Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Iedereen kan sporten

Interventie

Erkenning

Goed beschreven

‘Iedereen kan sporten’ is een methode voor het creëren (stimuleren en vergroten) van aangepast (en/of geïntegreerd) sportaanbod bij sportverenigingen voor mensen met een beperking. Op basis van de lokale vraag en situatie kan de beschreven aanpak ‘ingevuld’ worden met specifiek sportaanbod. Sportbonden hebben in totaal 37 soorten sportaanbod beschikbaar voor diverse beperkingen (brochure).  

Doelgroep interventie Iedereen kan sporten
De einddoelgroep bestaat uit huidige en potentiele sporters met een motorische, visuele, auditieve, verstandelijke beperking en/of gedragsproblematiek, die belemmeringen ondervinden om te (blijven) sporten / deel te nemen binnen het reguliere aanbod. 

Uit onderzoek blijk dat de sportdeelname van mensen met diverse beperkingen achter blijft bij die van mensen zonder beperking (Mulier Instituut, 2013). Factoren zijn bijvoorbeeld het niet mee kunnen komen met andere sporters en/of het reguliere aanbod, niet gestimuleerd worden om te gaan sporten of geen (bekendheid van) aansluitend sportaanbod ((on)beperkt sportief 2013). ‘Iedereen kan sporten’ beoogt deze belemmeringen weg te nemen door bij verenigingen in Nederland voldoende vormen van sport te laten bestaan, waar mensen met een beperking met gelijkgestemden in een aparte groep en/of (uiteindelijk) geïntegreerd in het reguliere aanbod op hun eigen niveau lichamelijk actief kunnen zijn.

Doel
Het doel van ‘iedereen kan sporten’ is de sportdeelname van de kinderen, jongeren en volwassenen met een motorische, visuele, auditieve, verstandelijke beperking en/of gedragsproblematiek structureel (minimaal 40 keer per jaar) te verhogen. 

Aanpak
Om dit te bereiken hebben sportbonden en NOC*NSF met de interventie ‘iedereen kan sporten’ een ‘generieke’ aanpak beschreven. Uit ervaringen van het beschikbare (aangepaste) sportaanbod van sportbonden blijkt namelijk dat er een vergelijkbare structuur / randvoorwaarden nodig zijn om lokaal tot de match tussen vraag en aanbod te komen, oftewel mensen met een beperking structurele te laten sporten. Een vereniging die sportaanbod voor mensen met een beperking wil aanbieden doorloopt de volgende stappen.

Oriëntatiefase

  1. Enthousiast en draagvlak creëren
  2. Projectleider benoemen en/of stel werkgroep of commissie samenstellen
  3. Analyseren van de omgeving
  4. Partners binden
  5. Planvormen

Uitvoeringsfase: voorbereiding 

  • A Deelnemers en vrijwilligers werven
  • B Accommodatie aanpassen (optioneel)
  • C Kader (bij)scholen

Uitvoeringsfase: aangepast sportaanbod

  • D Kennismakingsles(sen) aanbieden (optioneel)
  • E Introductiebijeenkomst en –gesprek verzorgen
  • F Aangepaste sportaanbod structureel aanbieden
  • G Competitie spelen (optioneel)

Uitvoeringsfase: randvoorwaarden

  • A PR / Communicatie
  • B Periodieke events organiseren

Evaluatiefase

  • Vastleggen en evalueren

Probleembeschrijving

De sportdeelname van mensen met diverse beperkingen blijft achter bij die van mensen zonder beperking (Mulier Instituut, 2013). 59% van de mensen zonder motorische beperking neemt in 2011 wekelijks deel aan sport. Bij mensen met een matige of ernstige motorische beperking is dit 29%, bij mensen met een matig/ernstige visuele of auditieve beperking ligt dit percentage op 42 respectievelijk 38%. Daarbij komt dat sporters met een motorische beperking minder vaak lid zijn van een sportvereniging dan sporters zonder beperking, respectievelijk 14% en 44 %. Mensen met een beperking ondervinden diverse knelpunten en belemmeringen om te sporten. Factoren voor het achterblijven van de sportdeelname zijn over het algemeen ((on)beperkt sportief 2013):

