Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Gemeenten leggen sport- en beweegbeleid onder de loep

Artikel

Monitoren en evalueren is belangrijk voor gemeenten bij het succesvol doorvoeren van sport- en beweegbeleid. Je weet dan of de beoogde doelen bereikt worden en of bijsturen nodig is. Evalueren is niet alleen nodig aan het einde van het project, maar vooral ook tussendoor. Hiervoor heb je gegevens en toets momenten nodig om het proces te monitoren.

Monitoring

Monitoring gaat over het doen van metingen gedurende de uitvoeringsfase van beleid. Een monitor wordt uitgevoerd om het verloop van een interventie, een programma of beleidsmaatregels systematisch en regelmatig in kaart te brengen. Daarnaast kan monitoring ook ingezet worden met als doel tussentijds te leren en betekenis te geven aan gemeten (tussen)resultaten. Dit laatste wordt ook wel reflectieve monitoring genoemd. Het belangrijkste kenmerk van een monitor is dat deze structureel wordt uitgevoerd en dus geregeld herhaald wordt.

Evaluatie

Evaluatie is grondiger en gedetailleerder dan monitoring. Bij evaluatie ga je op zoek naar verklaringen. Het doel van een evaluatie is een tussen- of eindoordeel vormen over het te voeren beleid of een interventie. Monitoring en evaluatie vullen elkaar aan. Beiden zorgen ze voor transparantie. Monitoring en evaluatie bevorderen samen resultaatgericht werken.

Verschillende landelijke onderzoeken meten wat er gebeurt op het gebied van sport- en bewegen in Nederland. De Gezondheidsenquete/leefstijlmonitor van CBS meet het voldoen aan de beweegrichtlijnen en de wekelijkse sportdeelname en VTO (Vrijetijdsomnibus) meet de maandelijkse sportdeelname. De Sportersmonitor van NOC*NSF meet elk jaar het aantal mensen dat sport in de verschillende sportcategorieën.

Succesvol beleid

Heeft het gemeentelijke sport- en beweegbeleid succes? Is het effectief? De gemeente, opdrachtgevers en financiers horen graag het antwoord op deze vraag. Kenniscentrum Sport heeft verschillende instrumenten ontwikkeld die kunnen helpen bij het monitoren en evalueren van beleid en/of interventies. Dit zijn: de Buurtscan, het Evaluatiekompas en de Monitoring & Evaluatiewijzer Sport en bewegen.

Buurtscan en Buurtactieplan

Het programma Sport en Bewegen in de Buurt richt zich op het vergroten van het bereik van het lokale sport- en beweegaanbod. Idealiter past het aanbod van sport- en beweegaanbieders binnen een bredere gemeentelijke visie op buurtniveau: het buurtactieplan. Een buurtactieplan is de ‘doorvertaling’ van gemeentelijk (sport)beleid naar een uitvoeringsplan op het niveau van een buurt.

De eerste stap om tot een buurtactieplan te komen is het analyseren van de buurt. Om gemeenten, buurtsportcoaches en lokale sport- en beweegaanbieders te ondersteunen bij deze analyse, hebben VSG en Kenniscentrum Sport de buurtscan ontwikkeld. De Buurtscan is een database die meerdere bestaande instrumenten bevat van onder andere sportraden, advies- en onderzoeksbureaus en van landelijke organisaties. Instrumenten die kunnen ondersteunen bij het in kaart brengen van de uitdagingen in de buurt, de verwachtingen van lokale organisaties en welke bijdrage ze willen leveren. Daarnaast kunnen de instrumenten helpen om voor draagvlak bij bewoners te zorgen en hen actief te betrekken bij het ontwikkelen en uitvoeren van plannen. Hoe de buurtscan wordt ingezet hangt af van de lokale situatie, wensen en behoeften. Ook voor het gebruik van de buurtscan is een handleiding beschikbaar.

Evaluatiekompas

Er zijn veel verschillende monitoring- en evaluatiemethoden beschikbaar. Om structuur aan te brengen in het aanbod van instrumenten op het gebied van monitoring- en evaluatie, heeft Kenniscentrum Sport het Kompas ontwikkeld.

Het Evaluatie Kompas is een database met een selectie van meetinstrumenten om projecten te monitoren en evalueren. In de database kan op een logische manier gezocht worden naar geschikte meetinstrumenten. De instrumenten die een zoekactie opleveren worden vervolgens toegelicht.

Het Evaluatie Kompas is geschikt voor iedereen die sport- en beweegprojecten (interventies) wil monitoren en evalueren. Dat kunnen medewerkers bij gemeenten, Sportorganisaties, GGD-en, onderwijsinstellingen, (sport)verenigingen, welzijnsorganisaties, etc. zijn.

