Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

G-voetbal

Interventie

Erkenning

Goed beschreven

Een groot deel van de mensen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking beweegt volgens richtlijnen van de Nederlandse Norm Gezond Bewegen niet voldoende. Terwijl lichaamsbeweging voor deze mensen belangrijk is. Het is goed voor de gezondheid, het voorkomt sociale isolatie en verbetert motorische vaardigheden. Voor mensen met een beperking is het belangrijk om met gelijkgestemden op hun eigen niveau de sport van hun voorkeur te kunnen beoefenen. Dat mensen met een beperking onvoldoende sporten heeft onder andere te maken met een beperkt sportaanbod. G-voetbal is een mooie kans om de grootste sport in Nederland, namelijk het voetbal, ook voor mensen met een beperking toegankelijk te maken.

Doelgroep G-voetbal
De einddoelgroep van het aanbod bestaat uit huidige en startende voetballers (11 jaar e.o.) met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking, die teveel belemmeringen ondervinden om mee te kunnen doen met het reguliere voetbalaanbod.

Doel
Het primaire doel van de interventie is het structureel verbeteren van het sport- en beweeggedrag (meer bewegen) van jongeren (vanaf 11 jaar) en volwassenen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking. Door G-voetbal probeert de KNVB het aanbod landelijk dekkend te krijgen om voetballers met een beperking zo laagdrempelig en zo goed mogelijk te bedienen.

De aanpak van G-voetbal
Om te komen tot een structureel G-voetbalaanbod bij voetbalverenigingen dienen er verschillende stappen te worden doorlopen. In deze stappen wordt er eerst een werkgroep opgezet die zich bezig houdt met het opzetten van G-voetbal binnen de vereniging. De eerste taken van deze werkgroep zijn: inventariseren of G-voetbal mogelijk is bij de vereniging, de doelstelling en een plan van aanpak opstellen. Daarna start het werven van leden door promotieactiviteiten waarbij het doel is om mensen met een beperking te binden aan de vereniging. De laatste stap is het structureel organiseren en aanbieden van activiteiten voor de doelgroep. Het opstarten van G-voetbal zal afhankelijk van de doelstellingen voor de vereniging ongeveer een half seizoen (half jaar) in beslag nemen.

Ondersteuning
Met name in de opstartfase begeleidt de KNVB het proces. Met de specifieke kennis van de doelgroep en het aanbod kan de begeleider vanuit de KNVB de lokale situatie en uitgangspunten van de aanvrager in kaart brengen. Op basis hiervan kan de ondersteuning worden bepaald.

Probleembeschrijving

Het is moeilijk om aan te geven hoeveel mensen in Nederland een lichamelijke en/of cognitieve beperking hebben omdat hiervan geen centrale registratie bestaat. Gebaseerd op het aantal aanvragen voor zorgbijdrage in het kader van de AWBZ zijn dit er tenminste 440.825 (Von Heijden et al., 2013).

Volgens Hartman et al. (2010) vermijden mensen met een cognitieve beperking het meedoen aan sportieve activiteiten. Daarnaast bewegen mensen met een motorische beperking minder dan de gemiddelde Nederlander (Von Heijden et al., 2013). In 2011 voldeed 64% van de mensen zonder beperking aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. Voor mensen met een lichte en matige/zware motorische beperking was dit respectievelijk 59% en 42%. Als we dan echter naar sportparticipatie kijken blijkt dat wekelijkse sportdeelname onder mensen met een beperking (lichte beperking:40% en zware beperking:29%) een stuk lager is dan bij mensen zonder beperking (58%).

Lichaamsbeweging en sport hebben een positieve invloed op de gezondheid (PAGAC, 2008; Haskell et al., 2007; US DHHS, 1996). Regelmatig voldoende bewegen verlaagt het risico op verschillende ziekten en overgewicht. Daarnaast kan sport in verenigingsverband voor mensen met een beperking bijdragen aan het voorkomen van sociale isolatie, helpen om beter te integreren in de samenleving en aan het verbeteren van motorische vaardigheden (Nationaal Kompas Volksgezondheid, 2008). Mensen met een beperking zouden dus, net als mensen zonder beperking, voldoende moeten bewegen.

Een belangrijke beperkende factor hierin is dat mensen met een beperking niet altijd deel kunnen nemen aan regulier (sport)aanbod. Niet voor niks stromen voetballers met een beperking vaak rond de leeftijd van 11 jaar uit bij het reguliere voetbal (overstap van E- naar D-pupillen). Uit het onderzoek van Kroesemeijer & Van Groenestein (2013) blijkt dat reguliere voetballers rond deze leeftijd geen hogere uitstroom laten zien. Een belangrijke reden voor gestopte reguliere voetballer om weer te beginnen met voetbal is ‘plezier hebben in het voetbal’. Spelers moeten dus plezier hebben in voetballen. Verder is het belangrijk dat spelers binding hebben met de vereniging waar ze spelen, hoge sociale binding zorgt namelijk voor hogere sportparticipatie gedurende het leven (Peerdeman et al. 2011).

