Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Alle leerlingen actief!

Interventie

Erkenning

Goed onderbouwd

De aanpak Alle leerlingen actief! richt zich in principe op alle leerlingen die niet dagelijks minstens een uur matig intensief bewegen, maar de prioriteit ligt bij degenen die daar aanzienlijk onder zitten. Vaak zijn dat kinderen die zich door welke oorzaak dan ook niet aangetrokken voelen tot sport. Alle leerlingen actief! is toepasbaar in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en MBO. Met de aanpak wordt sport op school gestimuleerd door leerlingen te motiveren om te sporten of andere vormen van bewegen te ondernemen. Daartoe voeren de docenten of interne begeleiders individuele gesprekken met leerlingen en hun ouders.

Probleembeschrijving

Hoewel er een groeiend bewustzijn is wat betreft de voordelen van fysieke activiteit voor de jeugd, lijkt de mate van fysieke activiteit bij kinderen en adolescenten te dalen. Tren studies suggereren dat de afgelopen decennia actief transport, de georganiseere sport en lichamelijke opvoedingslessen op school een dalende trend laten zien n [Dollman et al., 2005; McDonald, 2007]. Recente gegevens van de Monitor Bewegen en Gezondheid over lichamelijke activiteit van Nederlandse jongeren heeft aangetoond dat 69% in de leeftijd van 4-11 jaar en maar liefst 81% van de adolescenten (12-17 jaar) niet aan de huidige beweegnorm van minimaal 60 minuten matige intensief bewegen per dag voldoet. Kennelijk iser behoefte aan effectieve interventies om de negatieve trends in lichaamsbeweging tegen te gaan.

Lichameljike activiteit is een essentieel onderdeel van de strategieen om de huidige problematiek van overgewicht en obesitas tegen te gaan, ter voorkoming en behandeling van de bijbehorende ziekten [Bulk-Binschoten et al.., 2005; Gezondheidsraad, 2003; World Health Organisation, 2006]. Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor het behoud van een gezond lichaamsgewicht, en voor het verliezen van lichaamsvet [Dencker & Anderson, 2008; Gezondheidsraar, 2003]. Het is essentieel voor de ontwikkeling van motorische vaardigheden bij jonge kinderen [ Williams et al., 2008] en voor de ontwikkeling en instandhouding van spier- en botmassa [ Vincente-Rodriguez, 2006]. Bovendien draag lichamelijke activiteit bij aan de psychosociale ontwikkeling van een kind door de mogelijkheden die het biedt voor sociale interactie, zelf-expressie, en integratie. Het kind leert over opoffering, samenwerking, discipline en eigenwaarde [ Ekeland et al., 2005; Parfitt & Eston, 2005]. Regelmatige lichamelijke activiteit is ook in verband gebracht met hogere niveaus van aërobe fitheid [Dencker & Andersen, 2008], lagere niveaus van depressie en angst [Biddle et al., 2005; Parfitt & Eston, 2005], en betere cognitieve prestaties op school [Hillman et al., 2008]. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat lichamelijke activiteit tijdens de kindertijd verlaagt risicofactoren voor hart-en vaatziekten [ Biddle et al., 2005; Dencker & Andersen, 2008; 36] en type II diabetes op latere leeftijd [Biddle et al., 2005]

Doelgroepen

  1. Inaciteve en semi-inactieve leerlingen op het basis- en voortgezet onderwijs.
    Bij het berekenen en vaststellen van de mate waarin jongeren aan de norm ‘actief voldoen wrodt een onderscheid gemaakt tussen kinderen die normactief, semi-actie, semi-inactief en inactief zijn;
    • Normactief: zeven dagen zestig minuten per dag
    • Semi-actief: vijf of zes dagen zestig minuten per dag
    • Semi-inactief: drie of vier dagen zestig minuten per dag
    • Inactief: minder dan drie dagen zestig minuten per dag
    Deze indeling is gebasseerd op de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. Het gaat hier om dagelijks één uur tenminste matig intensieve lichamelijke activiteit (5-8 MET), waarbij minimaal twee keer per week kracht-, leningheid- en coordinatieoefeningen voor het verbeteren of handhaven van de lichamelijke fitheid.
  2. Ouders
    Zowel in het bass- als voortgezet onderwijs is het raadzaam de uoders van inactieve leerlingen te betrekken bij pogingen hen aan het bewegen te krijgen. Met name in het basisonderwijs is deze betrokkenheid essentieel.

