Sluiten

Hoeveel geld geven gemeenten uit aan sport: de afgelopen 5 jaar tot nu

Feiten & cijfers

Publicatiedatum 30 april 2020

De sportsector wordt, naast door de sporters zelf (contributies, lesgelden), vooral gefinancierd door gemeenten. Om een goed beeld te hebben van de gemeentelijke uitgaven aan sport en bewegen, de ontwikkelingen hierin en de uitwerkingen hiervan op de sector, brengt het Mulier Instituut sinds 2015 de Monitor Sportuitgaven Gemeenten uit. In dit artikel kijken we naar de belangrijkste resultaten van de afgelopen 5 jaar.

2014: sport ontzien bij bezuinigingen, wel signalen voor daling

Uit het eerste rapport bleek dat gemeenten bijna € 1.195 miljoen aan sport uitgaven in 2014. Ten opzichte van 2010 liep de sportbegroting in 2014 op tot een index van 105, terwijl de totale gemeentelijke uitgaven een daling lieten zien. Het aandeel sport in de begroting nam iets toe (ook binnen de categorie ‘vrije tijd’) en dus leek sport ontzien bij de bezuinigingen.

Gecorrigeerd voor inflatie zagen we echter wel een daling van de uitgaven. Als er werd bezuinigd, dan raakte dat vooral verenigingen. Door hogere tarieven, minder onderhoud aan accommodaties, meer taken en minder subsidies. Naast bezuinigingen waren er ook wel (incidentele) investeringen.

De uitgaven aan sport verschillen per gemeente, net als de manier van boeken hiervan. Per inwoner gaven gemeenten in 2014 gemiddeld € 67 uit voor sport. Grote gemeenten gaven meer uit dan kleine gemeenten, ditzelfde geldt voor stedelijk versus niet-stedelijk. Daarnaast bleek dat gemeenten in noordelijke provincies, gemeenten met weinig jongeren, krimpgebieden en gemeenten met minder accent op uitbesteding van accommodaties, meer uitgaven per inwoner.

2015: voor het eerst een afname van de uitgaven

Een eerste daling in uitgaven diende zich aan in het tweede rapport. In 2015 gaven gemeenten € 1.210 miljoen uit aan sport. Dat lijkt een stijging ten opzichte van het voorgaande jaar, maar omdat de cijfers voor 2014 werden gecorrigeerd was er toch sprake van een daling van 1%. Het aandeel sport in de totale uitgaven neemt nog wel toe. Per inwoner gaven gemeenten in 2015 voor sport gemiddeld € 64,50 uit.

Verschillen zijn opnieuw groot tussen gemeenten, maar over het algemeen geldt: hoe meer inwoners, hoe meer uitgaven. Al lijken grote gemeenten minder aan sportstimulering te besteden. Het rapport maakt ook duidelijk dat het beeld van gemeenten over hun eigen uitgaven, afwijkt van de werkelijkheid. Tevens zien we dat er al sinds 2010 structureel meer wordt uitgegeven dan begroot.

2016: lichte daling zet door

De Monitor Sportuitgaven gemeenten liet in het derde jaar opnieuw een lichte daling zien, met 1%. In 2016 gaven gemeenten € 1.202 miljoen uit aan sport. Het aandeel sport in het totaal is redelijk constant en binnen de categorie ‘vrije tijd’ heeft sport nog steeds een belangrijke positie. In 2016 wordt per inwoner gemiddeld € 64,90 uitgegeven.

Het rapport zoomt weer in op de verschillen per gemeente. Gemeenten geven het meest uit aan sportaccommodaties. Iets waarvan je je volgens het rapport kunt afvragen in hoeverre dit aansluit bij de beleidsdoelstellingen. Die schuiven immers meer op naar bewegen en gezondheid. Lees meer in dit artikel van Remco Hoekman van het Mulier Instituut: Investeer in beleid, niet in beton.

Het rapport gaat ook in op de relatie tussen sportuitgaven en sportdeelname. Het is volgens de onderzoekers lastig te bewijzen dat als een gemeente méér uitgeeft, dat mensen dan ook meer gaan sporten. Er zijn immers ontzettend veel factoren die iemands sportgedrag bepalen, het uitgavenpatroon van gemeenten blijkt niet altijd consistent, een deel van het budget komt terecht bij jonge kinderen en daar ontbreken in dit onderzoek de sportdeelnamecijfers van en er is een toename van sporters die nauwelijks accommodaties gebruiken. De highlights van 2016 vind je terug in deze infographic.

