Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Functionele Training Ouderen (FTO)

Interventie

Erkenning

Goede aanwijzingen voor effectiviteit

Het doel van Functionele Training Ouderen is dat senioren hun fysieke zelfredzaamheid behouden of vergroten door de drie belangrijkste dagelijkse activiteiten te trainen en door (ruim) voldoende conditie op
te bouwen voor het uitvoeren van dagelijkse bewegingsactiviteiten bestemd voor ouderen. Om zelfredzaamheid te behouden of vergroten wordt in de Functionele Training Ouderen gewerkt aan

  1. het prikkelen en integreren van de lichaamssystemen,
  2. het opbouwen van reserve capaciteit en
  3. actieve leefstijl door middel van
  4. dagelijkse activiteiten.

Functionele Training Ouderen is een trainingsprogramma met bewegingsactiviteiten specifiek voor ouderen van 12 weken, bestaande uit minimaal 2 trainingssessies van 1 uur per week, de groepsgrootte is 6 tot maximaal 8 deelnemers. De oefeningen
worden uitgevoerd in circuit-vorm in een daarvoor geschikte (oefen)ruimte. Er worden zoveel mogelijk alledaagse voorwerpen gebruikt (bv. dienblad, wasmand, kopjes, boeken). Het trainingsprogramma bestaat uit 3 fasen: 1. Oefenfase (2 weken), 2. Variatie fase (4 weken), en 3. ADL fase (6 weken).

Probleembeschrijving

Steeds meer ouderen willen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Ook het Nederlandse gezondheidszorgbeleid is erop gericht ouderen zo lang mogelijk zelfstandig te laten functioneren. In het rapport ‘Preventie bij ouderen: focus op zelfredzaamheid’ adviseert de Gezondheidsraad de minister van VWS om bij preventie bij ouderen ook de focus op zelfredzaamheid te leggen (Gezondheidsraad, 2009). Voor het zelfstandig thuis functioneren, zelfredzaam blijven, zijn activiteiten van het dagelijks leven (ADL) essentieel. Dit zijn activiteiten zoals zichzelf wassen, kleden, naar het toilet gaan, eten, zitten, staan, lopen. 

Leeftijd-gerelateerde achteruitgang, multi-morbiditeit en ingrijpende gebeurtenissen leiden bij 75-plussers vaak tot inactiviteit en daardoor tot een versterkte achteruitgang in conditie en reservecapaciteit. Dit leidt tot een afname in zelfredzaamheid en participatie. Dit verhoogde risico op verlies aan zelfredzaamheid van ouderen is het centrale probleem dat we middels deze interventie willen aanpakken. Aangezien het gaat om een risico bij relatief gezonde ouderen betreft het een medisch en sociaal gezien een heterogene populatie die echter homogeen is wat betreft de ervaren problematiek, ze ervaren problemen in de uitvoering van alledaagse activiteiten. Problemen in het alledaags functioneren kunnen worden versterkt door bijvoorbeeld de directe woonomgeving, de woning zelf en de afstand tot voorzieningen (Prins, 2014). De doelgroep voor de interventie zal geografisch dan ook meer voorkomen in die gebieden en wijken die vergrijzen, waar woningen minder geschikt zijn voor ouderen en de afstand tot voorzieningen groter is. Voor een precieze vaststelling van de omvang van de doelgroep en het probleem lokale data het meest geschikt. Gemeenten stellen deze over het algemeen beschikbaar op hun website.

