Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Bouwstenen voor verantwoorde zorg bij licht verstandelijk gehandicapte jongeren

Artikel

De leefstijl van jongeren met een licht verstandelijke handicap blijkt ongezonder dan gemiddeld in Nederland. Zorgaanbieders en beroepsbeoefenaars zijn verantwoordelijk voor een goede kwaliteit van zorg, maar zijn kunnen niet volledig verantwoordelijk worden geacht. Cliënten hebben recht op een vrije keuze en geven daarmee een eigen invulling aan hun leefstijl. Omdat een ongezonde leefstijl invloed heeft op de zorgvraag, is het van belang om hier voor de doelgroep jongeren met een licht verstandelijke beperking aandacht te besteden. Deze doelgroep heeft meer begeleiding nodig vanwege hun kwetsbare positie, vanwege de verstandelijke beperking, verminderde sociale redzaamheid en hun leeftijd.

Roken, overgewicht en inactiviteit. De negatieve gevolgen daarvan terugdringen is het doel van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) van het ministerie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Daarvoor zijn in 2012 de bouwstenen tot stand gekomen in samenwerking met de orthopedagogische behandelcentra en de koepelorganisatie VOBC. Het gaat om negen stappen die zorginstellingen moeten nemen om de jongeren met een lichte beperking aan te zetten tot een gezondere levensstijl.

De groep rookt verhoudingsgewijs veel, heeft vaker dan gemiddeld overgewicht en is ook vaker dan gemiddeld inactief. Dat hebben zorgverleners bevestigd voordat de IGZ zich specifiek op deze groep richtte. Volwassenen met een lichte beperking vertonen hetzelfde ongezonde gedrag, bleek uit onderzoek. Nederland telt ruim 140.000 verstandelijk gehandicapten, van wie driekwart een lichte beperking heeft.

Roken, ongezond eten en weinig bewegen zijn niet te verbieden. Zorgverleners zijn niet geheel verantwoordelijk als hun cliënten zich daaraan overgeven. Maar de instellingen moeten wel proberen dat zoveel mogelijk te beperken. Ze dienen de doelgroep aan te spreken op een manier die daarbij hoort, anders dus dan te gebruiken bij mensen zonder verstandelijke handicap. De verantwoorde zorg is vastgesteld op drie verschillende niveaus, verwoord in negen bouwstenen. .

Bouwstenen op instellingsniveau

  1. Beleid

    Elke instelling stelt beleid maken om roken, overgewicht en inactiviteit tegen te gaan. Leg concreet het beleid vast in doelstellingen zijn en hoe ze passen bij de algemene pedagogische visie van de zorgverlener.

  1. Evalueren

    De resultaten van de maatregelen moeten worden bijgehouden, liefst jaarlijks. Zo kan de instelling bepalen of het beleid succesvol is. Zo nodig kan het worden aangepast.

  1. Randvoorwaarden

    De instelling zorgt voor faciliteiten die nodig zijn voor verantwoorde zorg. Daarbij gaat het vooral om scholing op het gebied van een gezonde levensstijl. Mogelijke onderwerpen zijn wat is een gezonde leefstijl, hoe kan ik jongeren stimuleren en welke programma’s kan ik inzetten . Medewerkers moeten zich ervan bewust zijn dat ze een voorbeeldfunctie hebben. Naast scholing is er ook aandacht voor registratie (welke aanpassingen zijn nodig in het behandelplan) en monitoring om het beleid te kunnen evalueren.

Bouwstenen op het niveau van de cliënt

  1. Registratie

    Iedere jongere die cliënt is van een orthopedagogisch behandelcentrum heeft een individueel behandelplan. Een individuele aanpak op het gebied van roken, overgewicht en lichamelijke inactiviteit) en registratie hiervan krijgt een plaats in het behandelplan. Hierin zijn de activiteiten opgenomen om een gezonde leefstijl te bevorderen. Vanuit preventie gedacht is het belangrijk om altijd aandacht te besteden aan de leefstijl van de jongeren, toegespitst op de individuele situatie en behoefte van de cliënt.