  • Niet mee kunnen komen met andere sporters en/of het reguliere aanbod. Dit is bijvoorbeeld omdat zij niet de capaciteit hebben om met mensen zonder beperking mee te sporten, of omdat de sport op zichzelf te moeilijk is. Zo sporten mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking het meest bij verenigingen (met een aparte groep) specifiek voor mensen met een beperking en beoefent 61% van de sporter met een motorische beperking alleen een sport in een aangepaste vorm. 
  • Niet-sporters (89 %) en sporters (46%) met een motorische beperking, maar ook de meerderheid van mensen met een (lichte of matige) verstandelijke beperking wordt door de (sociale) omgeving niet gestimuleerd om te gaan sporten.
  • Geen (bekendheid van) aansluitend sportaanbod: bij lokale sportaanbieders is niet altijd bekend hoe en welk sportaanbod er voor mensen met een beperking aangeboden kan worden. Bij de doelgroep zelf is niet altijd bekend waar passende sportmogelijkheden zijn. Er is nog niet voldoende landelijke dekking. Ook is er niet overal voldoende kader met de benodigde competenties beschikbaar voor deze speciale doelgroepen.

Doelgroepen

De einddoelgroep van ‘iedereen kan sporten’ bestaat uit huidige en potentiele sporters met een motorische, visuele, auditieve, verstandelijke beperking en/of gedragsproblematiek, die belemmeringen ondervinden om te (blijven) sporten / deel te nemen binnen het reguliere aanbod. Op basis van type beperking zijn de volgende subdoelgroepen te benoemen. Een combinatie van soort beperkingen is uiteraard ook mogelijk.

  • Verstandelijke beperking: hierbij kan gedacht worde aan een IQ van 75 of lager en diagnose als Syndroom van Down. 
  • Gedragsproblematiek: hierbij is onderscheid te maken in mensen met autisme, internaliserende en externaliserende gedragsproblematiek.
  • Motorische beperking: betreft zowel rolstoelgebruikers (elektrisch en handbewogen), als ‘lopers’ die al dan niet gebruik maken van hulpmiddelen zoals een rollator, looprek, prothese en/of krukken. Er kan onder andere sprake zijn van een afgenomen spierkracht of gevoel in 1 of meerdere ledematen, spasticiteit of beperkte bewegingsvrijheid. 
  • Visuele beperking: er kan sprake zijn van blindheid, of slechtziendheid wat zich kan uiten in problemen met de gezichtsscherpte, de contrastgevoeligheid, het gezichtsveld, en de lichtgevoeligheid.
  • Auditieve beperking: Hier gaat het om zowel slechthorenden als personen die doof zijn.

Binnen bovenstaande beperkingen zijn drie leeftijdscategorieën (met specifieke vindplaats) te onderscheiden:

  1. Kinderen 6-11 jaar
    Kinderen in deze leeftijdsgroep zijn te bereiken via het (speciaal of basis) onderwijs, hun ouders, en/of revalidatie- en (jeugd)zorginstellingen, waar dan ook goed de werving zou kunnen plaatsvinden. 
  2. Jeugd 12-18 jaar
    Jeugd in deze leeftijdsgroep zijn te bereiken via het (speciaal of voortgezet) onderwijs, hun ouders en/of revalidatie- en (jeugd)zorginstellingen.
  3. Senioren vanaf 19 jaar
    Volwassenen zijn vaak te bereiken via de revalidatie- , woon-, zorginstellingen en/of welzijnsorganisaties.