De Nederlandse bevolking is aan het verouderen. Het aantal Nederlanders van 65 jaar of ouder zal naar verwachting toenemen van ongeveer 2,2 miljoen in 2002 (13,7% van de totale bevolking) naar ongeveer 3,8 miljoen in 2030 (21,5% van de totale bevolking) (CBS, 2010). Ouderen leven weliswaar langer, maar kennen tegelijkertijd een steeds langere periode van ongezondheid (lichamelijke beperkingen en ziekten). Met het vorderen van de leeftijd treedt een geleidelijke toename van chronische gezondheidsproblemen op. Bij zelfstandig wonende volwassenen stijgt het percentage chronische gezondheidsproblemen van 9% bij 35-54 jarigen naar 32% bij 80-plussers (De Klerk, 2001). De gezondheidsklachten hebben vaak beperkingen in het dagelijks functioneren tot gevolg: de helft van de ouderen in de leeftijd van 75-84 jaar is matig of ernstig beperkt in het doen van het huishouden, van de 85-plussers geldt dat voor driekwart (De Klerk, SCP, 2001). Om de zorgvraag in 2030 op basis van functioneren te bepalen zijn door TNO prognoses van functioneren van ouderen gemaakt voor verschillende gebieden (Chorus, 2014a, 2014b, 2014c, 2014d, samenvattend artikel Kaljouw (2014)). In Amsterdam zal als gevolg van de demografische ontwikkelingen naar verwachting het aantal ouderen met functioneringsproblemen in 2030 1,6 keer zo groot zijn als in 2012 (Chorus, 2014c).De zorgvraag zal met name stijgen door klachten aan het bewegingsapparaat (Kaljouw, 2014). Gezien de demografische ontwikkelingen en toenemende risico’s op functioneringsproblemen vraagt het behoud van zelfredzaamheid ieders aandacht.

Doelgroepen

Functionele Training Ouderen is gericht op zelfstandig wonende, oudere mensen (mannen en vrouwen van circa 70 jaar en ouder), die ervaren dat het uitvoeren van sommige dagelijkse activiteiten moeilijker wordt
en dit graag willen verbeteren door een trainingsprogramma te volgen.

Intermediaire doelgroep

Functionele Training Ouderen wordt aangeboden door een, hiervoor geschoolde, fysio- of oefentherapeut die ervaring heeft met het trainen van groepen ouderen, en bij voorkeur een specialisatie heeft in de geriatrie. Deze professionals kunnen zelfstandig gevestigde therapeuten zijn, of zijn aangesloten bij een gezondheidscentrum. Als doorverwijzers kunnen professionals uit het lokale (formele en informele) netwerk betrokken zijn, zoals huisartsen en welzijnswerkers.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Ouderen hebben hun fysieke zelfredzaamheid* vergroot of behouden en kunnen zich aanpassen aan de lichamelijke veranderingen die gepaard gaan met het ouder worden.

* Zelfredzaamheid: vermogen om zelfstandig je leven te leiden en om je eigen problemen op te lossen (woordenboek)

Subdoel

  • Ouderen hebben de samenwerking tussen hun verschillende onderdelen van het lichaam (bv. spierenstelsel, hart/longen, cognitieve capaciteit, coördinatie/reactie vermogen getraind en gestimuleerd, om zo gemakkelijker complexe alle daagse activiteiten uit te voeren en te reageren op onverwachte veranderingen en situaties;
  • Ouderen hebben meer reservecapaciteit** als het gaat om conditie, kracht om de dagelijkse activiteiten te verrichten;
  • Deze subdoelen leiden samen tot het behouden of verbeteren van de fysieke zelfredzaamheid in alledaagse
    activiteiten (ADL***). Door de aard van de activiteiten die gekozen worden om te trainen (persoonlijk
    relevant, alle daags, plezierig) wordt geanticipeerd op het behoud van deze activiteiten als integraal
    onderdeel van het dagelijks leven. Om de doelgroep niet te medicaliseren of afhankelijk te maken is gekozen
    voor een kortdurende interventie zonder actieve follow-up.

** Reservecapaciteit: het vermogen dat doorgaans niet gebruikt wordt, maar ingezet kan worden als de situatie daarom vraagt,
bijvoorbeeld eens zwaarder tillen, verder of sneller kunnen lopen.

