Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Denken en Doen

Interventie

Erkenning

Goed onderbouwd

Een Denken en Doen-project behelst in totaal twee jaar en is opgebouwd uit vijf stappen. Deze stappen zijn: 

  1. voorbereidingsproject waarin commitment met de gemeente moet worden verkregen
  2. startersbridge  
  3. bieden deel 1
  4. bieden deel 2
  5. clubbegeleiding

De stappen worden gezet via wekelijkse bijeenkomsten van 12 lessen van gemiddeld 2,5 uur. De deelnemers verspreiden zich per vier over de tafels, ieder aan een zijde. De mensen die tegenover elkaar aan tafel zitten werken samen. Het is gebruikelijk dat deze paren, (na een beginperiode) ook de volgende keren weer samen spelen. Onder leiding van een bridgedocent worden onderdelen van het spel uitgelegd. De groep van circa 48 personen wordt in eerste instantie verdeeld over twee lesgroepen die na stap 4 worden samengevoegd. Vanaf dat moment vindt ook het bij bridge gebruikelijke wisselen plaats, waarbij paren van tafel opstaan en een andere tafel zoeken. Op die manier ontmoeten deelnemers steeds nieuwe tegenstanders, meer dan 10 per les.

De doelgroep is ouderen (60+) die wonen in buurt, wijk of bijvoorbeeld zorginstelling. Alle ouderen kunnen meedoen, maar aangeschreven wordt op basis van een selectie door de gemeente. Uit onderzoek is bekend dat van de deelnemers die meedoen meer dan 30% chronisch ziek is, alsmede dat een derde van de deelnemers bij aanvang eenzaam is. Intermediaire doelgroepen zijn gemeenten en organisaties voor ouderenzorg, bridgedocenten en bridgeverenigingen.

De belangrijkste materialen: bridge-materiaal (zoals speelkaarten, boards, biddingboxen, tafelbladen, scorekaarten), bridgeleermateriaal en oefenmateriaal (online software). Voor intermediaire partijen zijn er een projecthandleiding en diverse folders en uitnodigingsbrieven. Ten slotte zijn er voor docenten leerboeken en afzonderlijke docentenhandleidingen en is er ondersteuning.

Onderbouwing
In Nederland voelt een miljoen ouderen zich vaak eenzaam. Gezondheid en kwaliteit van leven worden negatief beïnvloed door eenzaamheid. Denken en Doen is gericht op sociaal-culturele activering. Bij deze vorm van interveniëren wordt de sociale omgeving van de doelgroep contactrijker gemaakt. Het accent van sociaal-culturele activering ligt op de activiteit en de gezelligheid, waarmee randvoorwaarden worden gecreëerd om contacten te leggen. Denken en Doen maakt gebruik van deze methode: bridge is het middel om mensen te activeren en met elkaar in contact te brengen en langdurig te binden.