Het is dus van belang dat er voor mensen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking aangepaste vormen van sport bestaan, zodat zij met gelijkgestemden en op hun eigen niveau lichamelijk actief kunnen zijn in de sport van hun voorkeur. Voetbal is de populairste sport van Nederland en is bij iedereen bekend, bovendien is er niet veel aanpassing nodig om de sport geschikt te maken voor mensen met een beperking. Echter, er is nog niet overal voldoende bekendheid met G-voetbal en in 2012 was G-voetbal mogelijk bij slechts 13% van de voetbalverenigingen (KNVB jaarverslag 2012). G-voetbal is een mooie kans om de grootste sport in Nederland ook voor mensen met een beperking toegankelijk te maken, zodat iedereen een leven lang van voetbal kan genieten.

Doelgroepen

De einddoelgroep van de interventie bestaat uit huidige en startende voetballers (11 jaar e.o.) met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking, die te veel belemmeringen ondervinden om mee te kunnen doen met het reguliere voetbalaanbod.

Op basis van leeftijd zijn hierbinnen twee subdoelgroepen te benoemen:

  1. Jeugd (11-18 jaar)
    Vanaf 11 jaar stappen reguliere spelers over naar een groter veld, dit is een reden waarom mensen met een beperking soms niet meer mee kunnen komen (zie probleemomschrijving). Verder stromen hier ook spelers in die nog niet eerder hebben gevoetbald. 
  2. Senioren (19 jaar en ouder)
    Deze groep kan op verschillende manieren ontstaan: door middel van doorstroming vanuit de jeugd, deze spelers hebben al een voetbalachtergrond en willen hier graag mee doorgaan. Een andere manier is dat het nieuwe mensen zijn die willen starten met voetbal. Deze groep zal anders benaderd moeten worden doordat ze nog nooit gevoetbald hebben of na lange tijd weer beginnen.

Intermediaire doelgroep

Intermediaire doelgroepen zijn:

  • Een coördinator bij de voetbalvereniging
  • Train(st)er(s)
  • Ouder(s)
  • Leerkrachten
  • Buurtsportcoaches/combinatiefunctionarissen
  • Welzijn professionals

De rollen en samenwerking van betreffende intermediaire doelgroepen staan beschreven bij ‘locatie en uitvoerders’.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Het primaire doel van de interventie is het structureel verbeteren van het sport- en beweeggedrag (meer bewegen) van jongeren en volwassenen (vanaf 11 jaar) met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking door voetbalaanbod op maat aan te bieden.

Met de ontwikkeling van G-voetbal probeert de KNVB het voetbalaanbod landelijk dekkend te krijgen om voetballers met een beperking zo laagdrempelig en zo goed mogelijk te bedienen.

Subdoel

Subdoelen op de einddoelgroep zijn:

  1. Mensen met een beperking zijn bekend met voetbal en nemen met plezier deel aan de sport, in trainings- en/of competitievorm, door middel van een lidmaatschap bij een club;
  2. Deelnemers aan G-voetbal beoefenen de sport zoveel mogelijk op hun eigen niveau en in een groep met zoveel mogelijk gelijkgestemden (qua leeftijd, beleving en capaciteit).

Subdoelen op intermediaire doelgroepen en andere betrokkenen:

  1. De train(st)ers van de uitvoerende vereniging beschikken over kennis en vaardigheden, die nodig zijn om G-voetballers verantwoord te begeleiden;
  2. In het bijzonder voor de subdoelgroep jeugd: ouders zijn bekend met de manier waarop zij het clubkader (trainer en coördinator) kunnen ondersteunen bij het begeleiden van hun kind;
  3. Vakleerkrachten lichamelijk onderwijs en mensen uit bijvoorbeeld welzijnswerk en zorg zijn bekend met G-voetbalmogelijkheden bij clubs in hun werkgebied en zorgen voor een continue doorverwijzing van potentiële nieuwe leden.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

G-voetbal wordt opgezet aan de hand van zeven methodische stappen (zie hieronder). Stap 1 t/m 4 zijn normaal gesproken eenmalig, stap 5 t/m 7 worden twee keer per seizoen door de vereniging herhaald. De verschillende stappen zijn:

  1. Opzetten van de organisatie
  2. Inventarisatie huidige situatie vereniging
  3. Doelstelling vereniging bepalen
  4. Plan van aanpak opstellen
  5. Werving van deelnemers
  6. Informatieavond/demonstratietraining voor deelnemers (en eventueel ouders)
  7. Structurele activiteit aanbieden

Een beschrijving van de stappen is te vinden onder ‘inhoud van de interventie’.
De eerste vijf stappen kunnen tijdens het opzetten van het G-voetbal nog veranderen. Zo kunnen doelstellingen nog worden bijgesteld aan de hand van input vanuit de vereniging. De opstartfase (stap 1 t/m stap 6) duurt doorgaans een half seizoen (dus een half jaar). Afhankelijk van bijvoorbeeld de snelheid van de ledengroei (werving) zal de implementatie mogelijk langer kunnen duren.

