Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Klasse(n)spel

Interventie

Erkenning

Goed beschreven

Doelgroep:
Leerlingen uit het reguliere voortgezet onderwijs (12-18 jaar) die zich in een klas bevinden waar het leer- en leefklimaat verstoord wordt door één of meerdere leerlingen met internaliserend of externaliserend probleemgedrag.

Intermediaire doelgroep:
Docenten lichamelijke opvoeding die werken op een school voor regulier voortgezet onderwijs met klassen waar het leer- en leefklimaat verstoord wordt door één of meer leerlingen met internaliserend of externaliserend probleemgedrag.
De mentor, afdelingsleider en het zorgadviesteam zijn direct betrokken bij de aanpak en kunnen tijdens de LO lessen observeren en analyseren. In gezamenlijkheid (inclusief de LO docent) worden besluiten genomen over vervolgstappen.

Doel:
Het verbeteren van het leef- en leerklimaat tijden lessen LO in klassen waar dit verstoord wordt door één of enkele leerlingen met probleemgedrag.

Internaliserend en externaliserend probleemgedrag

Elke docent herkent dit wel. In de ene klas loopt alles op rolletjes terwijl het in een andere klas maar niet echt wil lukken. De klas is erg onrustig, er is sprake van (veel) pestgedrag onderling en weinig zelfredzaamheid. De interventie Klasse(n)spel beoogt door middel van aansprekende beweegactiviteiten voor leerlingen inzicht te geven in de groepsdynamica, sociometrie en het ‘probleemgedrag’ binnen een klas.

De naam Klasse(n)spel verwijst naar het ‘spel‘ tussen docent en leerling enerzijds en het ‘spel‘ tussen leerlingen onderling anderzijds. Wanneer dit spel is gebaseerd op wederzijds respect en waardering van de verschillen ontstaat er een veilig leer- en leefklimaat in de klas. Een docent heeft een hele belangrijke rol in dit spel. De docent kan, mits hij voldoende competent is ten aanzien van groepsdynamica, sociometrie en het duiden van ‘probleemgedrag’’, de verhoudingen binnen de klas verbeteren. De docent lichamelijke opvoeding speelt in Klasse(n)spel een belangrijke rol. Door de ‘vrije situatie’ waarin een docent lichamelijk opvoeding les moet geven heeft hij/zij hierdoor vaak beter zicht op de problemen die spelen in een klas. Door leerlingen én de docent lichamelijke opvoeding binnen Klasse(n)spel vaardigheden en competenties rondom groepsdynamica aan te leren krijgen zij vat op de problemen die het negatieve klimaat binnen een klas veroorzaken en wordt uitval en ondermaats presteren teruggedrongen. Als er minder op macht gebeurt in de klas en meer op basis van vriendschap zal het leerklimaat sterk verbeteren en wordt het naast een Klassenspel ook een Klasse spel!

