Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

10 tips om als buurtsportcoach je samenwerking met eerstelijnszorg te verbeteren

Artikel

Als buurtsportcoach word je in toenemende mate ingezet om de verbinding te maken tussen zorg en sport. Voldoende bewegen zorgt bij veel chronische aandoeningen voor een lagere ziektelast en medische consumptie. Bovendien draagt bewegen bij aan een betere kwaliteit van leven. Juist groepen die chronische aandoeningen hebben, of een hoog risico daarop, bewegen gemiddeld weinig. Jij vervult een belangrijke rol wanneer professionals vanuit eerstelijnszorg en welzijn mensen door willen verwijzen naar sport. Ook in het verzorgen van een geschikt aanbod speel je een rol.

Karlijn Leenaars heeft vanuit Wageningen Universiteit en Research vier jaar onderzoek gedaan naar de wijze waarop dertien buurtsportcoaches uit negen gemeenten werken. In dit factsheet combineren we vanuit Kenniscentrum Sport de nieuwe kennis van Karlijn met die uit eerder onderzoek (zie kader) en met onze kennis vanuit praktijk en beleid. We beperken ons daarbij tot volwassenen en ouderen.

Tips over je rol en werkwijze

1: Verbind

Stel je op als een verbinder tussen zorg, welzijn en sport. Zowel de zorgverlener, welzijnswerker als de sportaanbieder ervaart sterk de meerwaarde van die rol. Zelf hebben ze de tijd en de kennis vaak niet om direct, of samen met jou, met de ander om tafel te gaan zitten en hebben ze behoefte aan een verbinder die dat wel kan.

2: Delegeer

Ondersteun anderen bij de organisatie van hun beweegactiviteiten in plaats van (te) veel zelf te willen doen. Zo kun je uiteindelijk meer mensen en een meer diverse doelgroep bereiken, en meer impact genereren.

3: Werk efficiënt

Zorg dat je een goede en weinig tijdrovende werkwijze hebt om mensen door te laten verwijzen door zorgverleners en welzijnswerkers. Dit kan bijvoorbeeld met een simpel verwijsbriefje dat de verwijzer binnen handbereik heeft. Deze noteert de naam van de patiënt/cliënt en waarom deze doorverwezen wordt.

Nog mooier zou zijn als zoiets onderdeel kan worden van het digitale patiënten registratiesysteem. De verwijzer kan met een vinkje aangeven dat jij zelf actief contact met de patiënt mag opnemen als deze dat graag heeft en kan zorgen dat jij de contactgegevens krijgt.

Maak ook afspraken over (terug)verwijzing naar de fysiotherapeut of arts, als mensen teveel fysieke of mentale beperkingen hebben om mee te (blijven) doen met het aanbod buiten de zorg.

4: Stroomlijn het proces

Zorg ook dat er geen ‘gat’ zit tussen verwijzen en starten met bewegen. Richt je bij de samenwerking in eerste instantie op zorgprofessionals die zelf ook belang hechten aan sport en bewegen en maak gebruik van ambassadeurs: bijvoorbeeld een fysiotherapeut die contacten heeft met een huisarts.

Voldoende aangepast sport- en beweegaanbod en bekendheid daarmee

5: Geef inzicht

Probeer schriftelijk en/of digitaal goed inzichtelijk te maken voor zowel de verwijzer als de deelnemer wat er al is: voor welke patiënten en cliënten, voor welke verschillende fysieke en mentale beperkingen en welke kosten daaraan verbonden zijn. Houd de informatie up-to-date.

Laat ook zien waarover je het hebt, bijvoorbeeld aan de hand van filmpjes. Of laat het verwijzers zien en ervaren tijdens een overleg dat ze toch al moeten voeren, zoals een lokaal (huis)artsenoverleg. Zet patiënten in als ambassadeurs om positieve ervaringen met bewegen te delen met hun arts.

Maak tot slot helder welke mensen financiële ondersteuning kunnen krijgen (en hoe, dit is meestal vanuit de gemeente) om mee te doen aan beweegactiviteiten. Veel professionals en deelnemers zijn hier namelijk niet van op de hoogte!

6: Analyseer de behoeften

Maak een behoefte-analyse. Wie wonen er in de wijk, met welke beperkingen en aandoeningen? Welk structureel en/of interventie aanbod is dan optimaal? Gebruik hiervoor ook vragen van artsen en fysiotherapeuten. Waar zitten dan de echte witte vlekken?