Probleembeschrijving

In Nederland voelt een miljoen ouderen zich vaak eenzaam, circa 33% van de 65-plussers (Van Tilburg en de Jong Gierveld 2007; Meulenkamp et al. 2011), waarvan bijna 33.000 zelfs extreem eenzaam (www.ouderenfonds.nl). Er wordt verwacht dat het aantal 65-plussers in Nederland zal toenemen naar 4,1 miljoen personen in 2030: dit is een kwart van de bevolking (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2011; Sociaal Cultureel Planbureau, 2008). Daarnaast zijn ouderen steeds vaker alleenstaand en kinderloos (Sociaal Cultureel Planbureau, 2004), wat een groter aantal eenzame ouderen tot gevolg zal hebben.
Gezondheid en kwaliteit van leven in het algemeen worden negatief beïnvloed door eenzaamheid (Berkman et al., 2000; Drageset, 2004; Drageset et al., 2009; Winningham & Pike, 2007). In het huidige Nederlandse ouderenbeleid zijn het bevorderen van de zelfredzaamheid en het streven naar een goede kwaliteit van leven voor ouderen dan ook belangrijke speerpunten (Ministerie van VWS, 2011).
Hoewel er over de definitie van eenzaamheid in de literatuur geen consensus bestaat, zijn in de verschillende omschrijvingen van eenzaamheid wel gemeenschappelijke kenmerken te onderscheiden. Het belangrijkste kenmerk is dat eenzaamheid niet gelijk is aan alleen zijn.
Mensen kunnen zich in een groot gezelschap eenzaam voelen, terwijl iemand die vaak alleen is niet per se eenzaam is. Eenzaamheid is een gevoel, een subjectief gegeven en kan optreden wanneer bestaande relaties niet aan de verwachtingen of verlangens voldoen, bijvoorbeeld door het ontbreken van gemeenschappelijke interesses, inhoud, diepgang of intimiteit (De Jong Gierveld, 1984). Hieruit volgt dat samenzijn op zich niet altijd een oplossing biedt voor eenzaamheid (Peplau et al., 1982).
Een tweede kenmerk is dat pas van eenzaamheid kan worden gesproken wanneer de discrepantie tussen bestaande en gewenste relaties door de betrokkenen als negatief wordt ervaren (Dykstra, 2007).
Het derde kenmerk betreft het tijdsperspectief. Eenzaamheidsgevoelens worden als problematisch ervaren wanneer de betrokkene zichzelf minder goed in staat acht de gevoelens binnen redelijke termijn op te heffen of de situatie waarin hij of zij verkeert te veranderen (De Jong Gierveld, 1984).
In navolging van Routasalo en collega?s (Routasalo et al., 2006) wordt onderscheid gemaakt tussen twee vormen van eenzaamheid, namelijk eenzaamheid ten gevolge van sociale isolatie en eenzaamheid ten gevolge van emotionele isolatie (Weiss, 1973). Sociale eenzaamheid is gerelateerd aan een tekort aan sociale integratie, het ontbreken van contacten met mensen waarmee men bijvoorbeeld gemeenschappelijke kenmerken deelt. Emotionele eenzaamheid treedt op als iemand een hechte, intieme band mist met één ander persoon, in de meeste gevallen een levenspartner. Het onderstaande stuk richt zich op de sociale eenzaamheid.

Doelgroepen

De doelgroep is ouderen (in de leeftijd van 60+) die wonen in buurt, wijk of bijvoorbeeld zorginstelling. Hoewel alle ouderen kunnen meedoen vindt de selectie plaats door de gemeente die de aanschrijvingen bepalen via de gemeentelijke basis administratie. Gemeenten hebben dus de vrijheid om behalve leeftijd ook woonomstandigheden (alleenstaand, zorginstellingen) en/of sociaal economische omstandigheden als selectiecriteria toe te passen. In de paragraaf „onderbouwing” wordt dieper ingegaan op de verschijningsvorm van Denken en Doen, waardoor iemands eigenlijke motivatie om deel te nemen verborgen kan blijven, wat de ontmoetingsactiviteiten laagdrempelig maakt (Linneman et al., 2001). Hierbij wordt er bewust op gelet dat niet alleen eenzame mensen worden geworven omdat de kracht van het project zit in de gemengde samenstelling (en niet alleen maar zielige/eenzame ouderen).
De interventie onderscheidt zich ten opzichte van andere interventies voor ouderen doordat ze zich niet primair op de jongste ouderen richten (Zantinge et.al 2011). Gemiddelde leeftijden van respondenten rond de 70 jaar zijn normaal.

Intermediaire doelgroep

a. Gemeenten en organisaties voor ouderenzorg (die, mede, het gemeentelijk beleid voor ouderenzorg uitvoeren).
b. Bridgedocenten
c. Bridgeverenigingen
Ad a. Gemeenten en organisaties voor ouderenzorg
De meeste gemeenten hebben een nota „ouderenbeleid”. Een gemene deler in al deze nota?s is dat elke gemeente de ouderen graag zelfstandig en actief houdt en hen bij de lokale maatschappij wil betrekken (participatie/meedoen). Dit project geeft gemeenten een instrument waarmee ze inhoud en uitvoering kunnen geven aan bovengenoemde beleidsvoornemens. Zeker nu veel gemeenten te maken hebben met een steeds groter deel van hun bevolking dat valt onder de definitie van ouderen is dit belangrijk (vaak ruim meer dan 20%, cijfers CBS en NiDi, DEMOS, jaargang 22 nr 6, blz 55).
Veel gemeenten besteden de uitvoering van hun ouderenbeleid uit aan een organisatie voor ouderenzorg/welzijn. Deze organisatie wordt dan in het project vaak het aanspreekpunt in plaats van de gemeente.

