingen met potentiële vrijwilligers.”

Werken aan samen sporten

Ruimte om plannen bij te stellen en de onderlinge samenwerking aan te passen als dat nodig is: dat zijn volgens Maarten en Arend belangrijke voorwaarden geweest in de ontwikkeling van het sport- en beweegconcept op De Haamen. Het was een gezamenlijk traject naar een succesvolle samenwerking, voor alle betrokken partijen was het een leerschool. Maarten: “In eerste instantie werkten we met teams om een programma te ontwikkelen. Dat team was samengesteld uit verschillende partijen. Later bleek het doelmatiger wanneer één partij, vaak de initiatiefnemer die zeer gemotiveerd is, het voortouw neemt. Bij de Sportcarrousel is OZO de voortrekker, bij het zwemmen zijn de medewerkers van De Haamen dat. In de ontwikkelfase werkt het overigens wel goed om een team te vormen met mensen met verschillende achtergronden. Dat geeft een breder perspectief.”

Arend: “De vaste vrijwilligers begeleiden de groepen. Vrijwillige trainers van sport- en ook andere verenigingen bieden activiteiten aan. De professionals – zorgprofessionals, horecamedewerkers, bewegingsagoog, begeleiden het geheel.”

De professional heeft altijd de eindverantwoordelijkheid en kan bijsturen als dat nodig is.

“Dat gaat hier veel losser dan in de zorg gebruikelijk is”, vertelt Arend. “In de zorg wordt gewerkt met protocollen en behandelplannen. Hier hebben we tijd en ruimte om dingen te laten gebeuren. We zien vrijwilligers in hun rol groeien. Na een tijdje kennen ze ‘hun’ mensen heel goed. Ze weten dan wat een deelnemer aankan en hoe je een probleem oplost. Dat werkt voor iedereen prettiger dan strakke regels.”

Diversiteit in de groep

Een samenleving waar mensen voor elkaar zorgen, waar iedereen een rol heeft en erbij hoort. Dat is het ideaal beeld dat Beek voor ogen heeft. Op het sportpark krijgt dit gestalte. Nemen vrijwilligers dan niet het werk over van betaalde professionals? Arend: “Zelfs de deelnemers doen dat! Onze mensen helpen om beurten mee in de keuken bij het bereiden van de lunch. Dat scheelt de kok werk. Maar de kok is wel weer tijd kwijt met de begeleiding van vrijwilligers en deelnemers. We zien ook dat deelnemers elkaar helpen. De een kan na het sporten helpen met veters strikken, de ander helpt met spullen opruimen. Dat is toch juist heel mooi?”

De soms grote verschillen tussen deelnemers zijn geen beletsel om als groep te fungeren, in tegendeel. Maarten: “De deelnemers zitten elke week in hun eigen, vaste groep, maar de doelgroepen zijn gemengd. In een groep kan iemand met autisme zitten, en iemand met een fysieke beperking. In eerste instantie was er huiver om doelgroepen te mengen, en sommige ouders willen dit soms niet voor hun gehandicapte kind. Maar die huiver verdwijnt vaak vanzelf. Mensen met een fysieke handicap willen niet altijd in een groep met mensen met een verstandelijke beperking, en dat hoeft ook niet. Maar als ze zien dat ze iets kunnen betekenen voor anderen, kan dat juist een meerwaarde hebben.” Arend vult aan: “We kijken daarom naar het individu, en wie wel of niet met elkaar kunnen of willen. We delen mensen niet meer in naar de beperking die zij hebben, maar naar de match tussen mensen. Dat blijkt veel belangrijker voor een goede sfeer in de groep. De professional en de vrijwilligers regelen dit meestal, omdat zij de deelnemers het beste kennen.”

KokenDe Sportcarrousel lijkt wel een samenleving in het klein, zegt Maarten, “En dat willen we graag: inclusie. Iedereen doet mee en helpt mee, en wordt gewaardeerd. Dit kun je nog veel verder voeren, met andere klusjes rond het sportcomplex. De kok of de onderhoudsmensen moeten dit wel kunnen en willen natuurlijk, want hun werk verandert. De een vindt dat leuk, de ander niet.”

Arend: “Maar als je iets wilt bereiken moet je samenwerken, en dat vraagt soms aanpassingen.”

Maarten: “Gelukkig wil uiteindelijk iedereen vooruit. Dat zie je wel aan wat er hier op De Haamen in twee jaar tijd allemaal is bereikt.”

Tips

Arend

  • Wees niet bang om los te laten. Kijk wat werkt en wat niet werkt, daar leer je van.
  • Mensen kunnen meer dan je denkt. Geef deelnemers en vrijwilligers de ruimte, dat maakt meedoen leuker en waardevol.
  • Omdat vrijwilligers onbevangen tegen cliënten aankijken, ontdekken ze soms een manier van omgaan met een cliënt die heel goed werkt, maar waar een professional niet snel op zou komen. Juist doordat ze niet geleerd hebben om in protocollen en behandelplannen te denken.

Maarten

  • Zorg voor duidelijkheid over de eindverantwoordelijkheid, leg die bij een professional. Dat geeft rust, ook bij de vrijwilligers.
  • Als mensen met een beperking zien dat ze iets kunnen betekenen voor anderen, is dat een meerwaarde van samen sporten en samen werken. Net als bij mensen zonder een beperking.
  • Luister goed naar vrijwilligers. Ook al hebben ze geen professionele bril op, ze weten heel goed wat er speelt in een groep. Neem ze serieus en waardeer hun inbreng.

Sport en sociaal domein: zo werkt het samen!

Via sport en bewegen kun je werken aan het realiseren van uiteenlopende sociale doelen. Denk aan het vergroten van zelfvertrouwen, weerbaarheid, participatie, integratie of het tegengaan van eenzaamheid of schooluitval. De afgelopen jaren zijn tientallen sociale sportinitiatieven opgestart en uitgevoerd, bijvoorbeeld binnen de programma’s Kracht van Sport en Sport en Bewegen in de Buurt. Deze initiatieven zijn ondersteund en gevolgd door Kenniscentrum Sport, Oranje Fonds en NOC*NSF. In de brochure ‘De sociale kracht van sport’ staan vijf praktijkvoorbeelden beschreven waarin een sportclub samenwerkt met een of meerdere organisaties uit het sociale domein. Achterin de brochure staan onderstaande vijf elementen van een sterk sociaal sportinitiatief beschreven, met praktische tips voor sportaanbieders die aan de slag willen.

  1. Samenwerking tussen sport en het sociale domein
  2. Gecombineerd activiteitenaanbod: sport of bewegen, aangevuld met activiteiten die bijdragen aan het beoogde sociale doel
  3. Goede begeleiding door (geschoolde) vrijwilligers, maatjes en professionals die onderling hun kennis en ervaring delen
  4. Een toegankelijke accommodatie in de wijk met voldoende ruimte om mensen te ontvangen
  5. Een sterk marketing- en communicatieplan om deelnemers en vrijwilligers te werven en te binden, leden te betrekken en het initiatief in te bedden

Uitgebreide informatie over de opbrengsten van het Kracht van Sport programma van het Oranje Fonds is te vinden in het artikel ‘Hoe start je een sociaal sportinitiatief. Hier zijn ook de criteria te vinden voor het aanvragen van een subsidie bij het Oranje Fonds.

Fotografie: Pascal Moors.

Auteurs:

Marloes Aalbers
Kenniscentrum Sport

Bewaren:

Bewaren

Gerelateerde artikelen

Anderen bekeken ook