Kracht van Sport: leer met vechtlust bouwen | Alles over sport

Kracht van Sport: leer met vechtlust bouwen

Praktijkvoorbeelden

geplaatst op: 27 september 2016

Een coalitie van sport en welzijn, dat is het Sportplusproject Fighting4Change van sportschool Unity’99, FlexusJeugdplein en stichting Buurtwerk. Doel: jongeren met een agressie- of weerbaarheidsprobleem op weg helpen in de maatschappij. Jongeren tussen de 8 en 21 jaar oud die van ‘thuis’ weinig begeleiding meekrijgen op weg naar zelfstandigheid.

De sportschool van karateka Patrick van Daalen en buurtsportcoach Harry Schaarman werken inmiddels twee jaar samen in Fighting4Change, met vechtsport als pedagogisch instrument voor gedragsverandering. Sociale wijkteams sturen kinderen en jongeren door naar dit initiatief. Het project kreeg een subsidie voor twee jaar van het Oranje Fonds.

Bij Sportplusvereniging Unity’99 in Capelle aan den IJssel worden de jongeren getraind en begeleid volgens de methode die karateka Patrick van Daalen door de jaren heen ontwikkeld heeft. Mariëlle van Daalen, projectleider, vertelt: “Patrick is de sportschool gestart na zijn topsportloopbaan. Hij richtte zich eerst op reguliere sporters maar kwam er al snel achter dat veel jongeren met problemen rondliepen. Denk aan agressie, autisme en faalangst. Patrick kan hier goed mee omgaan en hij wil juist deze jongeren zelfvertrouwen geven.”

Buddy uit de buurt

Fighting4Change is meer dan alleen een karatetraining en begeleiding op de sportschool. Ook daarbuiten krijgen deelnemers begeleiding om hun leven op de rit te krijgen, zodat ze kunnen werken aan hun toekomst. Daarvoor zijn buddy’s nodig. Mariëlle: “De begeleiders zijn nu nog vaak leden van onze sportschool die trainer willen worden. Maar eigenlijk willen we buddy’s uit de directe omgeving van de deelnemers.”

De jongeren wonen vaak in zwakkere woonwijken en dat bemoeilijkt de zoektocht vertelt Harry. Toch heeft iemand uit het eigen netwerk de voorkeur. “Het nieuwe Rotterdamse stelsel is erop gericht dat mensen elkaar helpen. Je kunt als gemeente wel alles willen regelen voor je inwoners, maar daar worden mensen niet zelfstandig van, in tegendeel. Het blijkt in de praktijk heel moeilijk om vanuit Buurtwerk een vrijwilliger te koppelen aan een jongere. De moeilijkheid zit in het vinden van de klik. Daarom gaat onze voorkeur in eerste instantie uit naar iemand in zijn of haar directe omgeving, bijvoorbeeld een familielid of buurman. Het is jammer dat mensen die goede begeleiding zouden kunnen geven, werken vaak overdag. Zij kunnen niet zo makkelijk tijd vrij maken voor acht weken achtereen – liefst langer – een uur per week – liefst meer. En bij mensen die overdag wel tijd hebben, spelen vaak dingen waardoor ze de problemen van een ander er niet bij kunnen hebben.”

Ervaring rijker

De tweejarige subsidie loopt ten einde. Jammer, want in de afgelopen periode hebben projectleider Mariëlle en buurtsportcoach Harry in de praktijk ondervonden wat wel en niet werkt. Ze weten de doelgroep te interesseren voor het project. Mariëlle: “Jongeren vinden karate wel stoer. Ze komen in eerste instantie voor de sport. Leren stoten en trappen lijkt ze wel wat. Patrick en de andere trainers zijn voor hen rolmodellen.” Harry: “De traditionele hulpverlening van praten met de jongeren werkt niet. Deze groep wil niet zitten en luisteren. Dit zijn jongeren waarvan de school blij is als ze er niet zijn. De deelnemers aan dit project maken vaak negatieve dingen mee. Op deze sportschool zijn ze welkom, sterker nog, ze móeten komen.”

Mariëlle legt uit wat de kracht van een uur training is: “Er zijn regels, en die zijn duidelijk. Daar worden jongeren op aangesproken, maar wel op een positieve manier. Patrick kan een jongere aan het denken zetten en heeft een manier van vragen die bij deze groep werkt. Ook door zijn positie, hij heeft overwicht. Als iemand boos wegloopt, blijft Patrick rustig en vraagt die jongere waarom hij nu zo boos wordt. Hij laat hem nadenken over alternatieven.”

BudotrainerZelfreflectie, ‘nee’ zeggen en ‘nee’ accepteren, grenzen stellen – hoe dichtbij mag iemand komen – en dóórzetten zijn onderdelen van sport waar de deelnemers ook in het dagelijkse leven wat aan hebben. Zo leren ze dingen die ze van thuis vaak niet meekrijgen. Mariëlle: “Patrick laat een boze leerling boksen en dóórgaan tot ie helemaal kapot is. Hij gebruikt de vechtlust van de jongere om te laten zien dat je met vechtlust ook kunt bouwen in plaats van kapot maken. Een autistische jongen die hier elke zaterdag traint, stond bekend als onhandelbaar. Door de training en de structuur is die negatieve spiraal doorbroken.”

Dat de aanpak werkt, blijkt uit enkele successen die in de afgelopen twee jaar zijn geboekt. Mariëlle: “We hebben twee dreigende uithuisplaatsingen kunnen voorkomen. Deze kinderen stonden op de nominatie voor uithuisplaatsing, maar de combinatie van training en extra aandacht van hun buddy heeft er toe bijgedragen dat deze jongeren thuis kunnen blijven wonen. Over het algemeen merken we dat kinderen in dit programma na verloop van tijd fitter worden en beter in hun vel zitten.”