Probleembeschrijving

Met de meeste kinderen en jongeren in Nederland gaat het goed. Er zijn echter ook jongeren die te maken hebben met problemen. In het onderwijs komen deze problemen vaak tot uiting als gedragsproblemen. Leerlingen die regelmatig opstandig zijn, concentratiestoornissen hebben of frequent agressief gedrag vertonen, kunnen in elke doorsnee klas voorkomen (Onderwijsraad, 2010). Uit onderzoek blijkt dat één op dezes jongeren gedragsproblemen vertoont en een op de twintig jongeren een gedragsstoornis heeft. Dit houdt in dat ongeveer 600.000jeugdigen van achttien jaar of jonger te maken hebben met een gedragsprobleem of gedragsstoornis (Boonstra et al, 2010). Dit wil niet zeggen dat al deze kinderen ook problemen vertonen binnen het onderwijs.
Gedragsproblematiek is een veelomvattend begrip. Grofweg zijn er twee typen gedragsproblemen te onderscheiden. Er kan worden gesproken van externaliserende problemen (o.a. agressief gedrag, hyperactiviteit, en pesten) en van internaliserende problemen (o.a. teruggetrokkenheid, angsten en depressieve klachten) (Boonstra et al., 2010). Deze laatste vorm van gedragsproblematiek slaat minder terug op de omgeving en dit gedrag wordt dus als minder problematisch in de klas ervaren.
Hoe groot de groep is die problemen veroorzaakt in de klas precies is niet eenvoudig vast te stellen. Cijfers hebben veelal betrekking op zogenoemde zorgleerlingen, een veel bredere categorie waar ook kinderen met leerproblemen, internaliserende problemen en een handicap onder vallen. In het onderwijs wordt in ieder geval groei ervaren van leerlingen met een gedragsprobleem. Volgens de Inspectie voor Onderwijs kon in 2007-2008 ongeveer 17% van de leerlingen in het voorgezet onderwijs aangeduid worden als zorgleerling (Onderwijsraad, 2010). Het gaat dan niet alleen om klassen in het voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en vmbo, maar ook om havo- en vwo-klassen (zie ook het praktijkvoorbeeld bij havo-klassen).
Steeds meer scholen en docenten worstelen met de vraag op welke wijze met ‘lastige’ klassen en individuele leerlingen moet worden omgegaan (Noordman, van Beusekom, Leenders & Dokman, 2010b). Uit onderzoek blijkt dat de omgang met gedragsproblematische leerlingen een breed scala van competenties op interpersoonlijk, pedagogisch, vakinhoudelijk-didactisch en organisatorisch vlak van de leraar vraagt. Een veilig leerklimaat heeft een positieve invloed op het voorkomen en tegengaan van probleemgedrag. De docent heeft een belangrijke rol in het creëren van een veilig leerklimaat. Docenten ervaren het gedrag van leerlingen in ‘lastige’ klassen echter veelal als problematisch en negatief, zonder zich bij machte te voelen de achterliggende oorzaak aan te pakken. Ze vinden vooral leerlingen met externaliserend probleemgedrag problematisch, deze leerlingen zijn volgens hen dwars, onrustig brutaal, agressief, dominant, niet sociaal, niet eerlijk, overbeweeglijk en/ of impulsief. Daarnaast zijn er ook gesloten leerlingen die moeilijk contact maken en aansluiting zoeken (Onderwijsraad, 2010). Al met al blijkt dat de problemen zich enerzijds manifesteren in het contact, zowel tussen de leerlingen onderling (bijv. afstandelijk, uitsluiting, pesten, agressie) als met de de docent (bijv. uitdagend, afstandelijk). Anderszijds wordt het leer- en leefklimaat in de klas negatief beïnvloed (bijv. beleving onveiligheid, onwenselijke groepsnormen, orde problemen en lage concentratie).
Docenten lichamelijke opvoeding geven daarbij in een andere context les dan de meeste docenten. Door de ‘vrije situatie’ waarin les moet worden gegeven ervaren zij nog vaker problemen met orde houden en omgang met gedragsproblemen dan andere docenten, maar docenten lichamelijke opvoeding hebben hierdoor vaak ook beter zicht op de problemen die spelen in een klas (Nakken, 2012).
De gevolgen van problematisch gedrag in de klas kunnen groot zijn. Het gedrag wordt echt problematisch als het tot belemmeringen in het onderwijsproces en tot minder goede onderwijsresultaten leidt. Dat wil zeggen dat enerzijds de leerprestaties van het kind zelf achterblijven en hun onderwijsloopbaan minder succesvol verloopt en/of dat anderzijds de docent (stress, lagere werkprestaties) en de klas (leerprestaties van andere leerlingen) er last van hebben (Onderwijsraad, 2010).

Doelgroepen

Leerlingen uit het reguliere voortgezet onderwijs (12-18 jaar) die zich in een klas bevinden waar het leer- en leefklimaat verstoord wordt door één of meerdere leerlingen met internaliserend of externaliserend probleemgedrag.

Intermediaire doelgroep

  • Docenten lichamelijke opvoeding die werken op een school voor regulier voortgezet onderwijs met klassen waar het leer- en leefklimaat verstoord wordt door één of meerdere leerlingen met internaliserend of externaliserend probleemgedrag.
  • De mentor, afdelingsleider en het zorgadviesteam zijn direct betrokken bij de aanpak en kunnen tijdens de LO lessen observeren en analyseren. In gezamenlijkheid (inclusief de LO docent) worden besluiten genomen over vervolgstappen.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Het verbeteren van het leef- en leerklimaat tijdens lessen LO in klassen waar dit verstoord wordt door één of enkele leerlingen met probleemgedrag

Subdoel

Subdoelen einddoelgroep

Na deelname aan de interventie Klasse(n)spel (traject van 6-8 weken) zijn de volgende subdoelen bereikt:

