Sluiten

Contributiemonitor 2018/2019: de belangrijkste conclusies

Artikel

Publicatiedatum 21 april 2020

Eind 2019 verscheen er weer een nieuwe versie van de contributiemonitor. Sinds seizoen 2016/2017 volgen het Mulier Instituut en de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (en sinds kort ook Fontys Economische Hogeschool Tilburg) jaarlijks de contributies en toegangsprijzen in Nederland. Dit levert beleidsrelevante informatie op voor het thema betaalbaarheid van sportaanbod.

2016/17: verschil stedelijk en niet-stedelijk

In 2016/2017 is gekeken naar de sporten handbal, voetbal, tennis, volleybal, hockey en atletiek (van in totaal 2.750 verenigingen). Er werd een duidelijk verschil tussen senioren en junioren zichtbaar. Voor hockey betaalde men het meest, voor tennis en atletiek het minst.

Ook liet de monitor zien dat de contributie in krimp- en anticipeergebieden lager ligt dan in andere gebieden. En er is een duidelijk verschil tussen stedelijk en niet-stedelijk. De onderzoekers namen destijds aan dat de hogere grondprijs wordt doorvertaald naar hogere huur richting verenigingen. En dat die dit op hun beurt weer doorvertalen naar een hogere contributie voor hun leden.

2017/2018: personen met een migratieachtergrond

In 2017/2018 kwamen de sporten voetbal, korfbal, rugby, tennis en basketbal aan bod in de monitor (van in totaal 2.286 verenigingen). Hieruit bleek de contributie van basketbalverenigingen het hoogst en van tennis het laagst (al is de contributie hier exclusief trainingskosten).

In gemeenten met een hoger gemiddeld maandinkomen bleek de contributie hoger te liggen en dit gold ook voor de stedelijke gebieden. In dit soort gebieden wonen tevens relatief veel personen met een migratieachtergrond. Zij scoren laag in de sportdeelname cijfers en hebben wellicht last van de hogere contributies. Hoge kosten zouden dus zomaar een belemmering kunnen vormen voor sporten in clubverband. Gelukkig zijn er initiatieven als het Jeugdfonds Sport & Cultuur, en is eind februari het Volwassenenfonds Sport & Cultuur gelanceerd.

Lees hier het complete artikel over de resultaten 2017/2018.

2018/2019: in de pas met inflatie

In 2018/2019 is naast atletiek, handbal, hockey, voetbal en volleybal, ook gekeken naar de contributies voor golf, handboogschieten en tafeltennis (van in totaal 1.784 sportverenigingen). Leden van een golfclub betalen het meest, gevolgd door hockey. Voor handboogschieten en atletiek ben je het minst kwijt.

Kijkend naar inflatie dan blijken de hockey contributies gemiddeld iets harder te stijgen, waar atletiek, handbal en volleybal juist iets achterblijven. Naast de tarieven voor zwembaden en ijsbanen is in deze monitor voor het eerst gekeken naar toegangsprijzen voor klim- en boulderhallen en zijn de bondsafdrachten en deelnamekosten voor loopevenementen inzichtelijk gemaakt. Dit alles om de betaalbaarheid van sport te blijven monitoren, inzicht te geven en hierop te kunnen sturen zodat de sport toegankelijk blijft voor iedereen!

Meer lezen over de resultaten van 2019:

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.