Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Fysieke belasting en pacing-strategie tijdens moderne vijfkamp

Artikel

Geplaatst op 10 februari 2012

Geplaatst op 10 februari 2012

De moderne vijfkamp staat al sinds 1912 op de Olympische agenda. De vijf onderdelen zijn pistoolschieten, schermen, zwemmen, paardrijden en hardlopen. Alle onderdelen moeten binnen 1 dag worden uitgevoerd waarbij tussen de onderdelen ongeveer 1 uur rust zit.

In 2009 heeft de Union Internationale de Pentathlon Moderne (UIPM) besloten om het schiet- en het looponderdeel te combineren. Er zijn nu 3 schietrondes die elk gevolgd worden door 1000 meter hardlopen. In totaal moet 15 keer worden geschoten en 3000 meter worden hardgelopen. Aangezien het een vrij nieuw onderdeel betreft, hebben Le Meur et al. onderzocht wat de fysiologische belasting is en of er een ideale pacing-strategie bestaat.

Een 9-tal vijfkampers (1 vrouw) van internationaal niveau, afkomstig uit de Franse jeugd- of seniorenselectie, hebben verschillende testen uitgevoerd. Vier van de vijfkampers waren medaillewinnaars bij de wereldkampioenschappen in 2010. Bij aanvang van het onderzoek is tijdens een internationale wedstrijd met behulp van videoanalyse de individuele wedstrijdsnelheid bepaald. Vervolgens zijn van alle vijfkampers de VO2max en de maximale hartslag bepaald. Tenslotte moest iedere vijfkamper 3 keer het gecombineerde onderdeel uitvoeren, waarbij de eerste 2 kilometers werden gepaced op basis van de wedstrijdsnelheid. De derde kilometer moest in alle gevallen zo hard mogelijk worden gelopen. Van de drie pacing-strategieën waren er twee vlak: eenmaal werden de twee kilometers op 100% van de wedstrijdsnelheid gelopen en eenmaal op 105%. Bij de derde pacing-strategie moest de eerste 170 m op 110% van de wedstrijdsnelheid gelopen worden en de overige 830 m op 98%. Op deze wijze werd gemiddeld op 100% van de wedstrijdsnelheid gelopen.

In de onderstaande tabel is te zien dat verschillende pacing-strategieën niet hebben geresulteerd in verschillende prestaties. Er is geen enkel verschil gevonden in zowel de afzonderlijke loop- en schietprestaties als in de overall prestatie. Ook is geen verschil gevonden in zowel de hoogst gemeten zuurstofopname als de hoeveelheid bloedlactaat. Opvallend is wel dat zowel de gemiddelde hartslag als de gemiddelde loopsnelheid van de derde kilometer van de 105% pacing-strategie lager is dan die van de andere 2 strategieën.

Pacing

Overall tijd (s)

Loop-tijd (s)

Schiet-tijd (s)

Zuurstofopname (ml/min.kg)

Hartslag (slagen/minuut)

Loopsnelheid (km/uur)

Km 1

Km 2

Km 3

Km 1

Km 2

Km 3

Km 1

Km 2

Km 3

Variabel

753 581 80 73,1 73,1 71,0 182 189 195 18,3 18,2 19,3

100 %

770 578 87 71,4 72,4 72,0 183 189 194 18,3 18,2 19,3

105 %

768 588 84 73,7 72,5 70,5 185 189 190 19,0 18,8

17,3

De fysiologische eisen die tijdens het nieuwe gecombineerde loop/schietonderdeel worden gesteld aan een vijfkamper van internationaal niveau zijn hoog. Tijdens het lopen wordt continue op of vlak bij de individuele VO2max gelopen. Hoewel de gevonden VO2max zich verhoudt tot die van andere top-duursporters zoals biatleten en triatleten, is de loopsnelheid bij de VO2max van de vijfkampers aanzienlijk lager. Op basis van de resultaten is geen advies te geven wat betreft de beste pacing-strategie. Het lijkt er in ieder geval op dat de meeste winst te behalen valt in het verbeteren van de schietprestatie, aangezien ieder gemist schot ongeveer 6 seconden tijdverlies betekent. Wat overigens de invloed is geweest van de enige vrouwelijke vijfkampster op de resultaten is onduidelijk.

Le Meur Y, Dorel S, Baup Y, Guyomarch JP, Roudaut C, Hausswirth C. (2011) Physiological demand and pacing strategy during the new combined event in elite pentathlets. Eur. J. Appl. Physiol., DOI 10.1007/s00421-011-2235-2.
Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.