Deze vrouwen weten hoe je overmacht mannen in sportbesturen aanpakt | Alles over sport

Deze vrouwen weten hoe je overmacht mannen in sportbesturen aanpakt

Interview

geplaatst op: 31 januari 2017

Marijke Fleuren, Inge Claringbould en Rinda den Besten zitten in het bestuur van een sportkoepel en vertellen hoe ze dergelijke mannenbolwerken verder kunnen openbreken.

Een betere afspiegeling van de samenleving, een betere sfeer, meer aandacht voor onderlinge verhoudingen: er is nogal wat voor te zeggen om in sportbesturen meer vrouwen op te nemen. Toch blijft hun aandeel in bestuurszetels hangen op slechts 20 procent.

Om dat te veranderen werden vorig jaar twee geslaagde bijeenkomsten belegd, waarover drie prominente aanwezigen graag vertellen. Marijke Fleuren, Inge Claringbould en Rinda den Besten, bestuursleden van respectievelijk de hockeyfederaties EHF en FIH, van Gehandicapten Sport Nederland, en van NOC*NSF, over mannelijke kruiwagens, ‘naming and shaming’ en een omgekeerd quotum.

Een gemengd bestuur leidt tot het beste resultaat

Marijke Fleuren is voorzitter van de Europese hockeyfederatie EHF, bestuurslid van de internationale hockeyfederatie FIH, en lid van de Women in Sport Commission van het Internationaal Olympisch Comité, IOC. Die laatste club is in het leven geroepen om een strategie te ontwikkelen om in alle geledingen van de Olympische beweging het aantal vrouwen te vergroten. “IOC-president Bach zegt: ‘het zou ridicuul zijn als we 50 procent van het kapitaal dat we hebben niet gebruiken’”, zegt Fleuren. “Samen functioneren we beter, en in het bedrijfsleven is daarvoor voldoende bewijslast te vinden.”

Fleuren spreekt uit ervaring als ze het heeft over de positieve inbreng van vrouwen in sportbesturen. “Mannen zijn vaak meer resultaatgericht, terwijl vrouwen meer gericht zijn op de verbinding tussen mensen. Zij hebben meer oprechte aandacht voor een ander, luisteren en zijn geïnteresseerd in de persoon waarmee ze spreken. Zij kijken niet alleen naar wat diegene kan. De combinatie leidt tot het beste resultaat. In een gemengd bestuur voelen mensen zich prettiger en is de sfeer meer ontspannen en vrolijker. Dan is het leuker om naar een bestuursvergadering toe te gaan.”

Je draagvlak als organisatie is groter

Inge Claringbould, verbonden aan de Universiteit Utrecht en bestuurslid van Gehandicapten Sport Nederland, heeft wetenschappelijk onderzoek verricht naar ‘gender equality’ in sportbesturen. Zij vindt dat de vraag naar de toegevoegde waarde van vrouwen een mannelijke norm impliceert. “Je zou het moeten omdraaien;

Los van deze kanttekening kent Claringbould uiteraard de wetenschappelijk aangetoonde meerwaarde van de vrouwelijke inbreng. “Vooral de herkenbaarheid, de representativiteit is belangrijk. Je draagvlak als organisatie is groter op het moment dat mensen zich herkennen in de samenstelling van het bestuur. Daarnaast moeten dienstverlenende organisaties, zoals sportverenigingen, flexibel kunnen zijn. Hoe diverser je bestuur, hoe beter je op je omgeving kunt reageren. Want je omgeving is ook divers qua samenstelling.”

Vrouwen zien vaak kansen om samen te werken

Rinda den Besten gaf tijdens een van de bijeenkomsten over dit onderwerp een inspiratiespeech. Zij is voorzitter van de sectororganisatie voor het primair onderwijs, de PO-raad, en sinds 2016 bestuurslid van NOC*NSF. Zij hecht met name waarde aan de helikopterview die vrouwen toepassen. “Zij zijn vaak in staat allerlei aspecten mee te nemen in het umfeld van de sport, of dat nou gaat om ouders, zorginstellingen of omgevingsbelangen.”

Daarbij zijn vrouwen volgens Den Besten in het algemeen beter in staat om inhoudelijke verbindingen te leggen. “Waar in de sport toch vaak gedacht wordt in termen van competitie en tegenstanders, zien vrouwen vaak kansen om samen te werken. Daarnaast zijn vrouwen denk ik wat minder statusgevoelig dan mannen.”