  • De samenwerking tussen leerlingen onderling is beter dan voor deelname aan de interventie.
  • Leerlingen houden meer rekening met elkaar dan voor deelname aan de interventie.
  • Leerlingen kunnen beter hun eigen grenzen bewaken dan voor deelname aan de interventie.
  • Leerlingen ervaren minder problematisch gedrag van elkaar.
  • Leerlingen hebben meer zicht op de wijze waarop ze overkomen op anderen dan voor deelname aan de interventie

Of deze subdoelen worden behaald moet blijken uit de resultaten van de vragenlijsten na deelname aan de interventie en de eindevaluatie.

Subdoelen intermediaire doelgroep

  • De docent lichamelijke opvoeding krijgt door de inzet van de interventie Klasse(n)spel meer zicht op de wijze waarop hij/zij overkomt op leerlingen individueel en de klas in zijn geheel. 
  • De docent lichamelijke opvoeding krijgt door de inzet van de interventie Klasse(n)spel meer inzicht in, kennis van en vaardigheden om groepsdynamica binnen de klas positief te beïnvloeden en zo het leefklimaat in de klas te verbeteren.

Nevendoelstelling

Het streven is dat de doelstellingen niet alleen worden bereikt binnen de lessen lichamelijke opvoeding maar dat de positieve veranderingen in de klas ook stand houden bij de lessen van andere docenten waar de klas les van krijgt. Via de betrokkenheid van mentor, afdelingsleider en zorgadviesteam worden de uitkomsten van de analyse ook gedeeld met de rest van het docententeam en er kan een gezamenlijke aanpak of benadering richting de betreffende klas worden afgesproken. Hier wordt echter geen specifieke aandacht aan besteed in de interventie en dit kan dus als nevendoelstelling worden beschouwd.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

Grofweg bestaat de opzet van de interventie uit 6 stappen die hieronder kort worden toegelicht.

De totale interventie wordt uitgevoerd in ongeveer 12 weken/ drie maanden.

1. Selectie van de “probleemklas”
De mentor van de “probleemklas” geeft aan dat docenten, leerlingen of ouders ervaren dat het leer- en leefklimaat in een klas is verstoord door één of meerdere leerlingen met internaliserend of externaliserend probleemgedrag. Om meer informatie over het ervaren probleemgedrag te verkrijgen wordt een vragenlijst ingezet die het gedrag van leerlingen en de interactie tussen docent en leerlingen in kaart brengen. Dit is belangrijk om een goed en breed beeld van de problematiek in kaart te brengen en om een goede inschatting te kunnen maken of de interventie zich moet richten op de hele klas of het probleem alleen geldt voor een individuele leerling of een klein groepje. In overleg met de mentor, het zorgteam/zorgcoördinator van de school voor voortgezet onderwijs en docent lichamelijke opvoeding wordt besloten of de ervaren problematiek wellicht verholpen kan worden met inzet van de interventie Klasse(n)spel.
Benodigde tijd stap: 2 weken – een uur mentor, een uur leerlingen, vijftien minuten per docent

2. Observatie van de klas
De klas wordt gedurende maximaal drie lessen lichamelijke opvoeding geobserveerd door de docent lichamelijke opvoeding. De docent lichamelijke opvoeding maakt hierbij gebruik van de activiteit tikboksen (in de gymzaal)
Benodigde tijd: 3 weken – drie lesuren en drie uur voorbereiding & evaluatie

3. Probleemanalyse (3-D sociogram en vragenlijsten)
De ingevulde vragenlijsten bij stap 1 worden in deze fase gebruikt om samen met een 3-D sociogram van de klas antwoord te vinden voor de reden van het probleem (diagnose). De docent lichamelijke opvoeding maakt op basis van een observatie van de klas een 3-D sociogram. Uitkomst van dit proces is een selectie van de meest plausibele hypothese van het probleem.
Benodigde tijd: 2 weken – twee uur docent LO, mentor, afdelingsleider, zorgadviesteam

4. Opstellen plan van aanpak
Op basis van de probleemanalyse wordt er (in overleg met de mentor en het zorgteam/de zorgcoördinator) een plan van aanpak opgesteld. In dit plan van aanpak worden verschillende acties en activiteiten opgenomen die uitgevoerd gaan worden binnen de lessen lichamelijke opvoeding.
Benodigde tijd: 2 weken – twee uur

