Sluiten

Jongeren met beperking doen vrijwilligerswerk via ‘Ik ben P.A.’

Artikel

Publicatiedatum 20 november 2020

Bij de Maatschappelijke Diensttijd (MDT) zetten jongeren zich vrijwillig in voor de samenleving. In het kader daarvan initieerde Special Heroes Nederland het project ‘Ik ben P.A. (professional assistant): jongeren met een beperking en maatschappelijk participeren’. Zodat ook jongeren met een beperking meedoen met de MDT. In dit artikel lees je hoe dit project participatie onder deze jongeren stimuleert en wat vrijwilligerswerk hen brengt.

Met vrijwilligerswerk kun je je inzetten voor de samenleving, ontdekken wat je belangrijk vindt en waar je talenten liggen. Bovendien ontmoet je er anderen en leer je organisaties kennen. Ook leer je er vaardigheden, zoals communiceren en samenwerken. Daar heb je vervolgens weer veel aan op school, studie, werk, thuis en in je vrije tijd.

Bij de Maatschappelijke Diensttijd (MDT) zetten jongeren van 14 tot 27 jaar zich daarom vrijwillig in voor de maatschappij. De pijlers zijn maatschappelijke impact, talentontwikkeling en elkaar ontmoeten. Deelnemers kunnen terecht bij organisaties uit allerlei sectoren, waaronder sport en bewegen. Ze geven bijvoorbeeld zwemles aan statushouders of organiseren samen een activiteit.

Lees ook de kamerbrief over de stand van zaken over de MDT (oktober 2020) van staatssecretaris Blokhuis, of bekijk voor feiten en cijfers de factsheet (september 2020).

Programma ‘Ik ben P.A. en MDT’

Maar vrijwilligerswerk is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Hoe laat je ook jongeren met een beperking meedoen? Daarom startte Special Heroes Nederland ‘Ik ben PA: Jongeren met een beperking en maatschappelijk participeren’. Dit programma richt zich op jongeren van 14 tot 19 jaar in het speciaal- en praktijkonderwijs. Doel is participatie, maar ook het versterken van zelfvertrouwen en talenten. Deelnemers ontmoeten anderen, met én zonder beperking. Ze ervaren waar ze goed in zijn en wat het is om ‘erbij te horen’ en mee te helpen. Het kan motivatie, zelfvertrouwen en mogelijkheden vergroten. Het blijkt voor sommigen zelfs een opstapje richting de arbeidsmarkt of een (sportgerelateerde) opleiding te zijn.

“Ik vind het heel speciaal om een P.A. te zijn, het is een titel die je niet zomaar verdient. Je moet er echt iets voor doen. Ik vind Media P.A. een belangrijke titel, die mij zelfvertrouwen geeft.” Stef Everts, Media P.A. iXperium Arnhem.

Bekijk ook de website van Ik ben P.A.

Leren en groeien

Binnen ‘Ik ben P.A.’ worden de jongeren op school opgeleid tot P.A (professional assistant). Vervolgens zetten ze zich als P.A. in de praktijk in. Dat kan zowel op school, als daarbuiten. In die praktijk doen ze minimaal 15 uur ervaring op als vrijwilliger. Het liefst samen met jongeren zónder beperking.

De PA-lesprogramma’s op school richten zich op Sport, Media, Horeca, Art, Groen of Techniek. De jongeren worden P.A. binnen hun interessegebied. Ze geven bijvoorbeeld een sportles aan een groep op de basisschool, helpen met het bereiden en serveren van een maaltijd in de sportkantine, maken filmpjes of organiseren een sportactiviteit op een schoolplein. Intussen werken ze dan aan vaardigheden als samenwerken, presenteren, omgaan met druk en tegenstand, overleggen, plannen en organiseren.

Voor sommige jongeren is de praktijkervaring eerst binnen hun eigen school – bijvoorbeeld bij een andere groep – al een grote stap vooruit. Andere jongeren kunnen ergens buiten de school hun praktijkperiode invullen. Na de succesvolle afronding van het traject krijgen ze allemaal een certificaat.

Kyara: P.A. in sport en horeca

Kyara, deelnemer project 'Ik ben P.A.'Eén van deze jongeren is Kyara, die P.A. werd in de sport. Ze leerde op school over sporten en legde daarna ouderen in de sportschool uit hoe ze fitnessapparaten konden gebruiken. Dat beviel haar heel goed. Sterker nog, ze besloot óók P.A. te worden in de horeca! Zo heeft het project Kyara geholpen om te ontdekken waar ze later wil werken.

Lees het hele verhaal van Kyara.

Praktijkgericht leren

Het project wil jongeren ook voorbereiden op een (vrijwilligers)rol in de maatschappij. De praktijkperiode draagt hieraan bij, omdat het jongeren met een beperking beter zichtbaar maakt in de maatschappij. De organisaties die meedoen krijgen ook begeleiding in het traject. Ze leren bijvoorbeeld hoe ze de jongere kunnen helpen bij ‘ervaringsleren’ en hoe ze positief coachen kunnen toepassen. Zo leren sport- en beweegaanbieders die een praktijkplek bieden hoe ze goed kunnen omgaan met deze groep.

