Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Beweeg- en sportgedrag van mensen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking

Feiten & cijfers

Geplaatst op 23 december 2015

Regelmatig sporten en bewegen heeft positieve effecten op de gezondheid en het welzijn, ook voor mensen met een beperking. Mensen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking sporten echter aanzienlijk minder dan ‘gezonde’ mensen. De groep mensen met een beperking is dan vaak wordt gedacht. In Nederland hebben 1,6 miljoen mensen in de leeftijd van 12-79 jaar een matig tot ernstige lichamelijke beperking en maar liefst 8,2 miljoen mensen een chronische aandoening. Hiervan hadden 5,3 miljoen mensen in 2014 tenminste eenmaal contact met hun huisarts.

Maar hoeveel bewegen en sporten volwassenen met een chronische aandoening of lichamelijk beperking nu in vergelijking met ‘gezonde’ volwassenen? Zijn er verschillen in beweeg- en sportgedrag tussen de verschillende groepen mensen met een beperking of chronische aandoeningen? Welke sporten worden door deze doelgroepen beoefend? Deze vragen worden in dit artikel beantwoord.

Beweegnormen voor volwassenen

In Nederland zijn beweegnormen geformuleerd voor de minimale hoeveelheid lichaamsbeweging die nodig is voor instandhouding en verbetering van de gezondheid. In het kader zijn de definities van (oude) beweegnormen voor volwassenen opgenomen.
Belangrijk om te realiseren dat voor volwassenen tot 55 jaar en 55 plussers de invulling van ‘matig en zwaar intensief’ anders is. Vanwege de definitie van de combinorm, werkt deze afhankelijkheid van leeftijd door in het percentage van de bevolking dat aan de combinorm voldoet. Voor mensen met een beperking zijn geen andere normen beschikbaar dan voor de reguliere bevolking.

Hoe vaak voldoen volwassen met en zonder aandoening of beperking aan de beweegnorm?

In figuur 1 is te zien in hoeverre gezonde volwassenen en volwassenen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking voldoen aan de verschillende beweegnormen.
Er is onderscheid gemaakt in twee leeftijdsgroepen: 19-54-jarigen en 55-plussers. Bij beide leeftijdsgroepen is een patroon te zien waarbij gezonde mensen vaker aan de drie beweegnormen voldoen dan mensen met gezondheidsproblemen.
Onder de 19-54-jarigen voldoen gezonde mensen bijvoorbeeld in 55%, 15% en 58% van de gevallen aan de NNGB, Fitnorm en Combinorm. Deze percentages liggen voor mensen met een beperking of chronische aandoening in dezelfde leeftijdsgroep voor alle drie de beweegnormen lager. Voor de NNGB varieren de percentages afhankelijk van het type beperking of aandoening van 33-52%, voor de fitnorm van 3-9% en voor de combinorm van 33-54%.

Figuur 1: Percentage gezonde volwassenen en volwassenen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking dat voldoet aan de beweegnormen

Bron: Gezondheidsmonitor 2012 uit rapportage RIVM

Duidelijk zichtbaar is dat mensen met een motorische beperking het minst vaak voldoen aan de drie beweegnormen. Voor de leeftijdsgroep 19-54 jaar zijn de percentages als volgt: NNGB 33%, fitnorm 3% en combinorm 33%. Van de mensen met een motorische beperking ouder dan 55 jaar voldoet 42% aan de NNGB, 22% aan de fitnorm en 44% aan de combinorm.

Vanaf 55 jaar liggen de percentages hoger. Dit is waarschijnlijk grotendeels het gevolg van de eerder genoemde lagere criteria die vanaf 55 jaar gelden voor het behalen van de beweegnormen.

Regionale cijfers

Per GGD regio zijn op basis van de Gezondheidsmonitor uit 2012 kaartjes beschikbaar met cijfers van de beweegnorm van mensen met een chronische aandoening en mensen met een motorische beperking.

Cijfers op basis van de Gezondheidsenquete/Leeftstijlmonitor

Mensen met uitsluitend een lichamelijke beperking en mensen met een lichamelijke beperking EN een chronische aandoening, voldeden in 2016 minder vaak aan de NNGB en de Combinorm dan mensen zonder beperking. Er is geen verschil zichtbaar tussen mensen met een chronische aandoening en mensen zonder aandoening of beperking.

Tabel 1: Percentage bevolking dat voldoet aan NNGB en Combinorm naar aandoening en/of beperking (vanaf 12 jaar)

NNGB Combinorm
Gezond 57% 60%
Chronische aandoening en lichamelijke beperking 37% 38%
Alleen chronische aandoening 58% 60%
Alleen lichamelijke beperking 47% 48%

Bron: Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM, 2016

Beweegnormen naar chronische aandoening

In tabel 2 zijn de percentages ‘voldoen aan de beweegnormen’ per type chronische opgenomen. Bij beide leeftijdsgroepen is dit percentage het laagst bij hart- en vaatziekten.