*** Algemene dagelijkse levensverrichtingen zoals eten, zich wassen, naar het toilet gaan en het voeren van een huishouden,
waarbij mensen met een functiebeperking soms zijn aangewezen op hulp en hulpmiddelen

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

Alle onderstaande punten worden verder uitgewerkt bij ‘2.4. Inhoud van de interventie’.

  • Voorbereiding. Alle activiteiten voor het opzetten van een trainingsgroep, inclusief de werving en de activiteiten bij punt 2 (6-12 weken).
  • Aanmelding en intake ouderen, intake gesprek, incl. eerste meting fysiek functioneren.
  • Uitvoering interventie (12 weken): wekelijks minimaal 2 x 1 uur trainen in een groep van 6-8 personen.

a. Fase 1: Oefenfase , gericht op het aanleren van relatief eenvoudige oefeningen, gebruikt
trainingsdagboek en werken in tweetallen(min. 4 trainingen van 1 uur)
b. Fase 2: Variatiefase, gericht op het opbouwen van de complexiteit en intensiteit van de
oefeningen (min. 8 trainingen van 1 uur)
c. Tweede meting functioneren, zodat verandering zichtbaar wordt en de opbouw van de training
kan worden gepland (1x 30 minuten).
d. Fase 3: ADL fase, gericht op het daadwerkelijk trainen de dagelijkse activiteiten waarmee de
oudere moeite heeft. Complexiteit en intensiteit wordt verder opgebouwd zodat reserves
ontstaan(min. 12 trainingen van 1 uur).

  • Evaluatie en nameting, gericht op het zichtbaar maken en bespreken van effect van de training, behalen van de doelen en tevredenheid (2 weken, duur 1 uur).

NB: Advisering over inpassen in het dagelijks leven gebeurt tijdens de training zowel individueel als groepsgewijs. Groepsgewijs wordt informatie en advies gegeven over actieve leefstijl en waarop te letten in het dagelijks leven. Deelname aan plezierige activiteiten in groepsverband en in de buurt wordt gestimuleerd.

Locaties en Uitvoering

Locatie: in een voor de groepsgrootte daarvoor geschikte ruimte. Dit kan variëren van een praktijk ruimte, kleine sportzaal tot een vergaderruimte in een instelling. Organisatie: De interventie wordt in de eerste lijn uitgevoerd door geschoolde fysio- en oefentherapeuten. Deze therapeuten kunnen werkzaam zijn in een groepspraktijk/individuele praktijk of gezondheidscentrum. Ook is het mogelijk dat in een instelling werkzame therapeut de training aanbiedt voor buurtbewoners. Doorverwijzers kunnen werkzaam zijn bij zorg- of welzijnsinstellingen. Ook kunnen familie en/of
mantelzorgers ouderen attenderen op de training. Ouderen die de training al hebben doorlopen kunnen de training aanbevelen. De interventie eigenaar kan adviseren bij aanpassingen aan de lokale situatie en bij lokale implementatie.

Ondersteuning

Therapeuten zijn bekend met FTO door publicatie in vakbladen, presentaties op congressen, wetenschappelijke publicaties, website TNO, door deelname aan onderzoek van TNO, via collega’s, specialisten vereniging geriatrie fysiotherapie, en HBO’s. Vragen kan men stellen via de website van TNO, voor een aantal onderzoeken bestaat een LinkedInn groep waarin kennis en ervaring gedeeld worden. Scholing, inclusief scholingsmap, behandelprogramma (alle praktische formulieren/materialen), theoretische onderbouwing en handreiking Implementatie zijn beschikbaar.

In de Handreiking Implementatie zijn de belangrijkste voorwaarden, lessen en aandachtspunten verzamelend en op gestructureerde wijze beschreven (bijlage 5). In het Programma Functionele Training Ouderen is de inhoud van het programma FTO beschreven en zijn de praktische materialen gebundeld (bijlage 4). In de Handreiking Implementatie zijn per fase de activiteiten samengevat en zijn de planning, organisatie en
aandachtspunten beschreven. Deze omvatten onder anderen: verkenning van de haalbaarheid, het maken van een business case manier om de haalbaarheid en uitvoerbaarheid gestructureerd te bekijken, en afstemming en samenwerking met andere aanbieders.