Ad b. Bridgedocenten
Om het project te kunnen uitvoeren zijn geschikte bridgedocenten nodig. Deze worden door de NBB uit de NBB-docentendatabase geselecteerd. Zoals reeds verwoord is bridge het middel. Duidelijk is dat uitsluitend focus op het leren bridgen niet de bedoeling is, noch effectief. Er wordt van de docenten ook andere, veel meer sociale, vaardigheden verwacht. Hoe stimuleer je actief gedrag. Hoe kom je tot groepsvorming. Hoe gaan bridgeparen tot stand komen.

Ad c. Bridgeverenigingen

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Denken en Doen is gericht op het vergroten van het aantal sociale contacten en daarmee het vergroten van een sociaal netwerk bij ouderen (60+) waarbij bridge wordt ingezet als middel om mensen met elkaar te verbinden. Denken en Doen geeft de deelnemers een netwerk, een structuur met wekelijkse bijeenkomsten en kansen om sociaal in beweging te komen.

Subdoel

  1. Het ontmoeten van andere mensen en het kunnen aangaan en onderhouden van sociale verbanden, om op die manier deel te (blijven) nemen aan het lokale maatschappelijke leven; 
  2. Het realiseren van netwerken in buurt en wijk in de vorm van bridgeclubs van ouderen (met een gemiddelde leeftijd van 60 of 60+). 
  3. Deelnemers voor een periode van twee jaar of langer laten deelnemen in deze of soortgelijke netwerken, bij voorkeur in de vorm van een lidmaatschap van een vereniging. 

Als implementatiedoelen kunnen hierbij worden genoemd:

  1. Het voort laten bestaan (continuïteit) van deze netwerken langer dan twee jaar, hetzij als zelfstandige bridgeclub, hetzij als satellietclub/middagclub/eigen lijn van een bestaande bridgeclub in de wijk of buurt;
  2. Het bieden van een instrument voor gemeenten dat geschikt is om in te zetten bij hun ouderenbeleid op het gebied van ouderen-participatie.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

In totaal beslaat een Denken en Doen project twee jaar.
Het project begint met de benadering en selectie van de potentiële deelnemers en kan als volgt worden samengevat:

-1. Voorbereiden aanvraag (p.m.)
0. Start (= project) toekenning. (p.m.)
1. Voorbereiding project (ca. 4 mnd)
2. Startersbridge (ca. 3/4 mnd)
3. Start bieden (ca. 3/4 mnd)
4. Bridge in een flits deel 2 (ca. 3/4 mnd)
5. Clubbegeleiding en verder (ca. 8 mnd)
In totaal duurt een Denken en Doen project 24 maanden of langer. Na twee jaar functioneert de groep zonder extern gefinancierde begeleiding.

Locaties en Uitvoering

De daadwerkelijke lessen en begeleiding wordt gegeven door de aangezochte bridgedocent, die in het project wordt bijgestaan door zogenaamde tafelbegeleiders.
Het is afhankelijk van de financiering van de interventie hoe deze organisatorisch is verankerd. Heeft de gemeente bijvoorbeeld opdracht gegeven aan de Nederlandse Bridge Bond voor een project dan neemt deze de verantwoordelijkheid voor de projectuitvoering. Gemeenten kunnen zich voor hun deel laten vertegenwoordigen door een zorginstelling waarmee wordt samengewerkt.
De Nederlandse Bridge Bond beschikt over een plaatselijke infrastructuur om de docent te contracteren en begeleiding te organiseren. Standaard worden hierbij lokaal aangesloten bridgeverenigingen bij betrokken.
Ook kan het onder regime van de Sportimpuls voorkomen dat een project bij een lokale bridgevereniging, of omni-sportvereniging wordt verankerd. Deze zal op basis van een overeenkomst met de interventie-eigenaar, de Nederlandse Bridge Bond, door de Nederlandse Bridge Bond worden bijgestaan. Ook dan pakt de Nederlandse Bridge Bond de projectuitvoering op, maar nu op basis van de overeenkomst met de bridgevereniging. Deze laatste moet het project richting financiers verantwoorden.

