Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Gezond en ongezond seksueel gedrag in de sport

Artikel

Het risico dat jij in de sport geconfronteerd wordt met signalen of vermoedens van ongepast seksueel gedrag is reëel. Een meisje van 4 jaar gluurt in het zwembad onder de deur van een kleedhokje door. Is dat seksueel gepast of ongepast gedrag? Als sportprofessional of -vrijwilliger kun je maar beter goed voorbereid zijn op dergelijke situaties. Want, wat mogen we beschouwen als ‘normaal’ en wanneer is bijsturing noodzakelijk en hoe kun je op de juiste manier reageren? Het vlaggensysteem biedt hiervoor duidelijke kaders en maakt seksuele integriteit binnen de sportorganisatie bespreekbaar.

Moeilijk onderwerp

NOC*NSF merkt dat seksuele intimidatie bij steeds meer sportbonden en sportverenigingen hoog op de agenda staat. Uit internationaal onderzoek blijkt dat één op de vijf sporters binnen de sportclub minstens eenmalig een negatieve ervaring meemaakt op het gebied van seksuele grensoverschrijding. “Toch blijft seksueel gedrag in de sport voor veel mensen een lastig onderwerp om te bespreken en om (preventief) beleid op te maken”, zegt Esther van der Steeg, consulent seksuele gezondheid en gedragswetenschapper. “Pas wanneer het echt mis gaat, wordt overgegaan tot actie; het is seksuele intimidatie òf het is niks, en zo is het natuurlijk niet. Daarom pleiten wij voor meer aandacht voor dit thema in cursussen en opleidingen voor huidig en toekomstig sportkader.”

 

Attitudes

Esther van der Steeg (l) en Feline Platzer (r)
Esther van der Steeg (l) en Feline Platzer (r)

Aanleiding voor dit pleidooi vormt het onderzoek van Feline Platzer en Roos Verhoeven van de Universiteit Utrecht. Onder begeleiding van Van der Steeg hebben zij in opdracht van de opleiding Algemene Sociale Wetenschappen (Universiteit Utrecht) en de Calo (Hogeschool Windesheim) onderzoek gedaan naar de attitudes van studenten en docenten omtrent seksuele en lichamelijke integriteit op de Calo. Er blijkt in de sport frequent sprake te zijn van seksueel grensoverschrijdend gedrag en dit vormde dan ook de aanleiding voor het onderzoek waarin 144 studenten zijn bevraagd middels een enquête. Daarnaast zijn er diepte interviews gehouden met een aantal docenten en vertrouwenspersonen.

Signaleren en reageren

Wat vooral opvallend is”, zo geeft Van der Steeg aan, “docenten in opleiding zijn zich er niet van bewust dat goed bedoeld gedrag niet altijd goed wordt ontvangen.” Docenten Lichamelijke Opvoeding en sportkundigen zijn mede verantwoordelijk voor een veilig en pedagogisch verantwoord sportklimaat. Professionaliteit en integriteit spelen een belangrijke rol bij veiligheid. “Docenten moeten niet alleen kennis hebben over wat seksueel integer gedrag is, maar moeten ook seksueel gedrag kunnen signaleren en er passend op reageren. Het herkennen van gezond en ongezond seksueel gedrag zorgt er namelijk voor dat je weet wanneer het grensoverschrijdend is”, voegt Platzer toe.  

Cultuur

Omkleden in zaal: gezond gedrag Een overgrote meerderheid van de studenten op de Calo vindt het omkleden in de sportzaal (en niet in de kleedkamer) heel gewoon. Dit is typerend voor de cultuur van de Calo, die als voordeel heeft dat studenten zich thuis voelen en de drempel om contact te hebben met docenten laag is. Juist in een dergelijke cultuur is aandacht voor seksuele integriteit noodzakelijk. Een nadeel is namelijk dat grenzen tussen studenten en docenten makkelijk vervagen en hierdoor een risico vormen voor seksuele grensoverschrijding. Dat er meer aandacht nodig is voor seksualiteit wordt beaamd door de ondervraagde studenten; de helft van de studenten wil meer praktische aandacht voor seksualiteit in het curriculum.

“Het is zowel voor studenten als docenten handig om meer duidelijkheid te krijgen over de gewenste professionele omgangsvormen met betrekking tot seksuele integriteit. Deze omgangsvormen moeten niet vrijheidsbeperkend zijn, verstikkend werken of onzeker maken, maar ze moeten juist duidelijkheid geven en de sociale veiligheid van studenten en docenten verstevigen”, aldus Platzer.