Intermediaire doelgroep

De volgende intermediaire doelgroepen zijn actief om het hoofddoel en de subdoelen te bereiken:

  • Ouders/verzorgers van de deelnemers met een beperking, die ervoor zorgen dat hun kind mee kan doen aan het (aangepaste) sportaanbod.
  • Trainer/gediplomeerde sportleraar: technisch kader van de vereniging die het (aangepaste) sportaanbod verzorgt.
  • Bij kinderen 6-11 jaar en jeugd 12-18:
    Docent LO (speciaal) onderwijs, die het aangepaste sportaanbod tijdens de (optionele) kennismakingsfase binnen het onderwijs verzorgt.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Kinderen, jongeren en volwassenen met een motorische, visuele, auditieve, verstandelijke beperking en/of gedragsproblematiek verhogen hun structurele (minimaal 40 keer per jaar) sportdeelname. 

Bijvangst: Structurele sportdeelname draagt uiteindelijk bij aan een betere gezondheid, ontwikkeling van kracht, conditie, motorische vaardigheden, en beter omgaan met normen en waarden, discipline, structuur en verantwoordelijkheden. Tevens draagt structurele sportdeelname van mensen met een beperking bij aan interactie met valide sporters (voorkomen van sociale isolatie).

Subdoel

Subdoelen op de einddoelgroep:

  1. Mensen met een beperking woonachtig in de gemeente waar de interventie plaatsvindt zijn bekend met het (aangepaste) sportaanbod, binnen de club waar ze al actief zijn of bij clubs in hun omgeving;
  2. Mensen met een beperking woonachtig in de gemeente waar de interventie plaatsvindt maken actief kennis met een specifieke sport. 
  3. Deelnemers beoefenen de sport zoveel mogelijk op hun eigen niveau en in een groep met zoveel mogelijk gelijkgestemden (qua beleving en capaciteit). Hierdoor ervaren ze (meer) plezier en zelfvertrouwen in de sport.
  4. 4. 75% van de deelnemers neemt, d.m.v. een lidmaatschap bij een club, structureel (40 keer per jaar) deel aan het (aangepaste) sportaanbod. 

Subdoelen op intermediaire doelgroepen

Ouders/verzorgers van de mensen met een beperking:

  1. Ouders/verzorgers van de mensen met een beperking woonachtig in de gemeente waar de interventie plaatsvindt zijn bekend met het (aangepaste) sportaanbod, binnen de club waar ze al actief zijn of bij clubs in hun omgeving;
  2. Ouders/verzorgers van de mensen met een beperking zijn bekend met de manier waarop zij het clubkader (trainer en coördinator) kunnen ondersteunen bij het begeleiden van hun kind naar of tijdens het sporten.

Trainer/gediplomeerd sportleraar:

  1. De train(st)er(s) van de uitvoerende vereniging beschikken over kennis en vaardigheden, die nodig zijn om het (aangepaste) sportaanbod verantwoord te begeleiden;
  2. Docent LO (speciaal)onderwijs: de docent LO (speciaal) onderwijs beschikt over kennis en vaardigheden, die nodig zijn om het kennismakingsportaanbod binnen het onderwijs verantwoord te begeleiden en/of zijn bekend met (aangepaste) sportmogelijkheden bij clubs in hun omgeving en zorgen voor een continue doorverwijzing van potentiële nieuwe leden.

Randvoorwaardelijke subdoelen:

  1. Lokale professionals (medewerkers in het (speciaal) onderwijs, zorginstellingen, huisarts, gemeenten, sportservice) zijn bekend met (aangepaste) sportmogelijkheden bij clubs in hun werkgebied en zorgen voor een continue doorverwijzing van potentiële nieuwe leden.
  2. Lokale sportclub werkt (meer) samen met een of meerdere organisatie(s) waar de doelgroep te vinden is ((speciaal) onderwijs, revalidatie-, woon-, of zorginstelling) met als doel het (aangepaste) sportaanbod blijvend aan te bieden.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

