Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

GALM

Interventie

Erkenning

Goed beschreven

GALM is een bewegingsstimuleringsmethode die erop gericht is om beweeggedrag van ouderen in de leeftijd 60-85 jaar, die onvoldoende lichamelijk actief zijn, te bevorderen. Het uitgangspunt is het realiseren van de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. De uitvoering van het GALM programma hanteert een standaard protocol dat bestaat uit vier onderdelen: (1) persoonlijk huis aan huis benaderen van ouderen, (2) aanbieden van een fitheidstest, (3) aanbieden van een veelzijdig en gevarieerd beweegprogramma en (4) aanleren van zelfmanagement vaardigheden om gedragsbehoud te bevorderen. De voorbereiding en uitvoering van het GALM programma duurt 22 maanden, inclusief 4 maanden voorbereiding.

Om de kwaliteit van de uitvoering van het GALM programma te bevorderen dienen GALM docenten een specifieke scholing te hebben gevolgd en dient elk lokaal GALM project het standaardprotocol te hanteren. De uitvoering van elk GALM project wordt gemonitord op de toepassing van het protocol, het bereik van de doelgroep en het gedragsbehoud.

Probleembeschrijving

Aanleiding voor het ontstaan van het GALM project was de constatering dat gemiddeld 50% van de ouderen boven 60 jaar onvoldoende lichamelijk actief was, dat wil zeggen niet voldeed aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. In totaal gaat het in 2016 om 50% van 3.785.248 (1.892.624) ouderen tussen 60-85 jaar (CBS, 2016). De relevantie van het GALM project is gebaseerd op de negatieve invloed van bewegingsarmoede op veroudering, fitheid, gezondheid en kwaliteit van leven. Longitudinaal onderzoek en reviewstudies tonen aan dat bewegingsarmoede een negatief effect heeft op kwaliteit van leven bij ouderen (Penedo e.a., 2005; Elavsky e.a., 2005; Netz e.a., 2005; Conn e.a., 2009; Gillison e.a., 2009; Taguchi e.a., 2010).

Ouderen met een lage sociaal economische status (laag inkomen en/of opleiding) hebben verhoudingsgewijs meer ongezonde leefstijlkenmerken, zoals bewegingsarmoede, ongezond eten, roken en overmatig alcoholgebruik, waardoor er tussen laag- en hoogopgeleiden grote verschillen in levensverwachting, verschillen in fysieke en psychosociale problemen én kwaliteit van leven zijn ontstaan (Dotinga & Picavet, 2006; Netuvelli e.a., 2006; Adler e.a., 2008; Mackenbach e.a., 2008; Zaninotto e.a., 2009; Bambra e.a., 2009; Kunst & Droomers, 2009).

Het verschil in levensverwachting tussen hoger en lager opgeleiden is opgelopen tot 6 à 7 jaar en het verschil in het aantal jaren dat doorgebracht wordt in slechte gezondheid verschilt 16 tot 19 jaar (Mackenbach e.a., 2008). Bovendien hebben ouderen met een lage sociaal economische status ruim twee keer zo veel fysieke en psychische problemen als ouderen met een hogere sociaal economische status (Adamson e.a., 2006; Groffen e.a., 2007), waardoor ze relatief sneller fysiek en mentaal kwetsbaar (frail) worden (Van Campen, 2011; Webb e.a., 2011). Met name aan kwetsbaarheid gerelateerde problemen zoals fysieke beperkingen als gevolg van de aantasting van spierkracht en loopsnelheid, toename van psychosociale problemen zoals eenzaamheid, depressie als gevolg van veranderingen in de eigen leefsituatie (het krijgen van ziekten en aandoeningen, het verlies van de partner en vrienden) leiden ertoe dat ouderen met een lage sociaal economische status hun zelfredzaamheid sneller verliezen (Gobbens e.a., 2010; Marmot e.a., 2012; Gooding e.a., 2012).

In juni 2016 telde Nederland 3.785.248 miljoen personen in de leeftijd van 60 – 85 jaar (CBS, 2016). Het aantal ouderen met een lage sociaal economische status wordt in deze leeftijdsgroep in 2016 geraamd op 16%, dat wil zeggen 605.639 personen (CBS, 2016).

Doelgroepen

Zelfstandig wonende senioren tussen de 60 en 85 jaar die niet of onvoldoende lichamelijk actief zijn.

