Sluiten

Competitieve sport en duurzaamheid kunnen hand in hand

Artikel

Publicatiedatum 30 maart 2020

De relatie tussen sport en duurzaamheid is een moeizame. Sport is immers competitie, vechten en het uitsluiten van anderen. Termen die niet passen bij de manier van omgaan met wat ons nog rest aan natuur. Wat dat betreft zouden we de ander juist moeten omarmen. Is competitieve sport te verduurzamen? Dat is de vraag die centraal staat in het proefschrift ‘Towards a Sustainable Philosophy of Endurance Sport: Cycling for Life (2018)’ van de Nijmeegse sportfilosoof Ron Welters. Over ecosofie, sportieve ascese, duurzaamheid en de talrijke zegeningen van het fietsende leven.

Welters doet onderzoek naar (duur)sport en duurzaamheid. In zijn proefschrift legt hij een link tussen duursport en duurzaamheid. Volgens Welters zit er een heel praktische kant aan. Wanneer duursport zo wordt geïntegreerd in je leven dat je veel meer met de fiets doet (vakanties of fietsen naar het werk) wordt de CO2-uitstoot flink beperkt. Toch kan volgens hem een competitief element ook een meerwaarde zijn. In de milieufilosofie zie je juist vaak een aversie tegen competitie maar voor een duurzame wereld is ook een grote inspanning nodig. Je kunt dat als een positieve vorm van competitie zien.

wielrenners in actie
(bron:shutterstock)

‘Een blik in mijn achtertuin: Heumensoord, het bosgebied ten zuiden van Nijmegen. Daar botsen diverse belangen. Schapen, wandelaars, ruiters, hardlopers en mountainbikers strijden om de schaarse ruimte. Eens per jaar, ergens in december, zijn de rapen echt gaar. Dan vindt de jaarlijkse run-mountainbike-run plaats. Een deel van het bos is dan voor een paar uur niet toegankelijk voor de ware, mindful kuierende natuurliefhebber. Schande. Ze maken alles kapot, die nietsontziende competitieve onverlaten.

Ecosofie

Desalniettemin probeert de Noorse sportfilosoof Sigmund Loland in zijn ‘Outline of an Ecosphy of Sport (1996)’ toch een inclusieve sportfilosofie te ontwerpen. Eentje die rekening houdt met de omgeving. Eentje die zoveel mogelijk bloemen laat bloeien. Hij baseert zich daarbij op het werk van Arne Naess, de grondlegger van de ecosofie. Die term is een samentrekking van filosofie (letterlijk: liefde voor wijsheid) en ecologie, de wetenschap die zich richt zich op de wisselwerking tussen organismen en hun omgeving.

Kortgezegd komt Lolands sportecosofische blauwdruk op het volgende neer: zoek naar een optimale balans tussen individueel sportplezier en respect voor medemensen en andere biologische soorten. Hij richt zijn kritische pijlen daarbij vooral op de Olympische Spelen – met als motto Citius, altius, fortius, steeds sneller, hoger en sterker – en de zogeheten recordsporten. Dat zijn sporten die nietsontziend records najagen. Daarmee staan ze gelijk aan de ecologisch gezien onhoudbare gedachte van ongelimiteerde groei in gelimiteerde systemen. Hoeveel mogen we investeren om de Usain Bolts van deze wereld nog één honderdste van een seconde sneller te laten zijn?

Nieuw koningsnummer

Record-sporten zijn de personificatie van de wet van de afnemende meeropbrengst. Op deze manier hollen we onzelf voorbij. Om aan deze waanzin een eind te maken stelt Loland een nieuwe, ecosofisch verantwoorde vorm van de 100 meter sprint voor, het koningsnummer van de atletiek en van de Olympische Spelen. Sprint voortaan over verschillende afstanden, op verschillende ondergronden, van woestijnzand tot permafrost. Fixeer je niet langer op het verbreken van die 9.58 seconden. Maar geef de sprinters punten op basis van de volgorde waarop ze de finishlijn passeren (10 voor de winnaar, 7 voor nummer 2 etc.). Tel die na de verschillende races bij elkaar op. En tel uit je winnaar.

hardloopwedstrijd tussen drie mannen
(Usain Bolt bron: shutterstock)

Lolands sport-ecosofie heeft zijn charme, zeker. Maar hoezeer ik zijn pleidooi voor een ecosofisch verantwoorde sportmindset ook waardeer, ik betwijfel de haalbaarheid ervan. Ik denk dat we hoe dan ook gefascineerd zullen blijven door het idee dat er telkens weer iemand opstaat die nog sneller blijkt te kunnen rennen, fietsen of zwemmen. Bovendien zou dit ecosofisch hervormde sprintschema wel eens averechts kunnen werken. Wellicht levert dit juist nog meer nabootsend zogenaamd eco-toerisme op. Met een chartervlucht naar de toendra, om daar eindelijk een keer over de permafrost te kunnen snellen, zolang die er nog is, tenminste. Tel uit je milieuwinst.

 Lange adem

Ik ben echter niet zo geïnteresseerd in de mondiale sprint-elite. Ik heb meer met duursport. Gezien het feit dat duursport door steeds meer mensen wordt beoefend valt daar ook veel meer winst te halen. Bovendien heb je voor die sporten van de lange adem niet veel natuurtalent nodig. Duursport is vooral een kwestie van veel trainen en domweg doordouwen. Een kwestie van lange adem.