Werken met vrijwilligers

Omdat de subsidieregeling afloopt, hebben Mariëlle en Harry eind 2015 een aanvraag ingediend voor een overbruggingsjaar. Het project staat, maar het vinden van vrijwilligers voor het buddy-onderdeel moet nog verbeterd worden. Harry: “Jeugdzorg is nog niet berekend op werken met vrijwilligers. We moeten eerst achterhalen waar een deelnemer behoefte aan heeft, voordat we vrijwilligers kunnen gaan zoeken. In het verleden was dat niet nodig omdat we met professionals werkten. Het kost nu meer tijd om de juiste match te vinden. We zijn nu zo ver dat we bijvoorbeeld in september al weten dat er in januari jongeren komen sporten, en op welke tijd.” Mariëlle: “Dat betekent dat wij nu ieder kwartaal dit traject kunnen aanbieden.” Harry vult aan: “Het project duurt weliswaar maar acht weken, het is wél de bedoeling dat deelnemer en buddy doorgaan als de klik er is. Daarvoor zoeken we standvastige mensen uit de omgeving van de jongere die langere tijd in hem – het zijn vaak jongens – willen investeren.”

Samen trainenDaar zit ook de maatschappelijke winst, de basis onder het project. Harry: “Kracht in de wijk, dat willen we bereiken. Voorheen doorliep een welzijnswerker een traject met een jongere, maar daarna hield het op. Nu willen we het netwerk om de jongere heen versterken zodat mensen elkaar helpen. Daarmee wordt het risico van terugval kleiner. De zorgorganisaties zijn er alleen nog maar om deze ontwikkeling aan te jagen. Het lastige is, je kunt het wel aan de tekentafel bedenken, maar of het in de praktijk van de grond komt, moet nog blijken. Dat is ook een belangrijke reden om de projectleiding neer te leggen bij Mariëlle en de sportschool, want in dit project is Unity’99 de vaste waarde. Jeugdzorg wordt in 2017, en verder, aanbesteed en dat kan betekenen dat er andere aanbieders dan FlexusJeugdplein in beeld komen. Unity’99 blijft.”

Stel dat het overbruggingsjaar niet akkoord is, houdt het project dan op? Mariëlle: “We zijn al verder aan het kijken naar mogelijkheden om de financieringen rond te krijgen. We denken onder meer aan verzekeraars, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en misschien de ouders. We stoppen er niet zomaar mee. Unity’99 is al jaren mee bezig met deze jongeren, we geven niet zo maar op.”

Tips

Mariëlle

  • Doorbreek de negatieve spiraal waar sommige jongeren vaak inzitten. “Wij zijn juist blij als we een deelnemer elke week zien.” Aandacht, beweging en structuur doen wonderen.
  • Deze kids hebben vaak niet geleerd respect te hebben en gerespecteerd te worden. In vechtsport is dit vanzelfsprekend: je respecteert je tegenstander, altijd.

Harry

  • Geef de jongeren een opdracht mee voor thuis, leer ze verantwoordelijk te zijn.
  • Vechtsport werkt goed bij veel jongeren in de jeugdhulpverlening. Ze komen binnen omdat ze karate stoer vinden. Ze vinden het leuk omdat ze er hun energie in kwijt kunnen. Ze hebben baat bij vechtsport omdat ze sportenderwijs wennen aan structuur en regels in hun leven.
  • Zoek voor de functie van coach iemand uit de omgeving van de jongere. Bij voorkeur een standvastig persoon die langere tijd in hem wil investeren.

Sport en sociaal domein: zo werkt het samen!

Via sport en bewegen kun je werken aan het realiseren van uiteenlopende sociale doelen. Denk aan het vergroten van zelfvertrouwen, weerbaarheid, participatie, integratie of het tegengaan van eenzaamheid of schooluitval. De afgelopen jaren zijn tientallen sociale sportinitiatieven opgestart en uitgevoerd, bijvoorbeeld binnen de programma’s Kracht van Sport en Sport en Bewegen in de Buurt. Deze initiatieven zijn ondersteund en gevolgd door Kenniscentrum Sport, Oranje Fonds en NOC*NSF. In de brochure ‘De sociale kracht van sport’ staan vijf praktijkvoorbeelden beschreven waarin een sportclub samenwerkt met een of meerdere organisaties uit het sociale domein. Achterin de brochure staan onderstaande vijf elementen van een sterk sociaal sportinitiatief beschreven, met praktische tips voor sportaanbieders die aan de slag willen.

  1. Samenwerking tussen sport en het sociale domein
  2. Gecombineerd activiteitenaanbod: sport of bewegen, aangevuld met activiteiten die bijdragen aan het beoogde sociale doel
  3. Goede begeleiding door (geschoolde) vrijwilligers, maatjes en professionals die onderling hun kennis en ervaring delen
  4. Een toegankelijke accommodatie in de wijk met voldoende ruimte om mensen te ontvangen
  5. Een sterk marketing- en communicatieplan om deelnemers en vrijwilligers te werven en te binden, leden te betrekken en het initiatief in te bedden

Uitgebreide informatie over de opbrengsten van het Kracht van Sport programma van het Oranje Fonds is te vinden in het artikel ‘Hoe start je een sociaal sportinitiatief’. Hier zijn ook de criteria te vinden voor het aanvragen van een subsidie bij het Oranje Fonds.

Fotografie: Unity ‘99 Rotterdam (Fighting4Change).

Auteurs:

Marloes Aalbers
Kenniscentrum Sport

Bewaren:

Bewaren

Gerelateerde artikelen

Anderen bekeken ook