Door middel van de monitor en middels informele contact blijft TNO op de hoogte van de daadwerkelijk verspreiding en toepassing van FTO.
De interventie is ontwikkeld voor fysio- en oefentherapeuten en is in de huidige vorm niet overdraagbaar naar andere professionals zoals CIOS docenten. CIOS docenten en ander professionals hebben een eigen
palet aan kennis en vaardigheden en daarop stuit de huidige scholing en interventie niet naadloos aan. Door nauwe lokale samenwerking met aanbieders uit zorg, welzijn en sport wordt een netwerk nagestreefd
waarin ouderen trainen op de voor hen beste plek in het spectrum van sport tot zorg.

TNO is een kennisinstituut dat zal blijven bijdragen aan de ontwikkeling en verspreiding van Functionele Training Ouderen, echter TNO is geen scholingsaanbieder en zoekt momenteel in het onderwijsveld en bij
praktijkorganisaties naar geschikte aanbieders en toekomstige eigenaren van de interventie.

Materialen

Voor de werving zijn voorbeeld materialen beschikbaar.
Er zijn vier documenten beschikbaar die tezamen gebruikt worden om Functionele Training Ouderen (FTO) uit te kunnen voeren:

  1. Scholing Functionele Training Ouderen: het scholingsprogramma voor fysio- en oefentherapeuten om FTO aan te kunnen bieden aan ouderen
  2. Programma Functionele Training Ouderen: de inhoud van het programma FTO (bijlage 4)
  3. Handreiking Implementatie Functionele Training Ouderen: een handreiking voor fysio- en oefentherapeuten om de invoering van FTO voor te bereiden. Hierin staan beschreven: globale tijdsplanning en organisatie, planning van de invoering, voorbereiding programma, uitvoering programma en evaluatie (bijlage 5)
  4. Theoretische Achtergrond Functionele Training Ouderen: de theoretische onderbouwing van het concept FTO (bijlage 6) De documenten bevatten ook alle praktisch materialen zoals voorbeeld wervingsbrieven, omgevingsscan, vragenlijsten, test beschrijvingen et cetera. Alle materialen zijn te verkrijgen bij TNO en zijn onderdeel van de scholing in FTO voor oefen- en fysiotherapeuten.

Oordeel commissie

De aanpak van FTO is helder beschreven en het concept fysieke zelfredzaamheid is goed uitgewerkt. Effectstudies laten positieve resultaten zien op voorwaarden voor fysieke zelfredzaamheid zoals spierkracht en ADL. Ook zes maanden na afloop van de training waren positieve effecten zichtbaar. 

De erkenning geldt onder de volgende condities:

  • Effecten alleen aangetoond voor vrouwen;

  • Effecten aangetoond met hogere intensiteit trainen dan FTO (3x ipv. 2x per week);

  • Uitkomsten van effectstudies komen niet geheel overeen met de beoogde uitkomstmaten van FTO. 

Uitvoerbaarheid

FTO is goed uitvoerbaar. Er is een duidelijke handleiding voor overdracht en FTO lijkt goed inpasbaar in bestaande structuren.

Organisatie

Organisatie: TNO Behavioral and Societal Sciences
Telefoon nummer organisatie: 0888666264

Organisatie: TNO
Telefoon nummer organisatie: 0888666264

Contactpersoon

Naam: Ariette van Hespen
Telefoon nummer: 0888666264
Email: ariette.vanhespen@tno.nl

Naam: Petra Siemonsma
Mobiel nummer: 06 117 83 106
Email: petra.siemonsma@tno.nl

Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.