Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Beweeg- en sportgedrag van mensen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking

Feiten & cijfers

Mensen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking sporten aanzienlijk minder dan ‘gezonde’ mensen. Regelmatig sporten en bewegen heeft positieve effecten op de gezondheid en het welzijn. Het is daarom juist voor deze groepen belangrijk om de beweeg- en sportdeelname te verhogen. En de groep is groter dan vaak wordt gedacht: In Nederland hebben 5,3 miljoen een chronische aandoening en 1,6 miljoen mensen in de leeftijd van 12-79 jaar een matig tot ernstige lichamelijke beperking.

Maar hoeveel bewegen en sporten volwassenen met een chronische aandoening of lichamelijk beperking nu minder dan ‘gezonde’ volwassenen? En bij welke van de chronische aandoeningen of beperkingen is het beweeggedrag het laagst en de sportdeelname het minst? Welke sporten worden door deze doelgroepen beoefend? Bovenstaande vragen worden hieronder beantwoord.

Beweegnormen voor volwassenen

In Nederland zijn beweegnormen geformuleerd voor de minimale hoeveelheid lichaamsbeweging die nodig is voor instandhouding en verbetering van de gezondheid. In tabel 1 worden de beweegnormen gepresenteerd voor volwassenen. Voor mensen met een beperking zijn geen andere normen beschikbaar dan voor de reguliere bevolking.

In onderstaande figuur wordt getoond in welke mate gezonde volwassenen en volwassenen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking voldoen aan deze beweegnormen. Hierbij is een onderscheid gemaakt in 19-54-jarigen en 55-plussers. Bij zowel de jongere als oudere leeftijdsgroep is een patroon te zien waarbij gezonde mensen vaker aan de drie beweegnormen voldoen dan mensen met gezondheidsproblemen. Onder de 19-54-jarigen voldoen gezonde mensen bijvoorbeeld in 55%, 15% en 58% van de gevallen aan de NNGB, Fitnorm en Combinorm, terwijl deze percentages onder mensen met gezondheidsproblemen in dezelfde leeftijdsgroep 33-52%, 3-9% en 33-54% zijn. Mensen met een motorische beperking voldoen het minst vaak aan de beweegnormen (19-54 jaar: NNGB: 33%, Fitnorm: 3%, Combinorm: 33%; 55+ jaar: NNGB: 42%, Fitnorm: 22%, Combinorm 44%). Het RIVM heeft een uitsplitsing naar geslacht en regionale cijfers per GGD-regio in kaart gebracht. Zie verderop de linken naar deze gegevens.

Bron: Gezondheidsmonitor, 2012

Beweegnormen naar chronische aandoening

In onderstaande staat per type chronische aandoening weergegeven welk percentage volwassenen wekelijks aan sport deelneemt, geordend naar de aandoeningen met het laagste percentage dat wekelijks sport onder de 19-54-jarigen. Net als bij het voldoen aan de beweegnormen is te zien dat mensen met hart- en vaatziekten minder vaak wekelijks sporten. Onder de 19-54-jarigen is de wekelijkse sportdeelname het laagst bij mensen met een hartinfarct (36%), onder de 55-plussers bij de aandoening duizeligheid met vallen (26%). 

Sporter
Chronische aandoening 19-54 55+
Hartinfarct 36 31
Vernauwing bloedvaten buik of benen 38 28
Hartinfarct ooit 41 32
Beroerte, hersenbloeding, herseninfarct 41 28
Suikerziekte 41 29
Andere ernstige hartaandoeningen 44 30
Chronische gewrichtsontsteking (ontstekings-/chronische reuma, reumatoïde artritis) 44 33
Beroerte, hersenbloeding, herseninfarct ooit 45 30
Andere ernstige aandoening van elleboog pols of hand 45 35
Duizeligheid met vallen 46 26
Gewrichtsslijtage (artrose, slijtagereuma) van heupen of knieën 48 38
Hoge bloeddruk 50 37
Ernstige of hardnekkige aandoening van de rug (incl. hernia) 50 35
Onvrijwillig urineverlies 51 35
Andere ernstige aandoening van nek of schouder 52 37
Ernstige of hardnekkige darmstoornissen langer dan drie maanden 53 32
Migraine, ernstige hoofdpijn 54 37
Astma of COPD, chronische bronchitis, longemfyseem 54 35
Vorm van kanker 55 35
Psoriasis 56 38
Vorm van kanker ooit 56 38
Chronisch eczeem 59 41

Bron: Gezondheidsmonitor, 2012.

Sportparticipatie

De wekelijkse sportdeelname door gezonde volwassenen en volwassenen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking wordt weergegeven in onderstaande figuur. Eenzelfde beeld is te zien als bij het beweeggedrag: Gezonde volwassenen sporten vaker wekelijks dan mensen met gezondheidsproblemen. Onder de 19-54-jarigen sport bijvoorbeeld 68% wekelijks, terwijl deze percentages onder mensen met gezondheidsproblemen in dezelfde leeftijdsgroep 33-56% zijn. Mensen met een motorische beperking doen het minst vaak aan sport (19-54 jaar: 33%; 55+ jaar: 22%).

Bron: Gezondheidsmonitor, 2012

Sportparticipatie naar chronische aandoening

In onderstaande tabel staat per type chronische aandoening weergegeven welk percentage volwassenen wekelijks aan sport deelneemt, geordend naar de aandoeningen met het laagste percentage dat wekelijks sport onder de 19-54-jarigen. Net als bij het voldoen aan de beweegnormen is te zien dat mensen met hart- en vaatziekten minder vaak wekelijks sporten. Onder de 19-54-jarigen is de wekelijkse sportdeelname het laagst bij mensen met een hartinfarct (36%), onder de 55-plussers bij de aandoening duizeligheid met vallen (26%).