De KNVB begeleidt de vereniging in de opstartfase (zie overdraagbaarheid en/of implementatie). In de praktijk is er sprake van in totaal 4-8 bijeenkomsten verspreid over twee seizoenen. Eventueel is er begeleiding vanuit de KNVB mogelijk tijdens het structureel aanbieden van G-voetbal (stap 7).

Locaties en Uitvoering

De interventie kan worden uitgevoerd door voetbalverenigingen. Voor de vereniging is het van belang dat er samenwerking mogelijk is met andere verenigingen/scholen/welzijnsorganisaties/zelforganisaties/ zorginstellingen om leden te werven. (zie locatie en uitvoerders).

In 2012 werd G-voetbal gedaan bij 352 verenigingen, dit is 13% van het totaal aantal voetbalverenigingen in Nederland (KNVB jaarverslag 2012). De verenigingen die G-voetbal hebben zijn buiten de regio noord redelijk verspreid over het land:

  • Noord 15 verenigingen
  • Oost 62 verenigingen
  • West I 61 verenigingen
  • West II 78 verenigingen
  • Zuid I 76 verenigingen
  • Zuid II 60 verenigingen

Ondersteuning

Partijen die met G-voetbal willen starten dienen dit vooraf altijd verplicht bij de KNVB, als eigenaar en ervaringsdeskundige op het gebied van deze interventie, kenbaar te maken. Om de lokale implementatie en evaluatie van het G-voetbal succesvol te laten verlopen, dient vervolgens het gewenste (vanuit de aanvragende partij) en/of noodzakelijke (vanuit de KNVB als interventie eigenaar) niveau van ondersteuning te worden besproken. Ondersteuning vind vooral plaats tijdens de opstartfase (zie opzet interventie). Hierbij gelden vanuit het oogpunt van kwaliteitsbewaking altijd een aantal (minimale) verplichte ondersteuningsonderdelen, mogelijk aangevuld met een aantal optionele onderdelen.

De verplicht af te nemen ondersteuning van de KNVB zijn: afname van de handleiding G-voetbal, kennisoverdracht & intervisie door een KNVB projectmedewerker en deskundigheidsbevordering (cursus) G-voetbaltrainer:

Handleiding G-voetbal
De handleiding G-voetbal neemt verenigingen bij de hand die geïnteresseerd zijn om G-voetbal op te starten. Naast algemene uitleg over de doelgroep, spelregels en overige randvoorwaarden, worden de diverse te doorlopen organisatorische stappen uitgelegd en besproken. De handleiding G-voetbal dient als basis voor de KNVB ondersteuning van de verenigingen.

Kennisoverdracht & Intervisie
De KNVB ondersteunt verenigingen bij het opstarten van G-voetbal. Met het initiëren van bijeenkomsten op de club, advisering ten aanzien van (medische) begeleiding van G-voetballers, vrijwilligersbeleid, organisatorische inbedding binnen de club naar het uiteindelijk organiseren van (structureel) trainings- en competitieaanbod. Verder heeft de club tijdens deze bijeenkomsten de mogelijkheid om problemen die optreden tijdens het proces te bespreken. Deze bijeenkomsten zullen 4-8 keer plaatsvinden verspreid over 2 seizoenen. De ondersteuning is beschreven in de handleiding G-voetbal.

Deskundigheidsbevordering (cursus) G-voetbaltrainer
Trainers en begeleiders van de vereniging nemen deel aan de cursus G-voetbaltrainer. Deze opleiding bestaat uit vier avonden gevuld met praktijk, theorie en een ervaringsdeel. Op de cursus komt onder andere kennis over aanbod en doelgroep aan de orde: Wat is G-voetbal? Wie is de G-voetballer?

Materialen

  • Handleiding G-voetbal (zie overdraagbaarheid en/of ondersteuning);
  • Materialenpakket: verenigingen kunnen een voetbalpakket, bestaande uit een ballentas met 10 voetballen, 2 x 10 hesjes, 50 hoedjes afnemen van de KNVB om hiermee het G-voetbal binnen de vereniging ook op het vlak van beschikbare materialen een goede start te geven;
  • Communicatie & promotiematerialen: naast het materialenpakket kunnen aanvullend diverse voorlichting-, werving- en promotiematerialen G-voetbal worden afgenomen bij de KNVB:
  • DVD “Passend Voetbal”;
  • Poster G-voetbal;
  • Flyers G-voetbal: “voetballen bij een vereniging”, “kaderondersteuning”;
  • Spelregelboekje G-voetbal.

Organisatie

Organisatie: Koninklijke Nederlandse Voetbalbond
Telefoon nummer organisatie: 0343-499254

Organisatie: Koninklijke Nederlandse voetbalbond
Telefoon nummer organisatie: 0343 499 113

Contactpersoon

Naam: Marcel Geestman
Telefoon nummer: 0343-499254
Email: marcel.geestman@knvb.nl

Naam: RPJ Zuurbier
Email: rpjzuurbier@gmail.com

Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.