Vraag het niet tussen neus en lippen door

Toch laten de cijfers zien dat er nog veel werk aan de winkel is. Hoewel bijna evenveel mannen als vrouwen sporten, zijn die laatsten met 17 procent zwaar ondervertegenwoordigd in de besturen van de Nederlandse sportbonden. Het IOC scoort nauwelijks beter: van de 115 leden zijn er 24 vrouwen. Fleuren, Claringbould en Den Besten hebben echter een aantal concrete ideeën en praktische tips om aan deze ongelijkheid een einde te maken.

Zo noemt Fleuren de wijze waarop vrouwen benaderd worden als een belangrijk punt van aandacht. “Vrouwen zeggen zelden meteen ‘ja’ als ze voor een bestuursfunctie gevraagd worden. Ze twijfelen vaak: kan ik het wel? Je moet echt even de tijd nemen om een gesprek te voeren. Vraag zoiets dus niet tussen neus en lippen door, of even per mail.”

Niet te veel mannen in plaats van: meer vrouwen

Een ander veelgenoemde maatregel is het quotum: besturen worden dan verplicht een minimaal aantal vrouwen in bestuursfuncties te benoemen. Een doeltreffende maatregel, maar volgens menigeen een paardenmiddel. Claringbould: “Een quotum kan weerstand oproepen. Dan zeggen bestuurders: ‘We gaan niet zomaar iemand benoemen omdat het een vrouw is’. Ik draai het daarom liever om; laten we uitgaan van niet meer dan 60 procent mannen in het bestuur. Dan verleg je de genoemde impliciete norm die er achter zit, namelijk dat het vanzelfsprekend is dat mannen domineren.”

Fleuren: “Ik was lange tijd geen voorstander van een quotum, maar ik kijk er nu toch anders tegenaan. Het kan een bruikbaar middel zijn om een stap te maken; het gaat kennelijk niet vanzelf. We hebben bij de FIH besloten dat de helft van de verkiesbare bestuursleden een vrouw moet zijn. Ik moet nu wel actief op zoek naar geschikte kandidaten. We hebben afgesproken dat we uit 20 landen vrouwen uitnodigen en daarmee in gesprek gaan. Het doel is een pool te vormen, waaruit vrouwen gerekruteerd kunnen worden als dat nodig is. Dus dat we niet pas beginnen met zoeken op het moment dat er een vacature is.”

Mannelijke kruiwagens zijn nodig

Omdat mannen de besturen nu nog domineren wordt aan hen ook een belangrijke verantwoordelijkheid toegedicht. “Ik geloof sterk in mannelijke kruiwagens”, zegt Claringbould. “Op dit moment bezetten blanke mannen de topposities. Dat betekent dus dat ze zeggenschap hebben om iets te veranderen in het bestuur.” Dat loont, zo weet de wetenschapper: “In een van mijn onderzoeken heb ik een bestuur geïnterviewd dat voor de helft uit mannen en de helft uit vrouwen bestond. Zowel mannen als de vrouwen gaven aan dat ze het veel prettiger vonden om in zo’n gemengd bestuur te werken.”

Naming and shaming

Voor mannenbolwerken die er niet aan willen, die geen werk maken van diversiteit, gelooft Den Besten in naming and shaming. “Zoals televisiemaker Arjen Lubach dat in zijn programma doet: hij spreekt van mannen die geen vrouw kunnen krijgen. Dat een groot Nederlands bedrijf als Boskalis er al jaren niet in slaagt om vrouwen in zijn College van Bestuur te krijgen, is natuurlijk een schande. Ik vind het goed om dat bij naam en toenaam te noemen. Zoals het goed is dat het IOC de gender equality monitort; elk halfjaar wordt gepubliceerd hoeveel vrouwen er in de besturen van nationale olympische comités zitten. Zo is zichtbaar dat Scandinavië het – zoals altijd – heel goed doet, en dat de Oost-Europese landen onderaan bungelen. Dit is de manier om het te doorbreken; maak er een discussiepunt van.”

Het drietal wijst er verder op dat het belangrijk is om als vrouwen in dit verband bij elkaar te blijven komen en zelf verantwoordelijkheid te nemen op dit terrein. Fleuren: “Ik ga op zo veel mogelijk uitnodigingen in, ik loop alle conferenties af waar thema aan bod komt. Soms voel ik mij een ‘excuustruus’, omdat er nu eenmaal niet zo veel vrouwelijke voorzitters van sportfederaties zijn. Maar mijn kennis en ervaring delen, dat voelt echt als een verantwoordelijkheid.” Den Besten: “Dit thema moet continu op de agenda moet worden gezet. Want het komt niet vanzelf goed.”

 

Auteurs:

Anita Vlasveld
Kenniscentrum Sport

Bewaren:

Bewaren

Gerelateerde artikelen

Anderen bekeken ook