Intermediaire doelgroep

Regionale partners die de uitrol van Alle Leerlingen Actief! versterken en mogelijk maken.

  • Provinciale sportraden
    rol: Implementatie ondersteuning scholen
  • GGD-en
    rol: Implementatie ondersteuning scholen
  • Gemeeenten
    rol: Eventuele financiële ondersteuning scholen;
  • Scholen PO, VO en ROC
    rol: Uitvoering Alle Leerlingen Actief!

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Het doel van de methodische aanpak ‘Alle leerlingen Actief!’is het activeren van inactieve leerlingen. Het gaat hierbij om inactieve leerlingen die ondanks het sport en beweegaanbod van school, sportvereniging of wijk onvoldoende bewegen volgends de Nederlandse Norm gezond Bewegen. Alle Leerlingen Actief! werkt zowel op de intrinsieke motivatie van de inactieve leerlingen om lichamelijk actief te zijn, als op de bevordering van een beweegvriendelijke omgeving in en rond scholen.

Het streven is dat leerlingen door middel van motivatiegesprekken minimaal een trede hoger komen op de schaal van NNG (van inactief naar semi inactief; van semi inactief naar semi actief)

Subdoel

Zie hoofddoel.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

Volgt nog.

Locaties en Uitvoering

Op School en sportvereniging

Gezondheidsbevordering/preventie

  • Medewerkers GGD 

Onderwijs

  • Onderwijzend personeel
  • Leerlingbegeleiders
  • Schoolmaatschappelijk werk 

Sport en bewegen

  • Docenten L.O.
  • Sportbuurtwerkers
  • Medewerkers sportraden
  • Beweegconsultanten

Ondersteuning

Meestal start het project bij een initiatiefnemer die actie wil ondernemen om iets voor inactieve leerlingen van de grond te krijgen. In dit prille stadium is het zaak om medestanders te vinden en breder in de school draagvlak te creëren. Dit draagvlak ontstaat niet vanzelf. Veel scholen zien wel het belang van sport en bewegen in, maar zien tegelijkertijd meer als verantwoordelijkheid van de ouders.

Als het besluit is genomen om als school te inversteren in het activeren van inactieve leerlinge, dan moeten daar een of meerdere pesoneelsleden voor worden vrijgemaakt. Er zullen dus keuzes moeten worden mekaat, afhankelijk van de groepsgrootte, hoeveel uur en budget hiermee gemoeid gaat. Uit voorgaande pilots kan worden uitgegaan dat zo’n 100 a 150 leerlingen in aanmerking komen voor het meten van beweeggedrag en dat uiteidneiljk 15 inactieve leerlingen intensief begeleid worden met motivatiegesprekken.

In de meeste gevallen is het de vakleerkracht lichamelijke oefening die een belangrijke rol krijgt in de uitvoering. Maar omdat inactieve leerlingen een negatieve associatie kunnen hebben met sporten, is een klassenmentor ook een zeer geschikte persoon binnen de school die in staat is om een vertrouwensband met de leerlingen op te bouwen.

Scholen mogen alleen gebruik maken van de interventie als de kwaliteit is gewaarborgd. dat wil zeggen, dat alleen leerkrachten motivatiegesprekken met leerlingen mogen voeren die gecertificeerd zijn. Deze trainingen worden georganiseerd door Huis van de Sport.

De provinciale sportraden zijn opgeleid om de leerkrachten te ondersteunen op het gebied van motivatiegesprekken en verdere invulling van de interventie. Zij waarborgen daarmee ook voor een deel de kwaliteit van de interventie.

Materialen

Handleiding

Lesmateriaal

Organisatie

Organisatie: Huis voor Beweging
Telefoon nummer organisatie: 06 53219879

Contactpersoon

Naam: Drs. Yrsa Wagemaker
Telefoon nummer: 06 53219879
Email: yrsa@huisvoorbeweging.nl

Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.