'Elephant in the room'

Seksuele integriteit is een onderwerp waarover niet veel over wordt gesproken. “Het is een onderwerp dat er is, dat speelt, maar waar niemand het over heeft”, geeft Platzer aan. Uit het onderzoek blijkt een wisselend enthousiasme over het belichten van seksuele integriteit, en dan specifiek over een mogelijk preventiebeleid. Vanwaar dit wisselende enthousiasme? Critici vrezen beperkt te worden in hun handelingsvrijheid. Uit het onderzoek blijkt dat voorzichtig en omzichtig omgaan met seksuele situaties remmend en benauwend kan werken en dient te worden voorkomen. Het is belangrijk een balans te vinden tussen de ruimte en sociale grenzeloosheid in het werk enerzijds en het stellen van sociale kaders en inperking van de vrijheid anderzijds.

Het vlaggensysteem

Een mooi instrument om het onderwerp seksuele integriteit in opleidingen en bij sportorganisaties bespreekbaar te maken is het Vlaggensysteem. “Dit Vlaggensysteem is onlangs specifiek doorontwikkeld voor de sportcontext”, vertelt van der Steeg enthousiast. “Je kan niet van alle (jeugd)sportbegeleiders verwachten dat zij als experts omgaan met deze, vaak delicate, kwesties. Dat is ook niet nodig, maar met enige scholing, duidelijke afspraken, verantwoordelijkheidsgevoel en oplettendheid kunnen veel problemen worden voorkomen.” Van der Steeg benadrukt enkele risicofactoren die specifiek voor de sport gelden. Ze zijn grofweg onder te brengen in de volgende twee kenmerken:

  1. Lichamelijkheid
  2. Macht

Lichamelijkheid

Gezond gedrag: groepshugDe sportspecifieke kleding, waarin het lichaam (deels onbedekt) goed zichtbaar is. Een trainer raakt de sporter regelmatig aan om bepaalde technieken aan te leren of de veiligheid te garanderen. Ook bij sporters onderling speelt dit. Denk bijvoorbeeld aan het gezamenlijk douchen en omkleden en de ‘groepshug’ na het scoren. Het is voor de sporter en de trainer niet altijd makkelijk om te beoordelen waar de grens ligt tussen wel en niet aanvaardbaar gedrag.

Macht

Een trainer/coach/docent heeft vanuit zijn positie macht, status en aanzien. Dat machtsverschil zorgt voor onbalans, hetgeen het risico op misbruik vergroot. Jonge topsporters vormen een kwetsbare groep, vanwege vele uren individuele training, trainingskampen en toernooien. De prestatiedruk kan zo hoog zijn dat seksuele intimidatie een aanvaardbare opoffering lijkt voor de sporter.

Het Vlaggensysteem is bedoeld als hulpinstrument om afspraken te maken over de manier waarop een sportorganisatie omgaat met seksueel gedrag tussen kinderen en jongeren onderling en tussen minderjarigen en volwassenen. Van der Steeg, die zelf sportorganisaties begeleidt bij het werken met het Vlaggensysteem, legt uit hoe je aan de hand van 6 criteria gekleurde vlaggen toekent aan bepaalde situaties.

Correct inschatten volgens zes criteria

Als aan één van de onderstaande criteria niet is voldaan, is de situatie niet oké en moet er een gepaste reactie van docent, sportleider of bestuurder volgen.

  1. Toestemming
    Lichamelijk of seksueel gedrag (denk in de sportcontext aan aanraken/huggen een flirterige opmerking, schuine grappen) is alleen oké als alle betrokkenen duidelijk akkoord gaan en zich er prettig bij voelen.

 

  1. Vrijwilligheid
    Er mag bij lichamelijk of seksueel gedrag geen sprake van dwang of druk zijn.
  1. Gelijkwaardigheid
    Lichamelijk en seksueel gedrag is alleen oké tussen gelijkwaardige partners.
  1. Ontwikkeling
    Seksueel gedrag dat niet past bij een bepaalde leeftijd of ontwikkelingsfase is niet oké (het vlaggensysteem biedt een lijst waarin per leeftijdsgroep precies staat beschreven welk seksueel gedrag hoort bij een normale ontwikkeling).
  1. Context
    Gezond lichamelijk of seksueel gedrag is aangepast aan de context: de situatie of omstandigheden.
  1. Zelfrespect
    Kinderen en jongeren mogen zichzelf of de ander door wat ze doen of door het creëren van een bepaalde situatie geen schade aandoen.

