Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

11-tal vragen aan Bert van Oostveen: van KNVB naar Kenniscentrum Sport

Interview

Bert van Oostveen wordt het nieuwe boegbeeld van Kenniscentrum Sport. Die benoeming leverde veel verraste reacties op: al 22 jaar is hij verbonden met het betaald voetbal en aan de KNVB. Wat beweegt hem om per 1 december in Ede te beginnen? Peter Brinkman stelt een – niet toevallig – 11-tal vragen.

1. Directeur bij Kenniscentrum Sport. Waarom?

Kenniscentrum Sport is het kennisknooppunt voor de sport en bewegen in Nederland. Er ligt een geweldige uitdaging om daar wetenschap, praktijk en beleid aan elkaar te verbinden. Ik vind het heel leuk dat ik daar een bijdrage aan mag gaan leveren, waarbij de focus met name zal liggen op de positionering en het vertalen van de vraag van het werkveld naar praktijkgerichte kennis en adviezen.

2. Wat neem je mee vanuit Zeist?

Veel: 22 jaar ervaring bij de grootste sportbond van Nederland, waarbij ik verschillende managementfuncties heb vervuld. Ik heb een relatief groot netwerk, zowel in Nederland als in het buitenland, dus ik kan veel partijen die met sport en bewegen bezig zijn, aan elkaar gaan verbinden. En dat is dan ook een van mijn belangrijke opdrachten.

3. Hoe kijk je terug op de pieken en dalen bij de KNVB?

Werken bij de KNVB is net als het echte leven: het kent hoogte- en dieptepunten. Een fantastische tijd heb ik meegemaakt: twee prachtige WK ‘s bijvoorbeeld. Maar er zijn ook dingen minder goed gegaan. We hebben helaas het EK 2016 niet gehaald. Daar word je dan als eindverantwoordelijke ook op aangesproken. Soms terecht, soms onterecht, dat hoort een beetje bij bij die functie. Ik heb het afgelopen zomer prachtig afgesloten als toernooidirecteur van het EK Vrouwenvoetbal in Nederland. Dus ik kijk al met al met veel plezier op terug op mijn werkzame periode bij de KNVB.

4. Is dit na die hectiek een baan in de luwte?

Nee, juist niet. Kenniscentrum Sport is juist heel erg op zoek om de verbinder te zijn tussen alle partijen die iets hebben met sport en bewegen en moet dus juist in de schijnwerpers gaan staan. Of het nu gaat om rijksoverheid, gemeenten, sportbonden of onderwijs- en zorginstellingen: Kenniscentrum Sport zal zich juist heel dienstbaar opstellen met heel veel praktisch gerichte kennis. Die schijnwerpers zijn dan soms nodig om elkaar makkelijker te kunnen vinden.

5. Wat ga je op je eerste dag in Ede doen?

Ik ga vanaf 1 december alle belangrijke stakeholders bezoeken. Ik ben heel erg benieuwd hoe zij aankijken tegen Kenniscentrum Sport, en vooral wat ze van ons verwachten. Tegelijkertijd heb ik natuurlijk ook de taak om de interne organisatie beter te leren kennen. Daarom begin ik binnenkort al met wat informele rondes. Dit doe ik uiteraard in nauwe samenspraak met collega-directeur Willemijn Baken. Zij zal zich primair richten op de binnenkant van de organisatie, ik probeer de binnenkant met de buitenkant te verbinden. We zijn geen hiërarchische organisatie, we zijn een netwerkorganisatie. We zijn er voor het werkveld. Mijn taak is om – waar mogelijk en gewenst – te verbinden.

6. In voetbal en bij de KNVB worden toch andere salarissen betaald dan in semi-overheidsinstellingen als Kenniscentrum Sport. Of is het vergelijkbaar?

Nee, het zijn twee verschillende grootheden. En dat geeft ook niet, want ik heb daar bewust voor gekozen. Kenniscentrum Sport is een organisatie die met overheidsgeld werkt voor allerlei instellingen. Daarbij hoort ook transparantie over het inkomen van je bestuurders. Daar is overigens ook bewust voor gekozen in de sollicitatieprocedure: iedereen heeft kunnen zien wat het maximale salaris is van de directeur-bestuurder. En dat past keurig in de lijn zoals die geldt voor dit soort semi-overheidsinstellingen.

7. Maakte je als KNVB gebruik van Kenniscentrum Sport?

Ik kende het van naam. We hebben er in mijn tijd weinig gebruik van gemaakt en met de wetenschap van nu moet ik misschien zelfs wel zeggen: te weinig. Dat lag voor een deel wellicht aan ons als directie: we hebben er geen moment aan gedacht. Aan de andere kant was het door de fusie van NISB en Onbeperkt Sportief, ook een beetje zoeken voor Kenniscentrum Sport om zichzelf goed op de kaart te zetten en bekend te maken waar ze voor staan en wat ze voor je kunnen doen. Die fusie is afgerond, dus je ziet nu ook de nadrukkelijke wens naar die bekendmaking en positionering.