Zo kom ik bij de Duitse filosoof Peter Sloterdijk terecht. De titel van zijn boek Du musst dein Leben Ändern (Je moet je leven veranderen, 2009) is gebaseerd op de volgende anekdote. In 1905 ondergaat de jonge, veelbelovende, maar breekbare en wankelmoedige dichter Rainer Maria Rilke een depressieve periode. Hij krijgt geen woord meer op papier. Om inspiratie op te doen, meldt hij zich als onbezoldigde privé-secretaris bij de beeldhouwer Auguste Rodin, een forse, viriele, atletische man, bekend van zijn gespierde beeld De Denker.

Altijd werken

Rilke vraagt aan Rodin wat hij moet doen om uit de impasse te geraken en weer productief te worden. Rodin antwoordt: “Werken, altijd werken! Steeds weer opnieuw beginnen!” Om je heen kijken, frisse lucht opsnuiven en vervolgens net zolang hakken, schrijven en herschrijven totdat je iets in handen hebt.

Rodin stuurt Rilke naar het Louvre. Daar raakt deze opnieuw geïnspireerd door een hoofd- en ledematenloos beeld met een in het oog springende six-pack. Het lichaam toont zich en roept op tot harde actie. De steenklomp zet Rilke aan tot het schrijven van een van zijn bekendste sonnetten, Archaïscher Torso Apollos, met de slotregel: “Je moet je leven veranderen”. Ga aan het werk. Doe iets!

standbeeld De Denker
(De Denker, bron: shutterstock)

Peter Sloterdijk buigt dit bevel uit de steen om naar een algemene ascetologie, naar het oud-Griekse askesis, dat training of oefening betekent. Elk tijdperk heeft zijn eigen voorkeursvorm om de eeuwige menselijke aandrang tot oefenen, fijnslijpen en perfectioneren in te gieten. Wij zoeken het niet meer in de ascese van de middeleeuwse monnik die in stille afzondering de Bijbel kopieert. Anno nu staat lichamelijke oefening hoog in het vaandel.

Waar het de fiets betreft, heeft Sloterdijks oefenleer een groot bereik. Daar kan nagenoeg iedereen mee uit de voeten. Daar is niet bijster veel motorisch talent voor nodig. En voor wie denkt dat wielrennen juist het slechte voorbeeld geeft als het gaat om wenselijk gedrag: bedenk dan dat er voor elke overbetaalde en gedrogeerde prof minstens 1000 goedwillende amateurs (letterlijk liefhebbers) zijn, aldus Sloterdijk.

De moraal

Als we weer leren inzien dat goed en duurzamer leven een persoonlijke inspanning van formaat vergt, zet dat ons aan tot metanoia, een radicale ommekeer in ons leven. Denk niet in termen van ‘men’. Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Dat is het minste wat je kunt doen.

De optelsom van individuele ommekeren levert een wedergeboorte op van ecologisch gezien minder rampzalige tijden. Met zijn allen weer meer op de fiets en met zijn allen minder vlees consumeren. (Wat trouwens de trend is in het professionele wielerpeloton. Biefstukken worden daar steeds vaker ingeruild voor kwark en noten. De onlangs gestopte Maarten Tjallingi is zelfs veganist).

Kortom: stug doortrainen en met zijn allen duurvermogen kweken. Dat is op termijn stukken beter voor de wereld dan de fixatie op de sprint van de toppers.

Fietsen

man fietst op de weg in de bergen
(foto: Ron Welters)

Sloterdijks doorleefde ascetologie biedt ruimte voor het ventileren van onze Vertikalspannung, onze verticale aandrang. We willen weg uit de horizontaliteit, omhoog! We willen het vlakke land inruilen voor de berg van de buitencategorie, bij voorkeur de Ventoux of de Alpe d’Huez.

Deze verticale aandrang impliceert: de strijd met jezelf aangaan in dat wat de Amerikaanse psycholoog en filosoof William James aan het begin van de vorige de ‘strenuous mood’ doopte, de ingespannen stemming. Dus niet zomaar een beetje peddelen, maar stevig doortrappen. Bij voorkeur tegen de wind in of bergop. Dat gaat zeker pijn doen. Maar dat is fijne pijn, die op termijn rendeert. Pijn die je je eigen optimum doet bereiken. Pijn die verdiept en verduurzaamt.

Sportfilosofen definiëren sport vaak als speelse en vrijwillige poging om zelf opgeworpen, onnodige hindernissen te slechten. Ik vervang dit liever door het volgende. Duursport, met name fietsen, is de noeste en noodzakelijke poging om hindernissen op ecologisch gebied te overwinnen.

 De bidons van Eddy Merckx

De wereld is opengebroken. Een rondje door de eigen achtertuin volstaat niet meer. De fiets biedt ecologisch verantwoord soelaas voor onze reisdrift. Zolang de Beringstraat ’s winters bevroren blijft kun je in beginsel van Nijmegen naar Vuurland fietsen en de wereld eens goed verkennen.

Om uiteindelijk te merken dat je steeds weer op zoek bent naar de prachtige landschappen uit je jeugd. Dat is “georiënteerde herhaling”, naar een term van de cultuurfilosoof Ton Lemaire. In mijn geval betekent dit stiekem altijd weer terugverlangen naar de Zuid-Limburgse Eyserbosweg. Die gemene klim (max. 16%) waaraan ik opgroeide en tijdens de Amstel Gold Race van 1975 de bidons van Eddy Merckx vulde. En waar, voor wie er tijdens een solitaire trainingsrit oog voor heeft, in de berm ook nog eens mooie orchideeën bloeien.

Om te eindigen met hartekreet uit Tim Krabbé’s De Renner (1978): “Niet-wielrenners. De leegheid van die levens schokt me.”

 

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.