Gepast reageren

Gepast reageren op lichamelijk of seksueel overschrijdend gedrag is belangrijk, maar niet gemakkelijk. Dat kan alleen als je de situatie goed inschat. Bovenstaande zes criteria helpen daarbij.

Vlaggensysteem
Vlaggensysteem

We maken onderscheid met vlaggen.

  • Een groene vlag: aanvaardbaar lichamelijk of seksueel gedrag
  • Een gele vlag: licht grensoverschrijdend lichamelijk of seksueel gedrag
  • Een rode vlag: ernstig grensoverschrijdend lichamelijk of seksueel gedrag
  • Een zwarte vlag: zwaar grensoverschrijdend of seksueel gedrag

De kleur van de vlag geeft aan hoe je gepast kan reageren. Het Vlaggensysteem maakt gebruik van steekkaarten, waarop allerlei situaties van lichamelijk of seksueel overschrijdend gedrag in de sport zijn getekend en beschreven. Telkens staat er bij hoe je de situatie kunt beoordelen en gepast kunt reageren.

Onaangekondigd kleedkamer binnenkomenAan het eerder genoemde voorbeeld waarin een trainster de jongenskleedkamer onaangekondigd binnenstormt wordt de gele vlag gekoppeld. Het gedrag wordt ervaren als licht grensoverschrijdend. Er is namelijk geen toestemming gevraagd of gegeven om binnen te komen. De sporters komen niet vrijwillig in de situatie terecht. Bovendien is de relatie tussen de trainster en de sporters niet gelijkwaardig. In de kleedkamer hoor je de nodige privacy te hebben (zelfrespect). Het is dus in strijd met het criterium context om die ruimte zonder kloppen te betreden als trainer of bestuurslid.

Het Vlaggensysteem stelt de volgende concrete reactie van een bestuurslid of medetrainer voor: “Je maakt je terecht druk wanneer de jongens te laat komen. Maar toch zou ik graag hebben dat je hen waarschuwt, voordat je de kleedkamer binnenkomt. Je kan eerst kloppen en hen de gelegenheid geven om (meer) kleren aan te doen.”

Feiten en cijfers van het Meldpunt Seksuele Intimidatie in de sport

Het meldpunt seksuele intimidatie in de sport is één van de instrumenten die NOC*NSF inzet in de strijd tegen seksuele intimidatie en misbruik in de sport. In opdracht van NOC*NSF  is in 2011 een analyse gedaan naar 323 meldingen van werkelijke incidenten tussen 2000 en 2010, uitgevoerd door Tine Vertommen (Universiteit Antwerpen). Een aantal zaken valt op.

  • Slachtoffers in de Nederlandse sport zijn meestal jong en sporter (88,9%). In 53,5% is het slachtoffer jonger dan 16 jaar, in 74,2% is het slachtoffer jonger dan 20 jaar.
  • Slachtoffers zijn meestal meisjes. In 30% van de incidenten zijn jongens het slachtoffer, vooral in de leeftijdscategorie jonger dan 12 jaar.
  • De beschuldigde is in overgrote meerderheid mannelijk (92%), ouder dan het slachtoffer en hiërarchisch hoger geplaatst in de organisatie (75,2% is trainer coach of begeleider).
  • Slechts bij een kleine hoeveelheid incidenten gaat het over seksueel overschrijdend gedrag tussen sporters onderling.
  • Er zijn geen risicosporten te benoemen.
  • Zowel in teamsporten als in individuele sporten komen incidenten voor. Het aantal zaken in de topsport is verhoudingsgewijs groter dan het aantal zaken in de breedtesport.
  • 5,3% van de zaken kwam voor in de aangepaste sport.
  • In 16% van de gevallen gaat het om aanranding of seksueel misbruik, in 4% om verkrachting.
  • Er is een correlatie tussen seksueel grensoverschrijdend gedrag en andere vormen van machtsmisbruik.
  • Seksuele intimidatie is vaak een langdurig, opbouwend proces en treft vaak meerdere slachtoffers.
  • In 68,4% van de meldingen is seksuele intimidatie meermaals herhaald door de dader.
  • Meldingen worden in 31% van de zaken door bestuursleden van verenigingen gedaan, in 21% van de gevallen door het slachtoffer zelf en in 20% van de cases door de beschuldigde.
  • Ouders schakelen in 7,9 % van de gevallen een vertrouwenspersoon in.

Lees meer

Foto: www.sportmetgrenzen.be

Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.