Door mensen met een beroerte, hersenbloeding of herseninfarct wordt in de leeftijdsgroep 19-54 jaar het minst vaak aan de NNGB (41%) voldaan. Onder de 19-54-jarigen is het percentage voldoen aan de NNGB (43%) relatief laag voor suikerziekte, terwijl dit in mindere mate het geval is bij de 55-plussers (61%). Bij de 55-plussers is het voldoen aan de NNGB het laagst voor de aandoening ‘duizeligheid met vallen’ (52%).

Tabel 2: Percentage volwassenen per leeftijdsgroep dat voldoet aan de beweegnormen per type chronische aandoening

  NNGB Fitnorm Combinorm
Chronische aandoening 19-54 55+ 19-54 55+ 19-54 55+
Beroerte, hersenbloeding, herseninfarct 41 53 6 30 42 54
Hartinfarct 43 57 5 34 44 59
Suikerziekte 43 61 5 34 44 63
Vernauwing bloedvaten buik of benen 43 58 5 32 44 60
Hartinfarct ooit 43 63 6 37 45 65
Beroerte, hersenbloeding, herseninfarct ooit 44 58 5 32 44 60
Chronische gewrichtsontsteking (ontstekings-/chronische reuma, reumatoïde artritis) 46 62 5 38 47 65
Duizeligheid met vallen 47 52 7 28 48 54
Hoge bloeddruk 48 69 6 43 49 71
Andere ernstige hartaandoeningen 48 60 4 35 48 62
Ernstige of hardnekkige aandoening van de rug (incl. hernia) 48 65 6 40 49 68
Onvrijwillig urineverlies 49 58 6 37 50 60
Andere ernstige aandoening van elleboog, pols of hand 49 65 6 40 50 67
Ernstige of hardnekkige darmstoornissen langer dan drie maanden 49 63 7 38 50 65
Andere ernstige aandoening van nek of schouder 49 67 7 42 50 70
Vorm van kanker ooit 50 69 7 43 51 71
Gewrichtsslijtage (artrose, slijtagereuma) van heupen of knieën 51 67 5 43 51 69
Astma of COPD, chronische bronchitis, longemfyseem 51 65 10 39 52 68
Psoriasis 51 73 12 43 53 74
Migraine, ernstige hoofdpijn 51 70 8 44 53 73
Vorm van kanker 52 68 7 44 53 70
Chronisch eczeem 53 72 9 45 55 74

Bron: Gezondheidsmonitor 2012 uit rapportage RIVM

Wekelijkse sportdeelname

In figuur 2 is de wekelijkse sportdeelname door gezonde volwassenen en volwassenen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking te zien. Net als bij het bewegen, gedlt ook voor de sportdeelname: gezonde volwassenen sporten vaker wekelijks dan mensen met gezondheidsproblemen.

Onder de 19-54-jarigen sport bijvoorbeeld 68% wekelijks, terwijl deze percentages onder mensen met gezondheidsproblemen in dezelfde leeftijdsgroep 33-56% zijn. Mensen met een motorische beperking doen het minst vaak aan sport (19-54 jaar: 33%; 55+ jaar: 22%).

Figuur 2: Percentage gezonde volwassenen en volwassenen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking dat wekelijks sport

Bron: Gezondheidsmonitor 2012 uit rapportage RIVM

Regionale cijfers

Per GGD regio zijn op basis van de Gezondheidsmonitor uit 2012 kaartjes beschikbaar met cijfers over het wekelijks sporten door mensen met een chronische aandoening en motorische beperking.

Cijfers op basis van de Gezondheidsenquete/Leefstijlmonitor

In 2016 is het percentage mensen met een lichamelijke beperking en/of een chronische aandoening sporten wekelijks dat wekelijks sport is lager dan bij mensen zonder beperking of aandoening.

Tabel 3: Percentage wekelijkse sporters naar aandoening en/of beperking (12 jaar en ouder)

Wekelijkse

sportdeelname

Gezond 59%
Chronische aandoening en lichamelijke beperking 21%
Alleen chronische aandoening 49%
Alleen lichamelijke beperking 32%

Bron: Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM, 2016

Beoefende sporten

Voor bijna alle sporten geldt dat deze minder vaak beoefend worden door mensen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking dan door gezonde mensen. Een uitzondering hierop vormt gymnastiek. Deze sport wordt iets vaker beoefend door mensen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking (19-54 jaar: 1-3%; 55+ jaar: 3-4%) dan gezonde mensen (19-54 jaar: 1%; 55+ jaar: 2%).

De meest beoefende sport door gezonde mensen, mensen met een lichamelijke beperking of chronische aandoening is fitness. 25% van de gezonde mensen tussen de 19-54 jaar beoefent fitness en 19% van de 55 plussers. Voor mensen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking varieren de percentages voor 19-54 jarigen tussen de 13 en 23% en voor de 55 plussers van 9 tot 16%).

