Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Hoe ex-topschaatser Stefan Groothuis grenzen leerde stellen

Interview

Voormalig topsporter Stefan Groothuis belandde in een depressie en werd alsnog wereldkampioen. Hij vertelt openhartig over zijn ambities, zijn depressie en zijn ervaringen.

Op 12 maart 2016 rijdt Stefan Groothuis, met op elke arm één van zijn zoontjes, een ereronde in een afgeladen Thialf. Met één duizendste van een seconde wint het Nederlandse team – met Groothuis, Mulder en Verbij – het onderdeel Teamsprint bij de wereldbekerfinale in Thialf en verslaat Canada. Een emotionele afsluiting van een carrière die gekenmerkt wordt door hoge toppen en diep dalen.

Bokito haalt snelheden van 60 km per uur

Stefan lacht als er naar zijn bijnaam ‘Bokito’ wordt gevraagd. “Iedereen in de ploeg had een bijnaam. Ik had vrij lange armen, was sterk en at veel bananen. De trainer noemde me daarom Bokito, naar de bekende ontsnapte gorilla. Mijn trainingsmaatjes namen het over en de media kreeg er lucht van en zo werd ik Bokito. Ik ben trouwens niet agressief…”

Stefan Groothuis in trainingSchaatsen was Stefans grote passie: “Schaatsen is een fantastische sport. De beweging die je maakt is heel bijzonder. Als je de techniek beheerst, goed kan timen en fysiek sterk bent, ga je zó snel! Het is de snelste sport waarbij je zonder overbrenging of hulpmiddelen, maar alleen met de kracht van je eigen lichaam snelheden van bijna 60 km per uur haalt.”

Stefan vervolgt: “Ik begon vrij laat met wedstrijdschaatsen, ik was een jaar of 14. Daarvoor schaatste ik op natuurijs. Dat doe ik nog steeds, ook met mijn kinderen. Het is heerlijk om buiten te zijn in de natuur, langs de wuivende bomen en de rietkragen te schaatsen in plaats van binnen te zitten. Wedstrijdschaatsen doe ik niet meer, dat hoofdstuk heb ik afgesloten. Ik vind het wel leuk om ex-collega’s te zien schaatsen.”

Alleen maar bezig met winnen en presteren

Al snel wordt duidelijk dat Stefan een groot talent is. In 2006 wordt hij Nederlands kampioen sprint. In 2007 raakt hij geblesseerd, maar hij komt sterk terug in 2008/2009. Tijdens de Olympische Winterspelen in 2010 eindigt hij net naast het podium op de 1000 meter. In 2011 gaat het mis en krijgt hij mentale klachten. “Ik had al jaren moeite met tegenslagen op schaatsgebied. Ik wilde winnen. Hoe dichter ik bij dat winnen kwam, hoe meer ik vond dat ik ook moest winnen. Met de sportpsycholoog ging ik een traject aan om mijn prestaties te verbeteren.

Ik zat niet lekker in mijn vel en ook privé gebeurde er veel: we kochten overhaast een huis in een economische crisistijd en mijn vrouw was zwanger. Door die combinatie van factoren begon ik te piekeren. Eerst kreeg ik een manische periode. Ik praatte aan een stuk door, sliep maar 2 uur per nacht en werd pas rustiger toen ik medicijnen kreeg. Maar toen klapte ik de andere kant op en zat ik de hele zomer depressief op de bank. Ik schaamde me kapot, omdat ik het gevoel had dat ik alles verknald had. Ik kreeg onverklaarbare emotionele buien. Mijn zelfvertrouwen was compleet verdwenen. ”

Steun van naasten en professionals

Stefan krijgt veel steun van zijn vrouw, familie en vrienden. Hij vertelt dat het moeilijk is voor zijn naasten: “Het is verschrikkelijk belangrijk dat ze je steunen en gelukkig kreeg ik ook alle steun. Maar zo’n heftige periode is soms ook lastig voor hen. Een goedbedoelde opmerking viel af en toe verkeerd bij mij, maar ze wisten vaak ook niet precies wat ze moesten zeggen en op welk moment. Ik ben uiteindelijk naar de reguliere geestelijke gezondheidszorg gestapt. Dat was ook een drempel: eerst moet je naar de huisarts en dan duurt het vaak nog weken of maanden eer je terecht kunt bij een psycholoog. Achteraf gezien had ik veel eerder stappen moeten ondernemen.”

