Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Het fysiologische profiel van topjudoka’s

Artikel

Geplaatst op 27 oktober 2011

Geplaatst op 27 oktober 2011

Judo is een dynamische sport waarbij in korte tijd een intensieve inspanning wordt gevraagd. In gemiddeld 3 minuten wordt door fysieke, tactische en technische kwaliteiten duidelijk wie de winnaar is. Korte intensieve periodes van inspanning worden afgewisseld met korte onderbrekingen. Zijn er fysiologische kenmerken waarin judoka’s zich van andere sporters onderscheiden? Is er verschil tussen topjudoka’s en recreanten? De belangrijkste bevindingen uit de verschillende studies zijn in de review van Franchini et al. samengevat.

Uit 20 studies blijkt dat mannelijke judoka’s veel spierontwikkeling hebben met een laag vetpercentage (vaak < 10%). Voor de vrouwelijke judoka’s geldt dat het vetpercentage grote verschillen laat zien. Op topniveau is er weinig verschil tussen mannen en vrouwen als het gaat om isometrische kracht (bijvoorbeeld het vastpakken van de tegenstander) als gecorrigeerd wordt voor het lichaamsgewicht, zo bleek uit 8 studies. Op lager niveau zijn deze verschillen veel groter. Dit verschil is te verklaren door de vele trainingsuren die topjudoka’s maken in vergelijking met recreanten. Uit 4 studies is gebleken dat zowel mannelijke als vrouwelijke topjudoka’s bij de beste 10-20% scoren voor de sit-ups en de push-ups volgens de rangtabellen van Heyward [1]. Het anaerobe vermogen van het bovenlichaam van de topjudoka’s (gemeten met de Wingate-test voor het bovenlichaam) is erg hoog. Uit 8 studies bleek dat topjudoka’s tot de beste 10% behoren wanneer hun scores worden vergeleken met scores van niet-sporters op de Wingate-test voor het onderlichaam. Het vermogen van een vrouwelijke topjudoka is vergelijkbaar met het vermogen van jongere mannelijke judoka’s of mannelijke judoka’s op een lager niveau. Vrouwelijke topjudoka’s kunnen dus prima trainen met mannelijke judoka’s in dezelfde gewichtsklasse. De explosieve beenkracht (gemeten door een spronghoogtetest en de Wingate-test) is bij topjudoka’s hoog terwijl het anaerobe vermogen in het onderlijf van topjudoka’s (gemeten in 8 studies) vergelijkbaar is met andere atleten. Uit 31 studies is gebleken dat het aerobe vermogen van topjudoka’s gemiddeld 55 ml/kg.min voor mannelijke en 45 ml/kg.min voor vrouwelijke judoka’s is. De spierkracht in het bovenlijf en het anaerobe vermogen kunnen mogelijk bepalende succesfactoren zijn voor topjudoka’s. De explosieve kracht (spronghoogte en score op de Wingate-test) in de benen onderscheidt topjudoka’s van recreanten.

In de review van Franchini et al. ontbreekt informatie over trainingsmethodes. Hierdoor is niet duidelijk of de gevonden verschillen tussen topjudoka’s en gemiddelde judoka’s het gevolg zijn van training of aanleg. Gegevens uit de review kunnen niet zonder meer als normwaarden worden gebruikt. De gegevens zijn wel als referentiewaarden bruikbaar. Om meer duidelijkheid te krijgen over het ontstaan van het fysiologische profiel zouden beginnende judoka’s over de tijd moeten worden gemeten.

S. (Susan) Vrijkotte

__________
[1] Heyward VH (1997) Advanced fitness assessment and exercise prescription. Champaign (IL): Human Kinetics.

Franchini E, Del Vecchio FB, Matsushigue KA, Artioli GG (2011) Physiological profiles of elite judo athletes. Sports Med., 41: 147-166.
Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.