Oriëntatiefase – 2 á 3 maanden

  • Maak enthousiast (creëer draagvlak)
    Initiatiefnemer neemt contact op met het regionaal sportservicepunt gehandicaptensport en de sportbond(en) voor informatie en voorbeelden en zet het op de agenda van de bestuurs- en ledenvergadering.
  • Benoem projectleider en/of stel werkgroep of commissie samen
    Verantwoordelijken voor de opstart, uitvoering en borging van de interventie worden aangesteld.
  • Maak een analyse van je omgeving, vereniging en potentiele doelgroep
    Analyseer de omgeving, vereniging en (potentiele) doelgroep in afstemming met het regionaal sportservicepunt.
  • Bindt partners aan je initiatief
    Samenwerkingspartners worden gezocht. Zie professionals, onder ‘uitvoerders’
  • Planvorming
    Het maken van een (beleids- en/of communicatie) plan en begroting.

Uitvoeringsfase: voorbereiding – 1 á 2 maand(en)

  • Werving deelnemers en vrijwilligers
    Deelnemers en vrijwilligers werven via samenwerkingspartners en ouders/verzorgers (informatiebijeenkomst).
  • Optioneel – aanpassen accommodatie
    De accommodatie toegankelijk maken voor de doelgroep.
  • Opleiden / bijscholen
    Trainers volgen (indien nodig) de opleiding c.q. bijscholing om het (aangepaste) sportaanbod aan te kunnen bieden.

Uitvoeringsfase: aangepast sportaanbod – 10 maanden (seizoen)

  • Optioneel – kennismakingslessen
    Het verzorgen van kennismakingslessen: eenmalig tijdens een sportdag of 2 á 4 keer, indien mogelijk, op de vindplaats van de doelgroep: (speciaal) onderwijs, revalidatie-, woon of zorginstelling, of een cluster.
  • Optioneel – introductiebijeenkomst en –gesprek
    Het organiseren van een startbijeenkomst voor de deelnemers (en ouders/verzorgers) bij de sportclub en voeren van introductiegesprek.
  • Structureel aangepast sporten
    Het verzorgen en borgen van de aangepaste lessen (1 á 2 keer per week), daar waar mogelijk integratie binnen reguliere lessen, en het lidmaatschap van de deelnemers bij de sportclub.
  • Optioneel – competitie spelen
    Wanneer het gaat om competitieaanbod dan kan er vanuit de aangepaste lessen een competitiegroep ontstaan en bijvoorbeeld regionale toernooien georganiseerd worden.

Uitvoeringsfase: randvoorwaarden – 10 maanden (seizoen)

  • PR / Communicatie – continue
    Het sportaanbod bekend maken/houden en ervaringen delen met clubleden en extern betrokkenen.
  • Periodieke events
    Het vieren van successen en het faciliteren van ontmoetingen tussen leden en samenwerkingspartners.

Evaluatiefase – 2 weken á 1 maand
Vastleggen (borging) en evalueren
Vastleggen bij de sportclub wat gedaan wordt: in een draaiboek en, indien aanwezig, opname in het beleidsplan. Evaluatie (d.m.v. enquête of bijeenkomst) onder deelnemers en uitvoerders. Het programma, waar nodig, bijstellen en een nieuw seizoen starten .(weer vanaf stap 7 beginnen)

Locaties en Uitvoering

De interventie in z’n geheel kan het beste uitgevoerd worden door een sportvereniging.

Ondersteuning

Met de ontwikkeling van een generieke aanpak voor het creëren van aangepast (en/of geïntegreerd) sportaanbod voor mensen met een beperking probeert NOC*NSF in samenwerking met de sportbonden en regionale sportservicepunten gehandicaptensport het aanbod landelijk dekkend te krijgen om huidige en potentiele sporters met een beperking zo laagdrempelig en goed mogelijk te bedienen. 

NOC*NSF is een adviseur gespecialiseerd in gehandicaptensport. Deze kan meer informatie en achtergronden over ‘iedereen kan sporten’ verschaffen.

Tevens zijn er via NOC*NSF en de partners van het programma Sport en Bewegen in de Buurt lokale Sportimpuls adviseurs beschikbaar die een initiatief om (meer) mensen met een beperking aan het sporten te krijgen adviseren over de kansrijkheid binnen de Sportimpuls of verbinding leggen met relevante partijen.