Intermediaire doelgroep

Er zijn drie intermediaire doelgroepen

  • De vrijwilligers die, na een korte training, de GALM huis-aan-huis benadering uitvoeren.
  • De vrijwilligers die, na een training, als testleider de GALM fitheidstest afnemen.
  • De lesgevers, die na een GALM bijscholing, GALM groepen begeleiden.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Het doel van GALM is dat zelfstandig wonende ouderen (60 – 85 jaar) die onvoldoende bewegen lichamelijk actiever worden. Deelnemers nemen hiertoe gedurende 15 maanden wekelijks deel aan een beweegprogramma en leren als groep lichamelijk actief te blijven en de Nederlandse Norm Gezond Bewegen te halen.

(1) Specifiek: bevorderen van lichamelijke activiteit van sedentaire ouderen), (2) Meetbaar: energieverbruik en deelname aan 60 beweegactiviteiten, (3) Acceptabel: meer bewegen bevordert fitheid en gezondheid, (4) Realistisch: met het beschikbare budget haalbaar, (5) Tijdgebonden: realisatie na 18 maanden), (6) Inspirerend (plezier en een vitaal gevoel), (7) gericht op eigen controle (greep op gedrag).

Subdoel

Specifieke subdoelen voor het bevorderen van lichamelijke activiteit van sedentaire ouderen zijn:

Sedentaire ouderen:

  • hebben een toename van hun energieverbruik. De toename van het energieverbruik (uitgedrukt in Kcal of mets) kan worden gemeten met accelerometers. Maar ook het opkomstpercentage bij de 60 GALM lessen is een indicatie voor toename van lichamelijke activiteit;
  • verbeteren hun motorische fitheid (kracht, uithoudingsvermogen) en metabole fitheid (bloeddruk). De effecten op motorische en metabole fitheid worden gemeten door verschillen tussen voor- en nameting van de fitheidstest te analyseren;
  • hebben meer plezier in bewegen. Dit wordt door middel van een vragenlijst gemeten tijdens de uitvoering van het project. Deelnemers kunnen hun ervaren plezier uitdrukken in een cijfer. Er wordt ook gebruik gemaakt van de Groningen Enjoyment Questionnaire (GEQ) (Stevens e.a., 2000);
  • hebben meer sociale contacten. Deelnemers kunnen in een vragenlijst aangeven of ze meer sociale contacten hebben gekregen door deelname aan een GALM groep;
  • worden zelfredzamer. Met name bij ouderen die aan GALM groepen deelnemen voor de leeftijdsgroep 75-85 jaar wordt de invloed op het behoud van mobiliteit in kaart gebracht door de subschaal mobiliteit van de Groningen Frailty Indicator toe te passen (Bielderman e.a., 2013)
  • blijven ook op de lange termijn (meer) bewegen (realiseren van gedragsbehoud door de ZEMBLA aanpak). Het realiseren van gedragsbehoud is een lange termijn effect. Er is inmiddels een inventarisatie uitgevoerd naar lange termijn gedragsbehoud van GALM deelnemers (Hannawi e.a., 2009).

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

De uitvoering van een lokaal GALM-project bestrijkt een periode van vijftien maanden. De deelnemers doorlopen in die periode de volgende stappen.

  1. Werving van de doelgroep. In deze stap worden de deelnemers, na een brief over het project, huis aan huis benaderd met de vraag of ze in aanmerking komen (onvoldoende lichamelijk actief) en of ze willen deelnemen. Deze fase duurt 1 maand.
  2. Fittest 1. In deze stap krijgen de deelnemers een fittest aangeboden. De fittest duurt 1 dag (1-1,5 uur per deelnemer) en wordt binnen 2 weken na de werving uitgevoerd.
  3. Veelzijdig en gevarieerd beweegprogramma. Deze stap start 1 week na de fittest en duurt 60 weken. Het beweegprogramma bestaat uit wekelijkse groepsbijeenkomsten van 80 minuten (60 minuten beweegprogramma, 20 minuten koffie en thee drinken). Tijdens de koffie kan op verzoek gezondheidsvoorlichting worden georganiseerd.
  4. Fittest 2. In deze stap wordt een verkorte fittest door de lesgever in de les afgenomen. Deze test duurt 60 minuten.
  5. Continuering van beweeggedrag. In de vijfde stap wordt in het laatste half jaar van het GALM programma tijdens het koffie drinken in drie bijeenkomsten van 30 minuten aandacht besteed aan gedagsbehoud met behulp van de ZEMBLA aanpak.