  1. Ondersteuning

    De leefstijl komt aan de orde in de jaarlijkse bespreking van het behandelplan. Dat is een mooie gelegenheid, omdat alle betrokkenen daarbij zijn. De verantwoordelijke arts kan nagaan of doorverwijzing naar bijvoorbeeld een diëtist of fysiotherapeut iets heeft uitgehaald.Dat betekent het volgende voor het terugdringen van roken, overgewicht en inactiviteit:

    • Roken. Een individueel plan waarin staat hoeveel de jongere rookt en waarom hij rookt. Vindt hij het lekker, is hij verslaafd of wil hij erbij horen? Met hem worden maatregelen benoemd die tot stoppen moeten leiden.
    • Overgewicht. De Body Mass Index, die bepaalt of het gewicht gezond is, wordt opgenomen in het behandelplan. Bij overgewicht worden een doel en de activiteiten om het doel te bereiken benoemd. Speciale aandacht krijgen jongeren met een aandoening of medicatie die overgewicht in de hand werkt.
    • Inactiviteit. In het behandelplan wordt een persoonlijk beweegplan opgenomen. Hierin komt te staan wat de jongere kan en wil en hoe hij dat kan uitvoeren. De Nederlandse Norm Gezond Bewegen is de leidraad.

Bouwstenen op uitvoeringsniveau

  1. Rol van begeleiders

    Jongeren met een lichte handicap zijn gemakkelijk te beïnvloeden. Daarom moeten ze het goede voorbeeld krijgen. Begeleiders zijn zich bewust van hun voorbeeldfunctie en handelen daarnaar. Begeleiders gaan daarnaast het gesprek aan en nemen belemmeringen voor een gezonde leefstijl zoveel mogelijk weg. Voorlichting over bijvoorbeeld de kosten van roken is welkom. Net als informatie over de mogelijkheden tot sporten en het nut daarvan.

  1. Rol van ouders

    De begeleiders maken de ouders bewust van hun voorbeeldfunctie op het gebied van gezonde leefstijl. Dat kan bij de bespreking van het behandelplan. Ook is het mogelijk een voorlichtingsbijeenkomst of een cursus te organiseren voor ouders.

  1. Samenwerking met andere instanties

    Zorginstellingen zijn niet alleen verantwoordelijk voor wat er gebeurt op het gebied van gezonde leefstijl. Ook andere organisaties waar jongeren regelmatig verblijven zoals de school en de sociale werkplaats kunnen een belangrijke bijdrage leveren . Maar deze moeten wel worden betrokken bij de activiteiten. Ook met huisartsen, diëtisten en andere hulpverleners kan contact worden opgenomen. En vergeet het netwerk van de cliënt niet bij ambulante behandeling.

  1. Preventie

    Instellingen moeten het goede voorbeeld geven en maakt de gezonde keus de makkelijke keus. Op alle gebieden:

    • Roken. Medewerkers mogen niet roken in het zicht van jongeren. Roken wordt ontmoedigd voor kinderen onder de 16 en eventueel zelfs verboden. Leg uit hoe schadelijk roken is: hoe jonger ze beginnen, hoe hoger het risico op een hele serie ernstige ziektes.
    • Overgewicht. De instelling biedt gezonde voeding aan. Stel het dagelijkse menu samen volgens de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum. Of jongeren nu zelf koken of niet. Maak de keuze voor gezond eenvoudiger en plaats geen frisdrank- en snoepautomaten. En biedt gezonde tussendoortjes aan. Fruit? Fruit!
    • Inactiviteit. Stimuleer jongeren tot meer activiteit. Dit kan op verschillende manieren. Soms heel simpel, denk aan traplopen. Of stimuleer jongeren naar school te fietsen. Kunnen ze misschien lid worden van een sportclub? En wekelijks samen zwemmen of voetballen?
Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.