De ervaring leert dat de moeilijkste doelgroepen vaak nog weinig aan bod komen buiten de zorg, terwijl dat wel mogelijk is. Ga dan met aanbieders individueel of collectief in gesprek of, en zo ja onder welke voorwaarden, aanbod ontwikkeld kan worden en voor welke personen. Zijn er verenigingen die, al dan niet met financiële en/of deskundigheidsondersteuning, laagdrempelig aanbod willen aanbieden? Wat kunnen fitnesscentra, zwembaden, MBvO groepen, gymnastiekverenigingen met hun geschoolde begeleiders meer bieden? Sluit goed aan op de belemmeringen die mensen uit de doelgroep noemen en die misschien niet reëel zijn. Zij voelen dat wel zo en zullen dan niet snel te motiveren zijn om mee te doen als ze het gevoel hebben dat er geen rekening mee gehouden wordt.

7: Bespreek de eisen

Voer met elkaar het gesprek over de eisen waaraan een begeleider moet voldoen. Is dat een fysiotherapeut? Mag het ook iemand zijn met sportachtergrond die aantoonbaar deskundig is op effecten die kunnen optreden bij inspanning? Kunnen vrijwilligers met een zorgachtergrond ook ingezet worden? Is een EHBO- of reanimatie diploma vereist? Is het voldoende als er de eerste keren een fysiotherapeut aanwezig is, en/of altijd op de achtergrond bereikbaar bij een calamiteit?

Maak duidelijk op welke terreinen begeleiders deskundig zijn. Organiseer voorlichtingsavonden voor geïnteresseerde begeleiders die ergens kennis missen. Vraag bijvoorbeeld een fysiotherapeut die veel werkt met mensen met chronische aandoeningen om bij te dragen. Attendeer geïnteresseerden op goede, beschikbare materialen zoals van NL Actief (voorheen Fit!vak): de E-boeken over Niet Aangeboren Hersenletsel, Diabetes en Overgewicht en obesitas.

Vertrouwen in de werkwijze

8: Onderbouw je kennis en werkwijzen

Artsen hechten veel waarde aan wetenschappelijke onderbouwing van hun werkwijze, maar hebben tegelijkertijd relatief beperkte kennis over effecten van bewegen op gezondheid. Zorg dat je zelf voldoende basiskennis hebt, maar verwijs ook naar wetenschappelijke artikelen die daarop gebaseerd zijn. Het overzichtsartikel van Pedersen vat voor 26 verschillende aandoeningen heel veel wetenschappelijk bewijs samen over effecten van bewegen, en de wijze waarop mensen optimaal bewegen bij 26 aandoeningen. Gebruik of verwijs verder naar artikelen op allesoversport.nl die gebaseerd zijn op wetenschappelijk onderzoek (let dan op de literatuurverwijzingen), naar artikelen op sportzorg.nl, naar richtlijnen van fysiotherapeuten, en naar informatie bij grote belangenbehartigers als KWF, Longfonds, Diabetesfonds, Diabetesvereniging Nederland etc. Soms hanteren artsen ook standaarden, zie ook de NHG zorgmodules leefstijl. Let er in alle gevallen op of informatie specifiek genoeg is en verder gaat dan het behalen van de norm gezond bewegen.

9: Gebruik succesvolle interventies

Maak zoveel mogelijk gebruik van succesvolle interventies, bij voorkeur die bewezen effectief zijn of goed onderbouwd vanuit de wetenschappelijke literatuur. Dit stimuleert artsen ook weer om door te verwijzen. Past de interventie net niet bij jouw locatie omdat je een andere doelgroep of ander aanbod hebt? Je hebt meestal de mogelijkheid om bestaande interventies aan te passen zonder dat de werkzaamheid verslechtert. Overleg daarover met de interventie-eigenaar.

10: Rapporteer terug

Rapporteer bij verwijzing altijd terug naar de verwijzer wat er met de patiënt/cliënt is gebeurd en stimuleer andersom de patiënt hier zelf ook over vertellen aan de verwijzer. Is deze persoon gaan bewegen en zo ja, waar? Wat doet dat met de persoon, zowel fysiek als mentaal en sociaal? Die kennis stimuleert om vaker mensen te verwijzen.

Omgaan met minder gemotiveerde mensen

Meer informatie en tips voor buurtsportcoaches over samenwerking met zorgverleners:

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.