Ik ben ervan overtuigd dat als bijvoorbeeld sportbonden weten hoeveel kennis er is binnen Kenniscentrum Sport en wat ze er allemaal mee kunnen doen, we elkaar veel beter weten te vinden. En ik kan ook zeggen dat we ze ook zeker gaan opzoeken om waar gewenst te helpen en van vraaggericht advies te voorzien.

Een mooi voorbeeld is hoe kennis aan de ene kant en het organiseren van een evenement als het EK Vrouwenvoetbal aan de andere kant, samen kunnen gaan. Samen met het ministerie van VWS en de zeven speelsteden, hebben we ‘vrouwenparticipatie in de sport’ als centraal thema benoemd. We hebben masterclasses georganiseerd voor met name vrouwelijke studenten. En we hebben door een heel andere werving van vrijwilligers een hele nieuwe, jonge doelgroep aangeboord. Maar er zijn nog veel lessen te leren, bijvoorbeeld: de top – met name in voetbal maar sowieso in sport – is voor vrouwen toch nog steeds een soort glazen plafond. Dat moet er van mij betreft uit. Vanuit die gedachtegang waren vijf van de zeven venue directeuren tijdens het EK ook daadwerkelijk vrouwen. Dit soort best practices zouden we als kennisknooppunt kunnen verzamelen, duiden en delen, zodat anderen ze weer om kunnen zetten in concreet beleid.

8. Wat heb je met 'bewegen'?

Voor mij persoonlijk is bewegen vooral zorgen dat je gezond bezig bent met je lijf. Dat je probeert zaken als overgewicht tegen te gaan. We weten allemaal dat een gezonde geest in een gezond lichaam zit, dus het is heel goed als mensen zich bezighouden met lunchwandelen, nordic walking, gewoon een stukje lopen in het bos, door je buurt heen. Maar ook bewegen bijvoorbeeld voor ouderen. Nederland vergrijst, ouderen zitten toch helaas vaak eenzaam in hun eigen situatie. Ook daar is bewegen heel erg belangrijk en zijn er goede campagnes en adviezen om dat tegen te gaan. En laten we niet vergeten dat samen bewegen ook nog eens kan bijdragen aan het doorbreken van dat sociaal isolement.

9. Hoeveel beweeg je zelf?

Best veel. Ik ben een bescheiden wielertoerist die op dinsdagavond en in weekenden probeert zijn rondje mee te draaien. Daarnaast doe ik in de winter aan hardlopen, mountainbiken en golf ik op gezette tijden. Ik heb altijd gevoetbald. Op een gegeven moment is dat door een blessure helaas opgehouden. Sport en bewegen hebben altijd deel uitgemaakt van mijn leven, van ons leven. We fietsen veel, we skiën één of twee keer per jaar fanatiek. Eerste en laatste lift, zeg maar. Mijn vrouw en kinderen hockeyen daarnaast nog. Wij hebben in ons gezin sport en bewegen min of meer centraal gesteld. Dat is ook iets wat ik zelf mee neem van mijn eigen opvoeding.

10. Het nieuwe kabinet: wat verwacht je daarvan?

Het zou fantastisch zijn als we meer integraal zouden gaan denken. Sport biedt een ongelooflijke kans om enkele maatschappelijk weerbarstige thema’s, die nu vooral los worden bekeken, met elkaar te gaan verbinden. En dan denk ik niet alleen aan infrastructurele vraagstukken, maar ook aan de bekende thema’s op het gebied van gezondheid, welzijn, voeding, onderwijs en sociale integratie. De kracht ligt volgens mij vooral in het integraal denken aan oplossingen over de afzonderlijke vraagstukken en dus departementen heen. Ik denk dat Kenniscentrum Sport een aantal goede ideeën heeft. Ik kom graag langs in Den Haag om dat persoonlijk uit te leggen en vanuit onze rol een bijdrage te leveren.

Bekijk hier wat Bert van Oostveen over samenwerking met de politiek zegt:

11. Wat heeft Kenniscentrum Sport bereikt over vijf jaar?

Uiteindelijk gaat niet zozeer over wat wij zelf bereiken: wij zijn er vooral om te ondersteunen. Wat wij eigenlijk willen zijn, is een soort ‘voedingscentrum’ voor iedereen die zich bezighoudt met sport en bewegen: wij willen kunnen voeden met kennis, met ideeën, met dat wat nodig is om sport en maatschappij met elkaar te kunnen verbinden. Het gaat niet alleen om economisch gewin; het gaat ook om maatschappelijk gewin.

Als wij echt worden gevonden door alle relevante stakeholders, dan hebben we veel bereikt. We gaan er dan ook alles aan doen om over vijf jaar te kunnen zeggen dat Kenniscentrum Sport eigenlijk het navigatiesysteem is binnen de sport in Nederland. Een navigatiesysteem is er voor de bestuurder en kun je desgewenst aan en uit zetten. Maar een ding weet ik altijd zeker van een navigatiesysteem: het brengt je sneller en efficiënter op de plek waar je uiteindelijk wilt zijn. Dus mijn advies is: houd hem maar aan…

Bekijk hier wat Bert van Oostveen zegt over de ambities van Kenniscentrum Sport:

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.