2017: ook aandacht voor sport en bewegen in de openbare ruimte

In 2017 werd het IV3-registratiesysteem aangepast (zie kader), wat vergelijking met voorgaande jaren lastig maakt. In 2017 gaven gemeenten € 1.056 miljoen uit aan sport. Globaal gezien zijn de uitgaven wel vergelijkbaar met de jaren ervoor. Van de uitgaven ging 71% naar sportaccommodaties, de rest naar sportbeleid en activering. Sporten en bewegen in de openbare ruimte nam in deze periode toe, daarom keek het rapport ook naar uitgaven aan openbaar groen en (openlucht) recreatie. Gemeenten gaven hier in 2017 € 1.227 miljoen aan uit.

Per Nederlander geven gemeenten gemiddeld € 59 uit aan sport. Waarvan € 45 aan sportaccommodaties en € 14 aan sportbeleid en activering. Qua sportaccommodaties gaat het meeste naar investeringen/afschrijvingen. Qua sportbeleid en activering vooral naar subsidies sportstimulering. Nog steeds geldt: hoe groter de gemeente, hoe hoger de uitgaven aan sport. Kleinere gemeenten geven meer uit aan openbaar groen en (openlucht) recreatie.

Tot slot zien we dat in gemeenten die minder uitgeven, de sportdeelname (en in iets mindere mate ook het clublidmaatschap) hoger ligt. Als mogelijke verklaring geven de onderzoekers aan dat gemeenten die weten dat hun sportdeelname cijfers laag zijn, hierdoor juist meer uitgeven aan sport.

2018: clusters en uitbesteding sporttaken

Eind 2019 verscheen het vijfde rapport van de Monitor Sportuitgaven Gemeenten. De sportuitgaven kwamen voor 2018 uit op € 1.084 miljoen. In vergelijking met 2017 is dit een stijging (zonder te kijken naar inflatie en bevolkingsgroei). Ongeveer een kwart van de sportuitgaven gaat naar sportbeleid en activering, het overige deel naar sportaccommodaties. De ‘groei’ zien we terug op dit laatste onderdeel. In 2018 is aan openbaar groen en (openlucht) recreatie € 1.283 miljoen uitgegeven.

De sportuitgaven per Nederlander komen uit op € 64 (€ 47 aan sportaccommodaties en € 17 aan sportbeleid en activering).

Dit jaar geeft het rapport ook inzicht in clusters met een aantal kenmerken van gemeenten en dan dus verschillen in uitgaven. Hieruit blijkt dat:

  • In sterk stedelijke gemeenten (met dus meer mensen met een niet-westerse achtergrond en minder clublidmaatschappen) wordt meer uitgegeven aan sportbeleid en activering.
  • In gemeenten met het kenmerk ‘minder hoogopgeleid, minder stedelijk’ zijn de uitgaven aan sportaccommodaties hoger.
  • De uitgaven aan openbaar groen en (openlucht) recreatie zijn het hoogst in gemeenten waar de bevolking wat ouder, rijker en fysiek actiever is.

Ook schenkt het laatste rapport aandacht aan de uitbesteding van gemeentelijke sporttaken en de relatie met de uitgaven. 33% van de gemeenten gebruikt een extern verzelfstandigd sportbedrijf voor hun sporttaken. 13% doet dat voor zowel sportaccommodaties als sportbeleid en activering. 16% alleen voor sportaccommodaties en 4% alleen voor sportbeleid en activering. Als gemeenten beide taken uitbesteden, zijn de uitgaven voor sportbeleid en activering per inwoner het hoogst. De uitgaven voor sportaccommodaties per inwoner zijn in dit geval het laagst. Of uitbesteding van de exploitatie hiermee goedkoper lijkt, is door de onderzoekers nog niet duidelijk vast te stellen.

Toekomst

Het rapport over 2019 zal volgens de onderzoekers meer inzicht geven in de sportuitgaven na de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Van het rapport over 2020 werd verwacht de extra uitgaven van gemeenten voortkomend uit de plannen van het Nationaal Sportakkoord terug te zien. Maar of dit nu (ten tijde van COVID-19) nog steeds zo is, zal de toekomst moeten uitwijzen.

 

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.