Ondersteuning

Lokale partijen kunnen de interventie uitvoeren waarbij de kwaliteitsbewaking bij de NBB ligt. Alleen indien met de NBB hierover afspraken zijn gemaakt kan de NBB hier aan meewerken.
De projectaanvrager kan de NBB vragen het project voor hen uit te voeren, waarbij overigens het committent en de medewerking van de projectaanvrager zeer belangrijk is, of de projectaanvrager kiest ervoor zelf de verantwoordelijkheid voor de projectuitvoering te nemen met op slechts enkele punten begeleiding van de NBB.
De rollen inzake de implementatie staan steeds uitgebreid omschreven in het stappenplan.

Materialen

Het project Denken en Doen maakt gebruik van eenvoudige voorlichtingsmaterialen:
Voor gemeenten en aanvragers

  • Een handleiding voor de uitvoerder/bridgeclub (deze) waarin het project wordt uitgelegd; 
  • Folder materiaal en een „update? gericht op gemeenten; 
  • Voorbeelden van uitnodigingen, brieven, persberichten en promotiemateriaal gebruikt in andere gemeenten; 
  • Projectomschrijving Denken en Doen; 
  • Een aanbeveling van NISB; 
  • Een aanbeveling van Prof. Hopman Rock (TNO gezondheid); 
  • Verwijzing naar de literatuurlijst. 

Voor deelnemers en geïnteresseerden
Het folder-, cursus- en lesmateriaal is door de NBB ontwikkeld en volledig inbegrepen in de projectkosten:

  • Een (per project ingedrukte) folder voor deelnemers; 
  • Het praktijkboek „Startersbridge met Berry’; 
  • Gratis toegang op internet tot „Startersbridge met Berry?; 
  • Het vervolgboek: „Start bieden met Berry’ (afh. van de voorkeur van de bridgedocent kan het praktijkboek samen met het vervolgboek worden vervangen door ‘Bridge in een Flits 1’, dezelfde auteur); 
  • Als gebruiker van het vervolgboek toegang tot „de Toekomstclub? op internet, waar kan worden geoefend (6 weken gratis + 12 maanden lidmaatschap); 
  • Het vervolgboek „Bridge in een Flits 2? voor verdere verdieping; 
  • Tafelbladen; 
  • Speelkaarten; 
  • Biddingboxen; 
  • Boards. 

Voor docenten

  • De docentenprojecthandleiding voor Denken en Doen 
  • De docentenhandleiding voor „Startersbridge met Berry’ 
  • De docentenhandleiding voor ‘Start bieden met Berry’ 
  • De docentenhandleiding voor ‘Bridge in een Flits 1 en 2’ 
  • Powerpoint ondersteuning voor ‘Startersbridge met Berry’ 
  • Powerpoint ondersteuning voor ‘Start bieden met Berry’ 
  • Powerpoint ondersteuning voor „Bridge in een Flits 1 en 2’ 

Evaluatie van de projecten is afhankelijk van de wensen van de aanvrager en financier

Oordeel commissie

Denken en Doen is gericht op het verminderen en voorkomen van eenzaamheid door het bewerkstelligen van een (nieuw) sociaal netwerk onder de doelgroep, met bridge als middel. De onderbouwing hiervoor is overtuigend neergezet. Dit oordeel is echter niet door te trekken naar bewegen. Sport en bewegen kunnen wel gekoppeld worden aan de interventie, maar het moet geen doel op zich zijn. 

Uitvoerbaarheid

Denken en Doen wordt vaak uitgevoerd, er zijn goede materialen en positief zijn de ondersteuningsmogelijkheden en betrokkenheid vanuit de Bridgebond. Een aandachtspunt is de doorgeleiding/continuïteit na 2 jaar. Hoe worden verenigingen bij deze projecten betrokken en wat doet de NBB om de continuïteit van Denken en Doengroepen te ondersteunen?

Organisatie

Organisatie: bondsbureau Nederlandse Bridge Bond
Telefoon nummer organisatie: 030-2759999

Organisatie: bondsbureau Nederlandse Bridge Bond
Telefoon nummer organisatie: 030-2759967

Contactpersoon

Naam: Gijs van der Scheer
Telefoon nummer: 030-2759915
Email: gijs.vd.scheer@bridge.nl

Naam: Nancy de Boer
Email: nancy.de.boer@bridge.nl

Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.