Kansen voor organisaties en professionals

Net als de MDT wil ‘Ik ben P.A.’ organisaties en professionals inspireren om na te denken over hun maatschappelijke bijdrage. Doe je bijvoorbeeld als sportvereniging mee met het project, dan draag je bij aan een inclusieve samenleving én ontvang je een helpende hand. Verenigingen geven aan dat ze met andere ogen naar deze jongeren zijn gaan kijken. Bovendien kan deelname een positief imago opleveren. Overigens doen ook andere sport- en beweegaanbieders mee. Zo hielpen jongeren bij een sportschool om een 60+ les te geven. Ze bleven zelfs hangen voor het kopje koffie achteraf met de ouderen.

Ook voor professionals in het speciaal onderwijs is dit project waardevol. Zij ervaren een rolwisseling, van docent naar coach. Zo stimuleren zij leerlingen verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leertraject. Leerlingen leren levensecht, in de praktijk. Dat versterkt hun zelfbeeld, zelfvertrouwen en zelfredzaamheid. Bovendien ontwikkelen ze vaardigheden die ook op school handig zijn.

De waarde van vrijwilligerswerk voor jongeren met een beperking

Vrijwilligerswerk is waardevol voor jongeren met een beperking, stelt ook de wetenschap. Zowel betaalde als onbetaalde productiviteit draagt bij aan sociale inclusie [1]. Belangrijk daarbij is dat iemands eigenschappen matchen met de sociale kenmerken en eisen van de werkomgeving. Dat onderstreept het belang van maatwerk. Ook blijkt dat (vrijwilligers)werk kan bijdragen aan het herstelproces bij mensen met mentale gezondheidsproblemen [2]. Bijvoorbeeld door het creëren van verbondenheid, hoop, identiteit, betekenis, empowerment en structuur. Verder blijkt dat jongvolwassen met een ontwikkelingsstoornis die betrokken zijn bij betaald werk, school en/of vrijwilligerswerk, tevredener zijn met hun leven dan degenen die inactief zijn of alleen huishoudelijk werk doen [3].

Bekijk ook het thema ‘dagbesteding en werken’ op het Kennisplein Gehandicaptensector.

Lessen voor de toekomst

Tijdens ‘Ik ben P.A. en MDT’ komen verschillende succesfactoren naar voren, zoals:

  • Zorg voor maatwerk. Aansluiten op individuele mogelijkheden, behoeften en interesses is bij deze doelgroep extra belangrijk. Maar ook aandacht voor de werkwijze, cultuur en behoeften van de organisatie is cruciaal. Het gaat uiteindelijk om de match tussen de jongere en de praktijkervaring biedende organisatie.
  • Streef naar een warme overdracht tussen school en club. En zet competenties waar jongeren op school aan werken door naar de vereniging.
  • Begin dichtbij. Regel de praktijk ervaringsplaatsen eerst via bestaande netwerken of relaties (van jongere of school) en bouw de relaties daarna verder uit. Streef naar duurzame samenwerking; zo bouw je aan twee kanten kennis en ervaring op.
  • Stel je open. Ga het gesprek aan met jongeren en hun begeleiders en kijk hoe je barrières om te participeren in jouw organisatie wegneemt. Om de brug te slaan van school naar ‘werkvloer’ is een open houding belangrijk.
  • Deel tips en ervaringen. Zoek contact met scholen of sport- en beweegaanbieders die ervaring hebben met de doelgroep of het project. Zo kun je van elkaar leren.

Feiten en cijfers over vrijwilligerswerk door mensen met een beperking

Mensen met een beperking zijn minder betrokken bij vrijwilligerswerk (participatiemonitor NIVEL, 2015):

  • Totale bevolking: 36%
  • Mensen met een lichamelijke beperking: 28%
  • Mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking: 9%
  • Mensen met een ernstige psychische aandoening: 40%

Ook in de sport waren in 2018 mensen met een chronische aandoening en/of lichamelijke beperking minder vaak actief als vrijwilliger (4 tot 7%) dan mensen zonder aandoening of beperking (10%), blijkt uit cijfers.

Drempels om te participeren zijn bijvoorbeeld:

  • fysieke (on)mogelijkheden
  • ongeschikte of te dure vervoersmogelijkheden
  • het gevoel het niet te kunnen of er niet bij te horen
  • stigma
  • onvoldoende begeleiding
  • stress
  • eisen van de vrijwilligersorganisatie

Verder lezen?

Bronnen

  1. Lysaght R, Petner-Arrey J, Howell-Moneta A, Cobigo V. Inclusion Through Work and Productivity for Persons with Intellectual and Developmental Disabilities. J Appl Res Intellect Disabil. 2017 Sep;30(5):922-935. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27535772/ 
  2. Doroud N, Fossey E, Fortune T. Recovery as an occupational journey: A scoping review exploring the links between occupational engagement and recovery for people with enduring mental health issues. Aust Occup Ther J. 2015 Dec;62(6):378-92. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26555561/
  3. Salkever, DS. Activity status, life satisfaction and perceived productivity for young adults with developmental disabilities. Journal of Rehabilitation, 2000 66(3), 4-13.
    https://jhu.pure.elsevier.com/en/publications/activity-status-life-satisfaction-and-perceived-productivity-for–4
Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.