Locaties en Uitvoering

Locatie:

GALM wordt uitgevoerd in een binnenlocatie, zo dicht mogelijk in de buurt waar de deelnemers wonen. Deze locaties zijn makkelijk bereikbaar voor de deelnemers en de activiteit kan altijd doorgang vinden ongeacht het weer. In aanmerking komen gymnastiekzalen, sporthallen, fitnesscentra, sportaccommodaties, buurtcentra, fysiotherapie oefenzalen, verzorgingshuizen, en zaalruimte in kerkgebouwen en multifunctionele centra.

Type organisatie:

GALM kan worden uitgevoerd door sportverenigingen, buurtverenigingen, welzijnsinstellingen, fysiotherapiepraktijken en gemeentelijke sportbedrijven (buurtsportcoaches). De betrokken organisaties dienen actief te zijn in de wijk waar GALM wordt uitgevoerd.

In ieder lokaal GALM project worden lokale partners die willen meewerken aan de uitvoering van een GALM project voor een werkgroep uitgenodigd. Partners in een werkgroep kunnen zijn: gemeente, de Provinciale Sport Organisatie, lokale sport- en welzijnsorganisaties en de Stichting GALM. Samen worden werkafspraken gemaakt en een convenant ondertekend waarin de taakverdeling en de daarbij behorende financiële vergoeding worden vastgelegd.

Ondersteuning

GALM is een laagdrempelig bewegingsstimuleringsprogramma dat in de wijk of het dorp kan worden uitgevoerd. De Provinciale Sportservice Organisaties (PSO) in Nederland, verenigd in SK12, zijn de partners van de Stichting GALM in de werving en uitvoering van lokale GALM projecten in Nederland. Medewerkers van PSO’s zijn door de Stichting GALM geschoold om een GALM project op te zetten en te begeleiden bij de uitvoering. Ook beschikken de PSO’s over een volledige, door de Stichting GALM ter beschikking gestelde fittest (inclusief software). De Stichting GALM heeft met alle PSO’s die zijn verenigd in SK12 en de stichting Goud Vereg (provinciale Sportservice organisatie voor ouderen in de provincie Groningen) een licentie overeenkomst gesloten om (exclusief) GALM te mogen aanbieden aan en uitvoeren bij gemeenten. Op deze manier is er een landelijk dekkend netwerk ontwikkeld voor de uitvoering van GALM in Nederland. Door dit netwerk zijn tot 1 januari 2016 in totaal 935 GALM projecten uitgevoerd.

Naast de uitvoering van GALM is het SK12 netwerk ook betrokken bij de scholing van GALM docenten. Tot nu toe zijn door het SK12 netwerk en een aantal CIOS opleidingen in totaal 1250 GALM docenten opgeleid.

Materialen

Voor de uitvoering van GALM zijn de volgende materialen beschikbaar

  1. Het GALM handboek (De Greef e.a., 1999). In dit handboek zijn de theoretische onderbouwing en de praktische uitvoering van het GALM project, te weten de werving, de fitheidstest, en het veelzijdige beweegprogramma uitvoerig beschreven. Het GALM handboek is verkrijgbaar in de (internet) boekhandel.
  2. De GALM manual. Hierin wordt het concrete stappenplan, de uitvoerige projectbeschrijving en alle protocollen voor het werven en het afnemen van de fitheidstest beschreven. Ook alle scholingen voor docenten, en vrijwilligers voor het werven en afnemen van de fitheidstesten zijn hierin beschreven. Bovendien zijn alle brieven, taakomschrijvingen zowel in hardcopy vorm als digitaal beschikbaar
  3. Een toolkit met folders, posters, scholingsmateriaal (op CD’s) waarmee het GALM programma onder de aandacht van beleidsmedewerkers van gemeenten kan worden gebracht en waarmee docenten en vrijwilligers geschoold kunnen worden.
  4. Uitvoerige beschrijvingen van GALM sport en spellessen. Er zijn inmiddels 75 veelzijdige GALM sport- en spellessen beschikbaar (Hofman, 2006 en 2014).
  5. Evaluatievragenlijsten voor deelnemers, lesgevers en gemeenten en uitvoerende instellingen.

Organisatie

Organisatie: Stichting GALM
Telefoon nummer organisatie: 06 4118 4532

Organisatie: Stichting GALM
Telefoon nummer organisatie: 06 5246 1980

Contactpersoon

Naam: Mathieu de Greef
Mobiel nummer: 06 4118 4532
Email: degreef@galm.nl

Naam: Yldau Dijkstra
Mobiel nummer: 06 5246 1980
Email: dijkstra@galm.nl

Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.