Om de interventie actief te promoten worden er door NOC*NSF in samenwerking met de sportbonden en regionale sportservicepunten inspirerende praktijkvoorbeelden opgehaald en verspreid.
Gemeenten kunnen door NOC*NSF pro-actief benaderd worden wanneer er sportdeelname kansen voor de doelgroep zichtbaar zijn.

Bij de sportbonden die opgenomen zijn in de brochure ‘iedereen kan sporten’ is er op het bondsbureau een gespecialiseerde medewerker (in het sportaanbod voor mensen met een beperking) aanwezig. Deze kan meer informatie en achtergronden over het sportsecifieke aanbod verschaffen. Sportbonden ondersteunen, via het accountmanagement, aangesloten verenigingen met het ontwikkelen van de visie op het sportaanbod voor mensen met een beperking en bij het opzetten/uitbreiden van activiteiten voor de doelgroep. Dit is een advies op maat en kan telefonisch plaatsvinden of tijdens een werkbezoek / gesprek bij de club of verenigingsdag of –congres in de buurt van de club. Indien passend wordt gebruik gemaakt met activiteiten uit het programma ‘samen naar een veilig sportklimaat’. (bijvoorbeeld: besturen met een visie). Niet-leden kunnen afspraken maken over ondersteuning op maat. Ook kan de sportbond het contact leggen met de gemeente of provinciale sportservicepunt.

De Regionale Sportservicepunten zijn degenen die in contact staan met de doelgroep, die alle partijen in een regio met elkaar verbinden en weten waar behoefte aan is en of het aansluit bij wat er al aan aanbod is.

Overdrachtstrainingen
Daarnaast zijn er ook situaties waarbij de sportbond tijdens de opstartperiode experts lokaal laat meewerken (wintersport). Deze experts zorgen voor kennisoverdracht naar de vereniging, zodat deze het na verloop van tijd zelfstandig uit kunnen voeren. Wanneer het gaat om competitieaanbod dan kan een talentcoach van de sportbond de talentvolle deelnemers en hun trainers begeleiden bij het goed aanbieden van een trainingsprogramma.

Materialen

De volgende materialen zijn beschikbaar:

  • Handleiding generieke interventie ‘iedereen kan sporten’;
  • Stappenplan ‘iedereen kan sporten’;
  • Website: www.paralympisch.nl/zelf-sporten
  • Inspirerende succesverhalen van ‘iedereen kan sporten’;
  • Brochure ‘sportaanbod voor mensen met een handicap’;
  • Brochure ‘iedereen kan sporten – tipcs & trucs voor het onderwijs’;
  • Overzicht opleidingen voor trainers;
  • Landkaart gehandicaptensport; 
  • Contactgegevens van sportbonden en partners. 

De volgende materialen zijn via de sportbonden op te vragen:

  • Sport specifieke handleidingen, zoals handboek G-voetbal en G-jeugdkorfbal
  • Sport(kennismakings)mappen met lesinhoud voor trainers / leraren
  • Materiaalpakket om direct aan de slag te kunnen met de desbetreffende sportactiviteiten en/of met de mogelijkheid om ‘in bruikleen’ gebruik te maken van sportspecifieke materialen. 
  • PR producten: websites, flyers, video’s

Bovenstaande is tevens opgenomen in de bijlage: ‘overzicht producten en materialen gehandicaptensport’. (Inmiddels zijn hier twee nieuwe producten aan toegevoegd: Pakket Swimstar Special, kennismaken met de zwemsport en SuperSpetters Special, beloningssysteem tijdens zwemles).

Organisatie

Organisatie: NOC*NSF
Telefoon nummer organisatie: 026 483 4400

Contactpersoon

Naam: Nina Oosterloo
Mobiel nummer: 0622746882
Email: nina.oosterloo@nocnsf.nl

Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.