Na fitness worden door gezonde 19-54-jarigen joggen (20%), voetbal (10%), tennis (6%) en zwemmen (4%) het meest beoefend. Met uitzondering van mensen van 19-54 jaar met een motorische beperking zijn dit ook de sporten die het meest door alle mensen met gezondheidsproblemen worden beoefend. Wel doen ze dat in mindere mate (2-13%). Bij mensen met een motorische beperking van 19-54 jaar zijn tennis en voetbal niet opgenomen in de top vijf. Hun top vijf bestaat uit fitness (15%), zwemmen (5%), joggen (4%), gymnastiek (3%) en fietsen (2%).

Bij gezonde 55-plussers staan na fitness, joggen (9%), tennis (9%), zwemmen (5%) en golf (4%) in de top vijf. Bij mensen met een chronische aandoening, visuele of auditieve beperking worden deze sporten minder vaak beoefend (2-5%), maar staan ze, met uitzondering van golf, wel in de top vijf. Golf wordt voor deze groepen vervangen door gymnastiek.

In de top vijf van 55 plussers met een motorische beperking maken joggen en tennis plaats voor yoga en fietsen (beide 1%).

Tabel 4: Top vijf van meest beoefende sporten door gezonde volwassenen en volwassenen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking: 19-54-jarigen en 55-plussers

19-54 jaar 55+
Gezond
1 Fitness (25%) Fitness (19%)
2 Joggen (20%) Joggen (9%)
3 Voetbal (10%) Tennis (9%)
4 Tennis (6%) Zwemmen (5%)
5 Zwemmen (4%) Golf (4%)
Chronische aandoening
1 Fitness (23%) Fitness (16%)
2 Joggen (13%) Zwemmen (5%)
3 Zwemmen (5%) Tennis (4%)
4 Voetbal (4%) Gymnastiek (4%)
5 Tennis (4%) Joggen (3%)
Motorische beperking
1 Fitness (15%) Fitness (9%)
2 Zwemmen (5%) Zwemmen (4%)
3 Joggen (4%) Gymnastiek (4%)
4 Gymnastiek (3%) Yoga (1%)
5 Fietsen (2%) Fietsen (1%)
Visuele beperking
1 Fitness (16%) Fitness (10%)
2 Joggen (7%) Zwemmen (4%)
3 Zwemmen (4%) Gymnastiek (3%)
4 Voetbal (3%) Joggen (2%)
5 Tennis (2%) Tennis (2%)
Auditieve beperking
1 Fitness (13%) Fitness (9%)
2 Joggen (6%) Gymnastiek (3%)
3 Zwemmen (4%) Zwemmen (3%)
4 Voetbal (4%) Joggen (2%)
5 Tennis (2%) Tennis (2%)

 Bron: Gezondheidsmonitor 2012 uit rapportage RIVM

Sportparticipatie naar chronische aandoening

In tabel 5 is per type chronische aandoening aangegeven welk percentage volwassenen wekelijks sport. Net als bij het voldoen aan de beweegnormen is te zien dat mensen met hart- en vaatziekten minder vaak wekelijks sporten. Onder de 19-54-jarigen is de wekelijkse sportdeelname het laagst bij mensen met een hartinfarct (36%), onder de 55-plussers bij de aandoening duizeligheid met vallen (26%).

 Tabel 5: Percentage volwassenen per leeftijdsgroep dat wekelijks sport per type chronische aandoening

  Sporter
Chronische aandoening 19-54 jaar 55+
Hartinfarct 36 31
Vernauwing bloedvaten buik of benen 38 28
Hartinfarct ooit 41 32
Beroerte, hersenbloeding, herseninfarct 41 28
Suikerziekte 41 29
Andere ernstige hartaandoeningen 44 30
Chronische gewrichtsontsteking (ontstekings-/chronische reuma, reumatoïde artritis) 44 33
Beroerte, hersenbloeding, herseninfarct ooit 45 30
Andere ernstige aandoening van elleboog pols of hand 45 35
Duizeligheid met vallen 46 26
Gewrichtsslijtage (artrose, slijtagereuma) van heupen of knieën 48 38
Hoge bloeddruk 50 37
Ernstige of hardnekkige aandoening van de rug (incl. hernia) 50 35
Onvrijwillig urineverlies 51 35
Andere ernstige aandoening van nek of schouder 52 37
Ernstige of hardnekkige darmstoornissen langer dan drie maanden 53 32
Migraine, ernstige hoofdpijn 54 37
Astma of COPD, chronische bronchitis, longemfyseem 54 35
Vorm van kanker 55 35
Psoriasis 56 38
Vorm van kanker ooit 56 38
Chronisch eczeem 59 41

Bron: Gezondheidsmonitor 2012 uit rapportage RIVM

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.