Levenslessen en 2x wereldkampioen

“Ik wens niemand een depressie toe, ik zou er bij wijze van spreken zelfs mijn mooiste medaille voor willen inruilen om het niet mee te maken. Maar toch heeft het me ook levenslessen gebracht. Het is voor mij een moment geweest waarop ik meer stil stond bij mezelf en me afvroeg waarom het mis ging met mij als schaatser.“ Stefan verklaart: “winnen was mijn enige optie. Dat is ongezond. Maar ook de media brengt het zo naar buiten, mensen verwachten dat je wint. Dat geeft enorme prestatiedruk.”

“In die zomer van 2011 was schaatsen bijzaak. Ik trainde minder en stond er fysiek slecht voor. Ik had geen verwachtingen en schaatste daardoor vrijer en meer ongedwongen. In januari 2012 werd ik wereldkampioen sprint en in maart wereldkampioen op de 1000 meter….Hoe dat kan? Ik kan het niet echt onderbouwen, maar ik merkte dat ik anders dan die jaren daarvoor, écht ontzettend genoot. Ik had een gevoel dat ik me niet meer hoefde te bewijzen, ik was gewoon heel blij dat ik aan het schaatsen was!”

Tips van Stefan voor amateursporters, topsporters en hun omgeving

  • Blessures maken je extra gevoelig voor het krijgen van mentale klachten. Neem voorzorgsmaatregelen en zorg dat je sport geen verslaving wordt. Zoek afleiding op andere gebieden.
  • Focus en herfocus: heb aandacht voor alles wat je doet en realiseer je dat gedachten geen feiten zijn.
  • Mediteer, doe aan yoga of aan mindfulness.
  • Je kunt beter je been breken, want op mentale klachten ligt nog steeds een taboe. Gelukkig zijn er steeds meer mensen die erover praten. Ik realiseerde dat ik wel sprak over mijn fysieke conditie en niet over mijn mentale. Nu ben ik ambassadeur van de Depressie Vereniging.
  • Laat je niet te veel leiden door social media. Daar lijkt het vaak alsof ieders leven rozengeur maneschijn is.
  • Praat met een sportpsycholoog over je prestatieverbetering, maar als je je niet lekker in je vel zit, ga dan zeker op tijd naar je huisarts. Die kan je verwijzen naar de reguliere geestelijke gezondheidszorg.
  • Steun uit de omgeving is essentieel. Ga als naaste niet de problemen bagatelliseren en probeer dooddoeners als ‘Kijk naar wat je allemaal hebt’ en ‘Wees gelukkig’ te vermijden.
  • Laat mensen die depressief zijn, praten. Geef niet meteen tips, maar luister naar ze.

Zoektocht naar invulling

“Mijn laatste wedstrijd in maart 2016 in een bomvol Thialf toen we de wereldbekerfinale met het Nederlandse team wonnen, was heel bijzonder.” Stefan zegt dat hij niet echt moeite had om te stoppen: “Ik was heel realistisch. Ik was 34, fysiek minder sterk en had in 2015 nog een skeelerongeluk gehad. Ik was er wel klaar mee, het was wel goed zo. Bovendien wilde ik meer tijd voor mijn gezin hebben en graag iets met mijn levensverhaal doen.”

Stefan start zijn eigen bedrijf Bokito Works waarin hij zijn eigen ervaringen als mens en topsporter combineert. Sport, food en mind zijn de drie kernwoorden. “Na mijn sportcarrière viel ik toch een beetje in een zwart gat. Ik was zoekende en moest ineens weer presteren op een heel nieuw vakgebied. Het werd weer een te heftige ambitie en ik was alleen maar met mijn bedrijf bezig. Ik zocht een invulling voor de lege plek die het schaatsen achterliet. Dit was het moeilijkste jaar sinds 2011, ik moest een werkzaam leven hebben en ben er vol ingedoken.

Maar ik heb me herpakt en besloten om even te stoppen met mijn eigen bedrijf. Ik werk nu in de bouw, dat voelt goed en is zorgeloos. Ik trek een grens, heb meer aandacht voor wat ik doe en ik geniet veel meer. En ik heb veel meer tijd voor mijn gezin. Wie weet in de toekomst, ga ik nog iets doen met mijn ervaringen…op een andere manier…misschien ook niet…ik zie het wel!”

Meer lezen over (top)sporters en mentale klachten

Wat kunnen we leren van mentale klachten bij topsporters? En wat kan een (fanatieke) amateursporter hiervan leren? Lees het interview met Paul Wylleman, Hoogleraar sportpsychologie aan de Vrije Universiteit Brussel en begeleider van TeamNL.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.