Monitoring en Evaluatiewijzer Sport en Bewegen

De Monitoring- en Evaluatiewijzer Sport en Bewegen is een stappenplan met voorbeelden, hulpmiddelen en tips voor analyse, monitoring en evaluatie van lokaal sport- en beweegbeleid. Het uiteindelijke doel van monitoren en evalueren van sport- en beweegbeleid is het genereren van informatie op basis waarvan beleidsmakers het gevoerde beleid of strategie kunnen beoordelen. Deze monitoring- en evaluatiewijzer is niet bedoeld voor sociaal wetenschappelijk onderzoek, gericht op het beschrijven, verklaren en voorspellen van bepaalde verschijnselen (oorzaak-gevolg relaties). Met deze monitoring- en evaluatiewijzer wordt beoogd gebruikers in staat te stellen om te beoordelen of de inzet van schaarse middelen bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen (doel-middelrelatie).

De Monitoring- en Evaluatiewijzer Sport en Bewegen is bedoeld voor vertegenwoordigers van lokale en provinciale organisaties uit de sectoren sport, welzijn, gezondheid en onderwijs, die zich bezighouden met sport- en beweegbeleid. De Monitoring en evaluatiewijzer bestaat uit acht stappen:

Voorbereiding

Stap 1. Keuze voor monitoring en evaluatie

De eerste stap voor het monitoren en evalueren van sport- en beweegbeleid is het beantwoorden van de vragen: waarom monitoren en evalueren, is het mogelijk en wat wordt er al gedaan? Op basis van de antwoorden op deze vragen kan met overtuiging gekozen worden voor monitoren en evalueren

Stap 2. Randvoorwaarden

Deze stap gaat in op de vraag ‘wat is er nodig om goed te kunnen monitoren en evalueren?’. Om het proces van monitoren en evalueren mogelijk te maken is een aantal randvoorwaarden nodig. Bij randvoorwaarden moet gedacht worden aan draagvlak, en financiële en personele randvoorwaarden.

Uitvoering

Stap 3. Selectie van indicatoren

De start van monitoren en evalueren begint met het definiëren en vaststellen van indicatoren. Indicatoren worden gebruikt om resultaten en effecten snel zichtbaar te maken. Indicatoren hebben als doel inzicht te geven in activiteiten, prestaties en effecten in relatie tot de ingezette middelen.

Een voorbeeld waarbij de gevoeligheid van de indicator ‘accommodatiegebruik’ (totaal aantal gebruikers per accommodatie) tot uiting komt: de gevoeligheid zal toenemen wanneer de indicator wordt onderverdeeld in ‘gebruikers overdag’, ‘gebruikers ‘s avonds’, en ‘weekendgebruikers’. Verschuivingen in accommodatiegebruik worden zo eerder zichtbaar.

Stap 4. Keuze van onderzoeksmethode

Bij het vaststellen van de indicatoren en normen, moeten er afspraken worden gemaakt over de wijze waarop gemeten wordt, welk type informatie het onderzoek moet opleveren en welke instrumenten hier het beste bij passen. In stap 4 worden verschillende onderzoeksmethoden uitgelegd en worden de instrumenten ingedeeld in overeenstemming met de indicatoren.

Stap 5. Verzamelen en registeren van informatie

Het verzamelen en registreren van data is het daadwerkelijke uitvoeringsgedeelte van het monitoren van sport- en beweegbeleid. Schenk aandacht aan welke databestanden al aanwezig zijn en welke manier van meten gebruikt gaat worden. Voor de analyse en interpretatie is een goede documentatie van indicatoren van belang.

Analyse

Stap 6. Interpreteren van informatie

De verkregen data uit het monitoren van activiteiten moet geanalyseerd en geïnterpreteerd worden Door verkeerd gebruik van meetinstrumenten en interpretaties kan beleid, dat in werkelijkheid effectief is, minder of meer effectief blijken. Voor het interpreteren van onderzoeksinformatie moet rekening gehouden worden met aspecten als: gevoeligheid, causaliteit, generalisatie en geldigheid.

Stap 7. Rapporteren en communiceren

Rapporteren en communiceren is voor beleidsambtenaren gesneden koek maar is soms onderbelicht. Het doel van monitoring en evaluatie is het tijdig signaleren van problemen en/of tussentijds aanpassen van de uitvoering van sport- en beweegbeleid. Schrijf daarom niet alleen aan het einde van de beleidsperiode een evaluatieverslag maar rapporteer periodiek met tussen evaluaties. Bij communicatie hierover is het belangrijk te achterhalen voor wie de informatie is, wie maakt er gebruik van? Soms zal dezelfde informatie op verschillende wijze gecommuniceerd moeten worden.

Evaluatie

Stap 8. Evalueren en verankering

Na het rapporteren van de onderzoeksbevindingen is het werk nog niet klaar. In navolging van het monitoren en evalueren van sport- en beweegbeleid is het ook zinvol om het monitoren en evalueren zelf onder de loep te nemen. De evaluatie uit het (tussentijdse) rapport zijn misschien wel aanleiding tot aanpassing of herziening van het sport- en beweegbeleid. Dan moet het proces van monitoren en evalueren zelf ook goed zijn verlopen Hoe hoger de kwaliteit en betrouwbaarheid van de monitoring en evaluatie, hoe beter het beleid kan worden bijgestuurd.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.