5. Uitvoeren plan van aanpak (interventies) binnen lessen lichamelijke opvoeding
De uitvoering van de acties en activiteiten zijn opgenomen in het plan van aanpak en worden gedurende drie weken uitgevoerd tijdens de lessen lichamelijke opvoeding.
Benodigde tijd: 3 weken – drie lesuren en drie uur voorbereiding & evaluatie

6. Evaluatie
Na drie weken evalueert de docent lichamelijke opvoeding de resultaten met de mentor van de klas en het zorgteam/de zorgcoördinator. Op basis van deze evaluatie zijn er drie mogelijkheden:
• Er is een eerste verbetering zichtbaar en kan als thema in de gaten gehouden worden door de mentor en de LO docent.
• Er wordt een vervolgplan gemaakt om het traject te verlengen
• Er wordt externe hulp ingeschakeld in verband met de complexiteit van de geconstateerde problematiek (kan de uitkomst zijn van het gezamenlijke overleg)
Benodigde tijd: 1 week – twee uur

Locaties en Uitvoering

De interventie kan worden uitgevoerd door een school voor voortgezet onderwijs met docenten lichamelijke opvoeding die geschoold zijn in het uitvoeren van de interventie Klasse(n)spel. De vraag naar scholing binnen Klasse(n)spel ontstaat grofweg op 2 manieren:

  1. Docenten LO zijn geïnteresseerd in Klasse(n)spel geraakt (door workshops of artikelen) en willen het graag in het kader van professionalisering volgen om van daaruit te gaan toepassen en implementeren binnen hun school.
  2. Er is een actuele vraag binnen een school. Er zijn 1 of meerdere klassen waarbij het leer- en leefklimaat (ernstig) verstoord is. Vanuit een gezamenlijke analyse (voorbeeld training Klasse(n)spel) en gerichte interventie voor die specifieke klas, ontstaat de interesse in Klasse(n)spel en het volgen van een opleiding Klasse(n)spel.

Ondersteuning

Doordat docenten lichamelijke opvoeding een scholing kunnen volgen van de interventie-eigenaren kan de interventie in principe op elke school voor voortgezet onderwijs in Nederland worden uitgevoerd. De docenten lichamelijke opvoeding leren tijdens deze scholing voldoende om te interventie goed toe te kunnen passen binnen hun onderwijscontext. Om de geschoolde docenten te ondersteunen bij het, op de gewenste wijze, uitvoering geven aan de interventie is er een handleiding ontwikkeld. Hierin zijn de basisprincipes van de interventie te vinden, een workflow en een uitwerking van een aantal lessen. 

De interventie-eigenaren verzorgen de opleiding voor de LO docenten die Klasse(n)spel willen gaan geven. Niet elke docent LO mag en kan zomaar Klasse(n)spel geven. Pas na het met goed vervolg afronden van de opleiding kan de LO docent er mee aan het werk. Daarnaast kunnen docenten die de scholing hebben gevolgd altijd terecht met vragen bij de interventie eigenaren. Jaarlijks worden de opgeleide LO docenten gevraagd over de inzet van Klasse(n)spel. Het gaat dan om het aantal klassen waarbij het is ingezet, het moment waarop, de analyse en het onderliggende probleem en de mate van tevredenheid over het bereikte het effect. Op die manier kunnen scholen en LO docenten nog beter ondersteund worden.

Materialen

  • Gestandaardiseerde vragenlijsten + advies over meetinstrumenten (SAQI, SST, VIL)
  • Workflow (beschrijving van de stappen van de interventie) 
  • Lesbeschrijvingen observatie (tikboksen)
  • Uitgebreide presentatie
  • Handleiding 
  • Evaluatieformulieren 
  • Rapportage onderzoek (masterthesis Manon van der Spek – Onderwijskunde Utrecht afgelopen cursusjaar in Harderwijk en controle groepen Ermelo)
  • Scholingsmodule voor docenten lichamelijke opvoeding 
  • Promotiefilm Klasse(n)spel: http://www.leraar24.nl/video/2838

Organisatie

Organisatie: L&Ving Factory
Telefoon nummer organisatie: 0625078485

Contactpersoon

Naam: Ivo Dokman
Email: i.dokman@lving.nl

Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.