Sporter
Chronische aandoening 19-54 55+
Hartinfarct 36 31
Vernauwing bloedvaten buik of benen 38 28
Hartinfarct ooit 41 32
Beroerte, hersenbloeding, herseninfarct 41 28
Suikerziekte 41 29
Andere ernstige hartaandoeningen 44 30
Chronische gewrichtsontsteking (ontstekings-/chronische reuma, reumatoïde artritis)  44 33
Beroerte, hersenbloeding, herseninfarct ooit 45 30
Andere ernstige aandoening van elleboog pols of hand 45 35
Duizeligheid met vallen 46 26
Gewrichtsslijtage (artrose, slijtagereuma) van heupen of knieën 48 38
Hoge bloeddruk 50 37
Ernstige of hardnekkige aandoening van de rug (incl. hernia) 50 35
Onvrijwillig urineverlies 51 35
Andere ernstige aandoening van nek of schouder 52 37
Ernstige of hardnekkige darmstoornissen langer dan drie maanden 53 32
Migraine, ernstige hoofdpijn 54 37
Astma of COPD, chronische bronchitis, longemfyseem 54 35
Vorm van kanker 55 35
Psoriasis 56 38
Vorm van kanker ooit 56 38
Chronisch eczeem 59 41

Bron: Gezondheidsmonitor, 2012.

Beoefende sporten

Voor bijna alle sporten geldt dat sporten minder vaak beoefend worden door mensen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking dan door gezonde mensen. Een uitzondering hierop vormt gymnastiek. Deze sport wordt iets vaker beoefend door mensen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking (19-54 jaar: 1-3%; 55+ jaar: 3-4%) dan gezonde mensen (19-54 jaar: 1%; 55+ jaar: 2%).

foto hein koopsFitness wordt zowel door gezonde mensen (19-54 jaar: 25%; 55+ jaar: 19%) als mensen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking (19-54 jaar: 13-23%; 55+ jaar: 9-16%) het meest beoefend. Bij gezonde 19-54-jarigen worden joggen (20%), voetbal (10%), tennis (6%) en zwemmen (4%) na fitness het meest beoefend. Met uitzondering van mensen van 19-54 jaar met een motorische beperking zijn dit ook de sporten die het meest door mensen met gezondheidsproblemen worden beoefend, echter in mindere mate (2-13%). Mensen van 19-54 jaar met een motorische beperking hebben gymnastiek (3%) en fietsen (2%) in de top vijf staan en geen tennis of voetbal.

Bij gezonde 55-plussers staan na fitness, joggen (9%), tennis (9%), zwemmen (5%) en golf (4%) in de top vijf. Bij mensen met een chronische aandoening, visuele of auditieve beperking worden deze sporten minder vaak beoefend (2-5%), maar staan ze wel in de top vijf, met uitzondering van golf. In plaats daarvan staat gymnastiek in de top vijf van alle gezondheidsproblemen (3-4%). Onder 55-plussers met een motorische beperking staan yoga (1%) en fietsen (1%) in de top vijf in plaats van joggen en tennis die onder de gezonde 55-plussers in de top vijf staan.

Top vijf van meest beoefende sporten door gezonde volwassenen en volwassenen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking: 19-54-jarigen en 55-plussers

19-54  55+
Gezond
1 Fitness (25%) Fitness (19%)
2 Joggen (20%) Joggen (9%)
3 Voetbal (10%) Tennis (9%)
4 Tennis (6%) Zwemmen (5%)
5 Zwemmen (4%) Golf (4%)
Chronische aandoening 
1 Fitness (23%) Fitness (16%)
2 Joggen (13%) Zwemmen (5%)
3 Zwemmen (5%) Tennis (4%)
4 Voetbal (4%) Gymnastiek (4%)
5 Tennis (4%) Joggen (3%)
Motorische beperking
1 Fitness (15%) Fitness (9%)
2 Zwemmen (5%) Zwemmen (4%)
3 Joggen (4%) Gymnastiek (4%)
4 Gymnastiek (3%) Yoga (1%)
5 Fietsen (2%) Fietsen (1%)
Visuele beperking
1 Fitness (16%) Fitness (10%)
2 Joggen (7%) Zwemmen (4%)
3 Zwemmen (4%) Gymnastiek (3%)
4 Voetbal (3%) Joggen (2%)
5 Tennis (2%) Tennis (2%)
Auditieve beperking
1 Fitness (13%) Fitness (9%)
2 Joggen (6%) Gymnastiek (3%)
3 Zwemmen (4%) Zwemmen (3%)
4 Voetbal (4%) Joggen (2%)
5 Tennis (2%) Tennis (2%)

Bron: Gezondheidsmonitor, 2012.

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van resultaten uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen GGD’en, CBS en RIVM 2012 (kortweg ‘Gezondheidsmonitor’). De Gezondheidsmonitor bevat gegevens van ruim 380.000 zelfstandig wonende volwassenen die een vragenlijst hebben ingevuld met vragen over onder andere achtergrondkenmerken, ervaren gezondheid, chronische aandoeningen, psychische gezondheid, lichamelijke beperkingen en het beweeg- en sportgedrag.

Een uitgebreide beschrijving van de resultaten is te vinden in het RIVM rapport: ‘de Hollander, E.L., Milder, I.E., Proper, K.I. Beweeg- en sportgedrag van mensen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking. Bilthoven: RIVM; 2015

Geografische weergave data

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.